Pierre Richard, sinds 1987 hoofd van CLF, tussen 1996 en 2000 aan het hoofd van de Dexia Groep en van 2000 tot 2006 alleen CEO van de groep.
Alex Miller, in 2006 opvolger van Pierre Richard als CEO van de Dexia Groep en in 2008 de laan uitgestuurd wegens volslagen onbekwaamheid.
De geruchtenmolen over de massale rommelkredieten van Dexia komt op gang op 19 augustus 2008. Die dag gaat de Amerikaanse kredietverzekeraar Blue Point, een dochter van de in zware financiële moeilijkheden verkerende Wachovia bank, failliet. Blijkt dan dat Dexia 8.7 miljard dollar kredieten (ook een flink pak CDO’s) heeft laten verzekeren bij Blue Point, een garantie die nu integraal wegvalt. Drie kwart van de verzekerde CDO’s komt van subprime kredieten van lokale Amerikaanse overheden, en Dexia neemt lichzinnig aan dat het die schulden wel zal kunnen recupereren. De rest bestaat uit herverpakte hypotheekleningen van particulieren en uit consumentenkredieten. Hierop dreigt plots meer dan 2 miljard euro te worden verloren via Dexia dochter FSA. Maar noch aan het Rogierplein, noch aan La Défense gaat er een belletje rinkelen dat FSA allicht massale risico’s heeft genomen, waarvan men in Brussel en Parijs geen weet heeft.
In de loop van september 2008 nemen de alarmerende geruchten over Dexia toe. Bij het failliet van Lehman Brothers zou de groep minstens een half miljard ongedekte tegoeden verliezen en mogelijk ook nog een deel van de 1.8 miljard repo’s in portefeuille. Voorts is duidelijk dat de Dexia Groep nog meer verliezen zal leiden nu de Duitse Hypo Real Estate Bank zwaar in de problemen zit. Geruchten dat Dexia goed en wel op een berg van 111 miljard rommelkredieten zit worden steeds luider. Alex Miller kan de waarheid niet langer verbergen en probeert de situatie te verdoezelen door uit te pakken met de klinkklare leugen dat het vaststaat dat de Amerikaanse dochter FSA zal worden afgestoten en worden verkocht aan de Amerikaanse verzekeringsmaatschappij Assured Guaranty. Daar echter weet men enkel dat er vaag over werd gesproken, niet dat er ook maar een beginsel van akkoord zou zijn. Op 29 september 2008 zakt de koers van het Dexia aandeel plots met meer dan 30 % in één dag tijd. Er heerst duidelijk paniek op de markt, zeker als op 28 september Fortis gedeeltelijk wordt genationaliseerd teneinde het van het failliet te redden. De paniek slaat over op Dexia terwijl de koers van het aandeel zakt van 10 euro naar 6.62 euro. Een dag later verlaagt Moody’s de individuele sterkte van de bank naar C- (negatieve verwachtingen).
Dexia verkeert duidelijk in moeilijkheden en verzoekt om staatssteun. Op 1 oktober verhoogt de groep haar kapitaal met 6.4 miljard euro: 3 miljard zal worden ingebracht door de Belgische overheden, Ethias en Arcofin. Een andere schijf van 3 miljard zal worden ingebracht door de Franse overheid en de Caisse des Dépôts et Consignations. Luxemburg, dat via BIL belangen heeft in Dexia, belooft 376 miljoen in te brengen. Alle partijen betalen 9,90 euro per aandeel, een pak meer dan de koers van 29 september. De toplui Alex Miller en Pierre Richard (nog steeds hoofd van de Raad van Bestuur) zullen ontslag nemen. Met deze kapitaalverhoging wordt alle twijfel rond de financiële situatie van Dexia schijnbaar weggenomen, wat op zich door de gespecialiseerde pers al vrij goed nieuws wordt genoemd.
“Het feit dat de kapitaalverhoging aan 9,90 euro gebeurt is eveneens goed nieuws voor de bestaande aandeelhouders, omdat het aangeeft dat de partijen de intrinsieke waarde van Dexia hoger inschatten dan de beurskoers. Een nadeel is dan wel dat het aantal bestaande aandelen stijgt van 1,156,413 miljoen naar 1,762,473 miljoen, wat zorgt voor een winstverwatering. Indien we rekening houden met deze verwatering komen we uit op een voorzichtig geschatte winst per aandeel voor 2008 van 88 cent per aandeel. Aan een koers van 8 euro komen we dus op een koers-winstverhouding van 9,1. Het aandeel is momenteel correct gewaardeerd en mag behouden blijven.”[2]
Wat Leterme en Reynders – die zichzelf profileren als de redders van de Belgische banken – liefst verzwegen is dat het noodlijdende Dexia bij de redding van 2008 al een staatsgarantie kreeg van 20 miljard euro. Nergens werd gepreciseerd of het hier al dan niet om een tijdelijke staatswaarborg ging, maar anno 2012 is die in elk geval nog niet terugbetaald. Bedoeling in 2008 was om het zwaar verlieslatende FSA verkocht te krijgen. Er circuleerden steeds meer geruchten dat Assured Guaranty inderdaad FSA en zijn portefeuille van 111 miljard rommelkredieten zou willen overnemen voor … amper 722 miljoen dollar, waarvan 361 miljoen dollar cash. Op 7 oktober wordt Pierre Mariani, een protégé van de Franse president Nicolas Sarkozy de nieuwe CEO van de Dexia Groep met een bescheiden (sic) jaarloon van 1 miljoen euro, waar nog eens 2.25 miljoen euro als bonus bovenop komt: vergelijk met de 825,000 euro jaarloon en 1.8 miljoen euro maximale bonus waarop zijn voorganger Alex Miller kon rekenen. Jean-Luc Dehaene wordt hoofd van de Raad van Beheer met een jaarloon van 88,000 euro. Eind 2008 is de koers van het Dexia aandeel, dat in 2006 nog pieken bereikte van meer dan 25 euro, gezakt naar 3.2 euro. Diegenen die eind september intekenden op de kapitaalverhoging met 6.4 miljard euro, en hun aandelen 9.90 euro moesten betalen, zijn dus op een schaamteloze manier gerold. Einde boekjaar kijkt de Dexia Groep trouwens aan tegen een verlies van 3 326 miljoen euro.
2. Op Weg naar de Belfius Bank en de Restbank (2009-2012)
Het mooie verhaaltje dat FSA, inclusief zijn 111 miljard rommelkredieten, kon worden doorverkocht aan Assured Guaranty blijkt een zoveelste handige leugen te zijn geweest als blijkt dat enkel het gezonde deel van FSA werd verkocht en dat het ongezonde deel van FSA nog steeds in portefeuille bleef. Aandeelhouders beginnen stilaan te beseffen dat de Dexia Groep op een immense groep schulden zit, maar wie er navraag naar doet krijgt te horen dat dit niet zo is, dat op 7.7 miljard euro “slechte” obligaties er heus niets aan de hand is. Vraag is dan wel waarom er in de boeken van de groep een Legacy afdeling van 95 miljard euro staat? Het is immers geweten dat er ten tijde van Pierre Richard en Alex Miller Dexia massaal werd belegd in uiterst risicovolle hoogrentende obligaties van onder meer Griekenland, van Spaanse en Italiaanse banken en van de andere PIIGS landen. Toch houdt Mariani tegen beter weten in vol dat de Legacy portefeuille voor 18.8 miljard euro uit AAA obligaties bestaat, voor 29.2 miljard uit AA- obligaties en voor 22 miljard uit A- obligaties. Schoorvoetend wordt toegegeven dat de groep op 25 miljard rommel zit met een BB rating of minder. Vraag is dan natuurlijk wat er nog overblijft van het eertijdse eigen vermogen van 15.7 miljard als de obligatieportefeuille voor 25 miljard uit junk bonds bestaat. Uiteraard krijgen de verontruste aandeelhouders noch van Mariani, noch van Dehaene, een antwoord op die vraag.
In 2009 blijft Dexia maar achteruitboeren, ondanks de euforische berichten die de groep de wereld blijft insturen. De koers van het aandeel zakt op 20 februari tot 1.85 euro en op 5 maart zelfs tot 1.21 euro: diegenen die eind sxeptember intekenden op de kapitaalverhoging van 6.4 miljard zijn ondertussen al bijna 90 % van hun inleg kwijt. Eerder al, op 19 januari verlaagde Moody’s de bank financial strength rating voor Dexia Bank Belgium, Dexia Banque International Luxembourg en Dexia Crédit Locale van C- tot D, waardoor de hele financiële wereld te horen krijgt dat de Dexia Groep in werkelijkheid virtueel failliet is. Ondertussen maakt de Europese Commissie zich steeds meer zorgen over de staatssteun aan de Dexia Groep. Er wordt op 6 februari 2010 beslist dat er een herstructureringsplan moet komen waarbij de groep minstens voor een derde moest afslanken. Een aantal vroegere overnames, onder meer van het Italiaanse Crediop, moet onmiddellijk ongedaan worden gemaakt. In afwachting van een sluitend einrapport voor de Commissie mag de Dexia Groep nog wel zijn twee gezondste takken behouden, nl. de Deniz bank in Turkije en RBC Dexia Services in Canada. Vanaf nu is de ontmanteling van de Dexia Groep dus gestart en is er geen enkele weg meer terug. Begin 2011 zoekt Mariani nog koortsachtig naar een redding van de Dexia Groep. Met La Banque Postale wordt er een akkoord afgesloten over een financiering van 3 miljard euro, in de vorm van obligaties met onderpand. Uiteindelijk verhoogt de operatie alleen de schulden van de groep. Het goed boerende Dexia Israël wordt in april 2011 verkocht tegen een bedrag dat ver onder de intrinsieke waarde ligt.
Toch vindt de Europese Commissie dat de ontmanteling van Dexia te traag verloopt. Midden mei 2011 wordt van de Dexia groep geëist dat ze meer tempo zet achter de verkleining van de balans. Calimero Mariani begint daarop te jammeren dat de versnelde afbouw, onder meer door de uitverkoop van de obligaties in de Legacy portefeuille, de groep 3.6 miljard verlies zal kosten op het eigenste ogenblik dat het eigen vermogen is gedaald tot 10.7 miljard euro. De koers van het aandeel blijft verder ineenstorten tot 0.62 euro eind september. De 6.4 miljard die de Belgische, Franse en Luxemburgse overheden – geld van de belastingbetaler! – in de bodemloze put van de Dexia Groep hadden gestort is hiermee bijna geheel verloren. Wie er in de pers gewag durft van maken wordt meteen met een scheef oog bekeken: het wordt afgedaan als negatieve stemmingmakerij die de beurs negatief … zou beïnvloeden. Vrije meningsuiting, nietwaar.
Op vrijdag 4 oktober 2011 noteert men een ware bankrun op Dexia Bank België als klanten op één dag tijd meer dan 300 miljoen euro spaargelden komen ophalen. De Belgische regering in lopende zaken vindt dat er moet worden ingegrepen, dat de Dexia Groep nog niet hard genoeg aan het infuus van de Belgische Staat hangt, dus besluiten premier Yves Leterme en Financiën minister Didier Reynders de Dexia Bank op te kopen voor 4 miljard euro (uiteraard weer geld van de belastingbetaler) en wordt de rest van de Dexia Groep (ondertussen bijna 300 miljard euro schulden) ondergebrrracht in een bad bank. Reynders echter wil niets horen van die term en wil het liever hebben over de restbank Dexia, omdat het volgens hem helemaal geen slechte operatie is: de restbank moet jaarlijks immers 300 miljoen betalen in ruil voor het deel van de 90 miljard de staatsgaranties die ze bij de oprichting van de restbank gekregen heeft. Op 6 oktober maakte het tweetal Leterme-Reynders de Belg nog wijs: “Redding Dexia kost niets” en “Bad bank is zo slecht nog niet” (zie De Tijd van 8 oktober 2011, p. 4). De Dexia bank, die nu een staatsbank is geworden, zal verder gaan onder de naam Belfius, de restbank onder de naam Dexia Holding. Eind 2011 zal de restbank een balans indienen met een verlies van officieel 11.4 miljard. (Achteraf zal blijken dat de werkelijke verliezen nog 5 miljard hoger lagen en dat sommige activa schromelijk werden overschat). De koers van het aandeel schommelt nu tussen de 0.18 en 0.22 euro, en het aandeel werd ondertussen geweerd uit de BEL20 en de CAC40. Het eigen vermogen, eind 2010 nog 10.7 miljard euro groot, is bij dit alles volkomen weggesmolten en … negatief. Als Jean-Marie de Decker (LDD) dit op de buis openbaart krijgt hij de banbliksems van de nieuwe minister van Financiën Steven Vanackere over zich: hoe durft De Decker zo liegen! Het volstaat nochtans de jaarbalans 2011 van Dexia in te kijken om zwart op wit te zien staan dat het eigen vermogen van Dexia minus 2 018 000 000 euro is. Inderdaad, in het Jaarverslag 2011, p. 90, lezen we:[3]
31.12.2010 31.12.2011
(in miljoen EUR) Financiële verslagen Reglementair Financiële verslagen Reglementair
Eigen vermogen van de Groep 8 945 8 945 (2 018) (2 018)
Minderheidsbelangen 1 783 1 773 1 698 1 698
waarvan kern eigen vermogen 1 858 1 849 1 819 1 819
Waarvan winsten en verliezen niet
opgenomen in resultatenrekening (75) (76) (121) (121)
TOTAAL EIGEN VERMOGEN 10 728 10 718 (320) (320)
Over Dexia wordt nu al jaren schaamteloos gelogen door een stel bewindvoerders dat denkt dat het de problemen tot in Sint-Juttemis onder de mat zal kunnen vegen. Als voorbeeld van struisvogelpolitiek kan het Dexia dossier dus tellen. Ondertussen ging het onderdeel Arcos weldegelijk failliet maar zorgde Yves Leterme van de christelijke zuil er wel voor dat de aandeelhouders, tegen iedere boekhoudkundige logica in, ook tegen de bestaande wetten uit het vennootschapsrecht in, één miljard onder elkaar zullen mogen verdelen. Een ander onderdeel, de Gemeentelijke Holding, ging ondertussen in vereffening. De ontmanteling van de Dexia Holding, als geëist door de Europese Commissie, gaat onverminderd door. Van de drie kroonjuwelen die de restbank begin 2012 nog in portefeuille had – de Canadese RBC Dexia Investor Services, de Luxemburgse Dexia BIL bank en de Turkse Deniz bank – blijft er in oktober 2012 niets meer over: alles werd tegen braderieprijzen uitverkocht.
De Dexia Bil bank werd eigenlijk – op vraag van de Europese Commissie en onder controle van de Eurocommissaris voor Mededinging, Joaquim Almunia – al eind 2011 in de etalage gezet en werd in juni 2012 uiteindelijk voor 90 % verkocht aan het Qatarese Precision Capital en voor 10 % aan de Luxemburgse Staat. Het prijskaartje, 730 miljoen euro, bleef ver onder de verwachtingen. Om de verkoop rond te krijgen moest de restbank wel 175 tot 300 miljoen vers kapitaal in Dexia Bil injecteren. Een ander kroonjuweel van de Dexia Holding, de RBC Dexia Investor Services, dat het in een joint venture met de Royal Bank of Canada voor 50 % bezat, is in juli 2012 tegen een bedrag van 837.5 miljoen euro van de hand gedaan, alweer beneden de verwachtingen. Op 28 september 2012 verkocht de restbank zijn laatste kroonjuweel, de Turkse Deniz bank, voor 3.02 miljard aan de Russische Sberbank. Toch is de Turkse bank verkocht met een verlies van 744 miljoen euro. Wat er nu van het haast compleet ontmantelde Dexia nog overblijft zijn, naast de de onverkoopbare Franse Dexia toren,[4] Dexia Asset Management en Dexia Municipal Agency. Vraagprijs voor Dexia AM is voorlopig 750 miljoen, maar van de kandidaat-kopers – Permira, Bain Capital, Advent International, en CVC Capital Partners – heeft voorlopig nog niet één toegehapt. Vorig jaar schreeuwde Jean-Michel Cappoen van de socialistische vakbond SETC het nog van de daken dat Dexia AM doodgewoon niet te koop was, maar de Europese Commissie die veel minder in sprookjes is geïnteresseerd oordeelde daar dus wel anders over. Van Dexia MA weten we dat de restbank zich hiervan wil ontdoen aan een joint venture tussen De Franse overheid, de Caisse des Dépôts, La Banque Postale en DCL tegen 380 miljoen euro, wat bij verkoop goed is voor een verlies van meer dan een miljard euro.
In de boeken van eind 2011 staat de Dexia Holding met een schuld van 293.1 miljard euro (Jaarverslag 2011, p. 133). Na de algehele ontmanteling mogen we daar 3.02 miljard aftrekken (verkoop Deniz bank), 730 miljoen (verkoop BIL bank), 837.5 miljoen (verkoop RBC Dexia), en straks mogelijk nog eens 750 miljoen (verkoop Dexia AM) en 380 miljoen (verkoop Dexia MA). Maar dan blijft de schuld nog steeds 287.4 miljard! Daartegenover staan dan nog enkel de Franse Dexia toren, 5 miljard tegoeden bij centrale banken en een obligatieportefeuille van 110 miljard (waarvan 25 miljard waardeloze junk bonds). Dat komt neer op een verlies van meer dan 200 miljard en niet van 125 miljard zoals Luc Coene van de Nationale Bank – na een incident met de Kamercommissie – eind april 2012 liet doorschemeren. Op 2 mei betitelde De Tijd een uitspraak van Coene: “Dexia nu opdoeken zadelt ons met verlies van 125 miljard op.”

Pierre Mariani werd op voorspraak van president Sarkozy CEO van Dexia van 2008 tot 2012. Jaarloon 1.6 miljoen euro, prestaties: niets meldenswaard.

Jean-Luc Dehaene, ooit de alom geprezen loodgieter in tal van Belgische regeringen, heeft niet één lekkende buis in de Dexia story kunnen dichten.

Karel de Boeck heeft in augustus 2012 Mariani opgevolgd als CEO van Dexia Holding. Aan zijn competentie wordt niet getwijfeld. Jaarloon 600.000 €.
In de loop van maart 2012 kwam er wel een bijzondere Kamercommissie, onder voorzitterschap van Marie-Christine Marghem (MR), samen over het Dexia débacle, maar, zoals kon worden verwacht, werden er geen schuldigen gevonden voor het grootste financieel schandaal uit de Belgische geschiedenis, en bleef de eindconclusie beperkt tot een reeks nietszeggende aanbevelingen die er net zo goed niet hadden kunnen staan: zozeer dat ze uitmuntten in leeg gewauwel. De cruciale vraag welke klinkklare gek het in zijn lege hoofd haalde dat een klein land als België liefst 60.5 % van de verstrekte staatsgaranties moest waarborgen, tegen amper 36.5 % voor Frankrijk – terwijl het toch duidelijk de Fransen zijn geweest die het ooit zo gezonde Gemeentekrediet hebben uitgeperst als een citroen alvorens Dexia met de meest onmogelijke schulden te overladen – werd trouwens nooit gesteld.
Uiteindelijk droeg de commissie er wel toe bij dat zowel Mariani als Dehaene de eer aan zichzelf hielden en resp. opstapten als CEO en voorzitter van de Raad van Beheer bij Dexia. Na enig geruzie met Frankrijk werd de brave en bekwame Karel de Boeck dan maar de loopgraven in gestuurd als nieuwe CEO aan boord van het gezonken schip. De Boeck, burgerlijk ingenieur en licentiaat economie van opleiding, trad in 1976 in dienst bij de Generale Bank en bleef er, ook na de opslorping van het ASLK, aan de slag. In 1999 werd hij gedelegeerd bestuurder van Fortis Bank nadat die de Generale Bank had overgenomen. Toen Fortis in 2008 ABN AMRO wilde overnemen – iets wat door de bankencrisis nooit zou doorgaan – was hij verantwoordelijk voor de integratie van de Nederlandse bank, later nog even CEO van de Fortis Holding. Eigenlijk komt de benoeming van De Boeck zestien jaar te laat. Hij had in 1996 aan het roer moeten staan van Dexia en niet de lichtgelovige François Narmon. Hij was er de man naar die de zottigheden van Pierre Richard nooit zou hebben geduld. Wat hij nu nog kan komen doen als kapitein van een gezonken schip is een open vraag. Maar misschien is hij er de man naar die gehoor kan verlenen aan het hierna geformuleerde voorstel om de Dexia restbank, gespreid over vijf jaar tijd, te liquideren in plaats van de belastingbetaler te verplichten nog tot in 2062 jaarlijks drie miljard te verkwanselen in de bodemloze putten van de real bad bad bank die Dexia geworden is.
3. Hoe Zit het eigenlijk met de Staatsgaranties voor Dexia?
Vrijwel dagelijks moeten we in de kranten lezen dat België, Frankrijk en Luxemburg 90 miljard euro staatsgaranties hebben gegeven aan de Dexia holding, en dat dit de Belgische belastingsbetaler onomkeerbaar 54.5 miljard zal kosten – dus 5,000 euro per hoofd – als Dexia zou omvallen. Hierbij gaat de pers wel onzorgvuldig om met feiten en cijfers. Men vergeet daarbij al te makkelijk dat de Europese Commissie die waarborgen, die concurrentievervalsend kunnen werken, maar voorwaardelijk heeft goedgekeurd. In afwachting van een definitief rapport heeft Eurocommissaris voor Mededinging, Joaquim Almunia, van de restbank Dexia geëist dat ze snel werk maakt van een algehele ontmanteling. Met de verkoop van Dexia BIL, RPB Dexia Investors, de Deniz bank, en straks ook van Dexia AM en Dexia MA, is daar in 2012 zeker werk van gemaakt. Maar wat absoluut niet vordert is de uitverkoop van de circa 95 miljard obligaties die de restbank in portefeuille heeft, een verkoop die wel eens erg verlieslatend kan zijn gezien de vele rommel tussen die 95 miljard – in elk geval veel hoger dan het cijfer van 7.7 miljard dat de restbank geregeld laat vallen. Nochtans had Dexia begin 2012 ingestemd met het ontmantelingsplan Epsilon dat het zelf in januari bij de Europese Commissie neerlegde. In de loop van het jaar lanceerde Frankrijk – dat duidelijk nood had aan een forse kapitaalverhoging voor DCL – evenwel geheel nieuwe plannen voor de afsplitsing van de Franse dochter Dexma (Dexia Municipal Agency, ook Dexia MA), afsplitsing die in het oorspronkelijke ontmantelingsplan Epsilon goed en wel was voorzien.
Geheel apart van die 90 miljard staatsgaranties die de restbank toegeschoven kreeg op 4 oktober 2011 werden al een eerste keer 20 miljard staatsgaranties overgemaakt aan Dexia in 2008. Vrijwel nergens krijg je te horen wat er met al die miljarden in werkelijkheid is gebeurd. Waren die tijdelijk of niet? De burger heeft er het raden naar.[5] Trouwens, waarom zou hij het moeten weten, van hem/haar wordt enkel verwacht dat hij zijn klep houdt en voor het overige braaf zijn zuurverdiende centjes afdraagt aan de schatkist. Hoe meer, hoe liever, en nooit genoeg. Afgezien van de 20 miljard garanties, die onbetwistbaar definitieve garanties waren, niet gelimiteerd in tijd, waren België, Frankrijk en Luxemburg aanvankelijk maar geneigd de helft van de op 4 oktober 2011 overeengekomen 90 miljard ter beschikking te stellen van de restbank, en dit voor een periode van één jaar. Het ging dus over een tijdelijke garantie van 45 miljard. Die ter beschikking stelling geschiedde met de voorlopige goedkeuring van de Europese Commissie. In de loop van het jaar werd duidelijk dat Dexia minstens nood had aan 10 miljard meer garanties. Dus werden de verstrekte staatsgaranties in de loop van het jaar, op 5 juni, opgetrokken van 45 tot 55 miljard, weer met de voorlopige goedkeuring van de Europese Commissie en liefst zonder dat de pers er weet van kreeg. Dit was buiten de krant De Tijd gerekend en buiten Express.be. Die laatste publiceerde op 6 juni:
“België, Frankrijk en Luxemburg hebben een akkoord bereikt om de tijdelijke staatswaarborgen voor de holding Dexia van 45 miljard euro naar 55 miljard euro op te trekken. Dat heeft de krant De Tijd gemeld. Met die overeenkomst heeft België, dat 60,5 procent van de waarborgen voor zijn rekening moet nemen, zijn verzet tegen de verhoging van het garantiepakket laten varen. Aanvankelijk was voorzien dat de financiering van Dexia met een bedrag van 90 miljard euro aan garanties zou worden ondersteund. Daarover kon echter geen eensgezindheid worden bereikt, waardoor een tijdelijke regeling met garanties voor een bedrag van 45 miljard euro werd overeen gekomen. Nadien werd echter duidelijk dat Dexia wellicht meer dan 45 miljard euro garanties nodig zou hebben, waardoor voorgesteld werd om het bedrag met 10 miljard euro te verhogen. De Franse en Luxemburgse regeringen hadden zich al voorstander getoond van het plan, maar België bleef zich lange tijd verzetten.”
In de eerste helft van 2012 werd het snel duidelijk dat de restbank meer dan 45 miljard nodig heeft om zijn failliet te ontlopen. Luc Coene, gouverneur van de Nationale Bank van België, en ongetwijfeld beter ingelicht over de werkelijke situatie van Dexia dan de gespecialiseerde pers, heeft er tot twee keer toe publiekelijk voor gewaarschuwd dat er vers geld zou nodig zijn om Dexia van een faillissement te redden. De tweede keer werd hem dit door de politici, inzonder door minister-president Kris Peeters van de Vlaamse regering, bijzonder kwalijk genomen, vooral omdat hij het woord “recessie” had laten vallen. In plaats van een antwoord te geven op de vraag van Coene naar vers geld voor Dexia, werd met het woordje “recessie” de aandacht voor het Dexia-probleem handig uit de weg gegaan. Politici waren het er roerend over eens dat het aankondigen van een recessie niet tot de taken van een gouverneur van de Nationale Bank behoort, omdat hij daardoor ’s lands krediet in gevaar brengt. Kan het nog gortiger? Het enige wat politici in de entourage van Peeters en van Financiën minister Vanackere doen is het Dexia probleem nog dieper onder de mat te schuiven, en er met alle middelen voor te zorgen dat de burger geen informatie meer krijgt over de Dexia beerput. Zelfs maar denken dat hij stinkt getuigt van burgerlijke ongehoorzaamheid.
De verhoging van de aan Dexia verleende staatsgaranties van 45 naar 55 miljard, gedaan in de grootste stilzwijgendheid, toont niet enkel aan dat de regering-Di Rupo echt geen kloten aan het lijf heeft, maar ook dat de Belgische pers zijn taak niet correct vervuld. Uiteindelijk werd hier een nieuwe schijf van 6 miljard euro (60.5 %) toekomstig Belgisch belastingsgeld in de bodemloze put van Dexia neergekieperd zonder dat het gros van de bevolking hiervan op de hoogte werd gehouden.
In september werd het echter duidelijk dat Dexia nog steeds niet genoeg had. Verre van te onderzoeken hoe de schulden konden worden verminderd stond Dexia alweer met open handje aan te schuiven om de staatsgaranties, die eind van de maand moesten aflopen, gauw nog maar eens te verlengen. Van een premier zonder kloten, die zich in de rug gesteund voelt door de socialistische president Hollande van Frankrijk, kon men zeker niet verlangen dat hij deze keer keihard “neen” zou hebben gezegd. Toch niet in het zicht van de lokale verkiezingen waar Bergen op burgemeester Elio Di Rupo wacht. Vreemd ook dat Bart de Wever blijkbaar geen enkel weet heeft van de socialistische koehandel achter zijn rug, want als visceraal anti-socialist reageerde hij in het geheel niet op de verlenging van de verstrekte staatsgaranties ten voordele van het virtueel failliete Dexia.
Ondertussen heeft Dexia al 70.8 miljard van de verstrekte staatssubsidies opgebruikt: de 20 miljard van eind 2008 en 50.8 miljard begin september. De interesten die daarvoor moeten worden betaald, 450 miljoen tot 500 miljoen euro, kan Dexia onmogelijk op tafel leggen. De verstrekkers van waarborgen moeten, zo stelde Pierre Mariani bij zijn opstappen, genoegen nemen met 25 miljoen per jaar. Trouwens, bekijk het jaarverslag: Dexia heeft alleen nog maar in 2011 een som van 23 174 000 000, dus meer dan … 23 miljard rentekosten betaald (Jaarverslag 2011, p. 106), hoe zou het dan nog eens 450 miljoen daarbovenop kunnen afdokken? De staatsgarantie van 55 miljard euro werd inmiddels, op 26 september, al voor de tweede keer in 2012 verlengd, nu tot eind januari 2013, zonder dat daarvoor door Dexia een cent werd betaald.
“De tijdelijke staatsgaranties van Dexia zijn door de Europese Commissie voor de tweede keer verlengd en lopen nu tot eind januari volgend jaar. De verlenging was noodzakelijk, want de huidige garanties lopen eind september af. De holding heeft het garantiestelsel nodig om zich te kunnen financieren. Het tijdelijke stelsel voorziet in 55 miljard euro aan garanties, verstrekt door de Belgische, Franse en Luxemburgse overheid. Uit gegevens van de Nationale Bank van België (NBB) blijkt dat de restbank al ruim 50 miljard euro van het pakket garanties heeft gebruikt. De tijdelijke garanties werden afgesproken in afwachting van een definitieve regeling, maar daarover moet er tussen de verschillende overheden nog een akkoord worden gevonden. Joaquin Almunia, Europees Commissaris voor concurrentiebeleid, heeft België en Frankrijk de voorbije dagen al opgeroepen om de onderhandelingen te versnellen. In het definitieve stelsel zou Dexia maximaal 90 miljard euro garanties vragen.”[6]
Wie verwacht dat de minister van Financiën, Steven Vanackere (trouwens helemaal geen vakeconoom, wel een jurist) de burger concreet zal inlichten hoeveel de te verwachten fiscale last per hoofd van bevolking momenteel bedraagt, mocht Dexia goed en wel definitief omvallen, komt bedrogen uit. Hij ontvangt enkel de stilte in alle mogelijke talen. Maar als er reeds 70.8 miljard euro staatsgaranties zijn opgebruikt, en als België daarvan effectief 60.5 % van moet dragen (zoals Leterme en Reynders onder druk van de Fransen op 4 oktober 2011 hebben aanvaard), dan komt dit momenteel al neer op 42.8 miljard of 4,041 euro per Belg.[7] Wat Vanackere de Belg wel opgelucht kwam vertellen is dat de restbank Dexia vanaf januari 2013 (allicht) onder controle zal komen te staan van de ECB, juist alsof alle problemen daarmee definitief van de baan zijn. De Belgische belastingbetaler kan in feite alleen maar hopen dat de Europese Commissie na ontvangst van het definitieve verslag van Dexia, de verstrekte staatswaarborgen grondig zal willen herzien, al is de vrees gewettigd dat Frankrijk zich daartegen met alle middelen zal verzetten.
4. Het Touwtrekken tussen Frankrijk en België om hun Staatsschuld niet te moeten Verhogen met de Schulden van Dexia
Uiteraard is het niet toevallig dat Frankrijk het oorspronkelijke ontmantelingsplan Epsilon dat Dexia bij de Europese Commissie indiende heeft laten vervangen door het plan Epsilon Bis dat in de loop van oktober 2012 aan de Commissie zal worden voorgelegd. Alles draait om de dreigende kapitaalsverhoging bij de Franse Dexiadochter DCL. Hierover publiceerde De Standaard op 8 september 2012 het volgende:
“Wat is het probleem? In het oorspronkelijke financieel plan rekende Dexia erop voor de definitieve staatswaarborgen[8] een veel lagere vergoeding te moeten betalen dan voor de voorlopige staatsgaranties. Die waren volgens de vorige ceo, Pierre Mariani, onbetaalbaar. Dit jaar alleen al kosten de Belgisch-Franse staatsgaranties Dexia 450 tot 500 miljoen euro, terwijl Mariani in zijn plan hoogstens 25miljoen euro had voorzien. Zo niet wordt de restholding Dexia structureel verlieslatend.
Maar dat was niet naar de zin van de staten, die zo geld voor hun begroting mislopen, en Europa, dat al te goedkope staatsgaranties als verkapte staatssteun aanziet. De aandeelhouders van Dexia zoeken dan ook verwoed naar alternatieve oplossingen. Zo wordt overal gezocht naar extra financiële ademruimte die de hoge kostprijs van de staatsgararanties zou kunnen compenseren. Geruchten over een mogelijke verlaging van de peperdure vergoeding voor de ELA-noodkredieten van de centrale bank of een versoepeling van de onderpandvereisten bij de ECB, worden door specialisten echter als ‘onhaalbaar' omschreven. Dan moeten die versoepelingen voor alle Europese banken gelden. Een ander gerucht is dat er al ‘gunstige rekenfouten' bij dochter DCL zijn ontdekt.
Vindt Dexia onvoldoende vers geld voor de dure staatsgaranties, dan wordt een kapitaalverhoging onvermijdelijk. Die zou dan worden doorgevoerd op het niveau van de Franse dochter DCL. Bijvoorbeeld via een achtergestelde lening door moeder Dexia, een van meerdere scenario's om te vermijden dat de miljardenbalans van Dexia na de kapitaalverhoging bij de Franse staatsschuld moet worden geteld.
Maar ingewijden benadrukken dat er sowieso niets zal gebeuren voor november. Dan pas zijn de derdekwartaalcijfers van Dexia beschikbaar en kan de Franse toezichthouder beslissen of en hoeveel vers kapitaal er bij DCL nodig is.
In afwachting zullen de voorlopige staatsgaranties van 55 miljard onveranderd worden verlengd tot eind 2012. Als de eurocrisis niet erger wordt, zou Dexia daarmee voldoende hebben.”
De meest gunstige verwachtingen zijn dat Dexia, dat vorig jaar 11.4 + 5 miljard verlies leed, dit jaar opnieuw 2 à 3 miljard verlies zal lijden wegens de aanhoudende wanprestaties van DCL (Dexia Crédit Local). Als dit verlies niet kan worden aangezuiverd verliest Dexia, dat in geen enkel opzicht kan voldoen aan de bankvereisten als opgesomd in het Basel III bankakkoord, in januari 2013, als de nieuwe Basel richtlijnen van toepassing zullen zijn, zijn banklicentie. Als dit gebeurt is een definitief failliet van Dexia onvermijdelijk en zal België er niet aan ontsnappen de 42.8 miljard staatswaarborg die België tot nog toe aan Dexia gaf, op tafel te leggen. Op dezelfde manier moet Frankrijk dan 36.5 % van de reeds verstrekte 70.8 miljard garanties op tafel leggen, dus 25.8 miljard. Iets wat in het geval van België niet kan omdat dit geld er doodgewoon niet is. Dromen dat Frankrijk daarvan zijn deel op tafel zal leggen is niet evenmin gepermitteerd, ook niet nadat Hollande de Franse presidentsverkiezingen won. In feite gaat het veel verder: zowel België als Frankrijk zouden goed gek moeten zijn om alleen nog maar de 2 of 3 miljard kapitaalsverhoging, benodigd om het noodlijdende DCL overeind te houden, te betalen. Want wat gebeurt er als België of Frankrijk toch de 2 à 3 miljard op tafel zou leggen? Dan verwerft België of Frankrijk het leeuwenaandeel van het kapitaal in de bad bank, zeker nadat die haar kapitaal recentelijk reduceerde tot officieel 500 miljoen. Nu verplicht de wetgeving een aandeelhouder die meer dan 30 percent van het kapitaal in handen heeft een bod uit te brengen op de resterende aandelen. Vermits de beurskapitalisatie van Dexia ondertussen is verschrompeld – niemand van de andere aandeelhouders wil nog een cent in de bodemloze put van Dexia te grabbel gooien – zal Dexia worden verplicht zijn schulden door de staat (België of Frankrijk) te laten consolideren. In mensentaal betekent dit dat de schulden van Dexia (officieel 293.1 miljard) dan moeten worden meegeteld bij de staatsschuld. Dit zegt niet JPVR, dat staat te lezen in De Tijd van vrijdag 27 april onder de titel: “Het horrorscenario: hoe Dexia de Belgische overheidsschuld kan doen exploderen”.
Kortom er hangt iedere Belg allicht 30.000 euro belastingschuld boven het hoofd (dat is 120.000 euro per gezin met twee kinderen) als België Dexia nog meer dan 167 miljoen euro toestopt en zo weigert Dexia te laten failliet gaan. Op dezelfde manier hangt iedere Fransman 4.725 euro per inwoner boven het hoofd of 18.900 euro per gezin van vier mocht Frankrijk hetzelfde doen.[9] Dat is dan het mooie cadeau waarvoor Leterme en Reynders, beiden lid van een regering in lopende zaken, op 4 oktober 2011 hebben gezorgd. Geen wonder dat Vanackere en zijn kliek zich de dood zwijgen om iets over de huiveringwekkende financiële situatie van ons land openlijk mee te delen. Al wie doodgewoon de naakte feiten durft neerschrijven wordt gebombardeerd tot een machiavellist en een populist die electoraal garen wil spinnen uit het complete debacle. Onvoorstelbaar. De belastingbetaler mag niets weten en mag zich straks ruïneren voor het katholieke bastjon dat Dexia altijd was. Zwijgen en betalen blijft de leuze. [Vraagje: wanneer kookt jullie bloed dan eindelijk eens over????]
Hiermee zit Dexia in een pat situatie. Frankrijk en België zijn als de dood nog een cent in de beerput te verkwanselen: het kan de staatsfinanciën compleet naar de bliksem helpen. Het laat zich echter raden dat politici, gehaaid als geen ander om bestaande wetten anders te interpreteren als die toevallig in hun nadeel zijn, ook de consolidatiewet wel zullen omzeilen. Inderdaad:Dexia is een systeembank, één van de 29 in de wereld. Dat impliceert dat als Dexia omvalt financiële instellingen van Alaska tot Tasmanië dreigen mee om te vallen. Het is trouwens uitsluitend te danken aan zijn statuut van systeembank dat Dexia ondanks een negatief eigen vermogen, zijn banklicentie voorlopig niet kwijtspeelt. Maar hoe wordt straks de klip van Basel III, dat strengere kapitaalnormen aan alle banken zal opleggen, omzeild? Geen kat die het weet.
Wel zijn zowel Frankrijk als België voor de dood om DCL straks vers kapitaal toe te stoppen: de Fransen speculeren erop dat de Belgen genoeg watjes zijn om het in hun plaats te doen, en de Belgen vinden dat dit een typisch Frans probleem is dat de Fransen maar zelf moeten oplossen. Het taktrekken rond de verkoop van Dexma, initieel toch voorzien in het Epsilon plan, is symptomatisch voor de hele situatie. Dexma is immers het vehikel dat in Frankrijk kredieten verstrekt aan de lokale besturen, de historische taak van de Dexia Groep sedert haar ontstaan in 1996, en nog veel langer van het vroegere Gemeentekrediet. Dexma afstoten is voor Dexia zowat hetzelfde als zijn ziel aan de duivel verkopen. Allicht moet de Europese richtlijn dat Dexma geen nieuwe kredieten meer mag verkopen aan de Franse lokale besturen – een richtlijn die dateert van 8 juli 2012 – omdat het bedrijf nog volop in ontmanteling zit, in die zin worden geïnterpreteerd: het is een vorm van Europese druk op de bad bank om zich nu eindelijk eens van Dexma te ontdoen, iets wat de bad bank Europa al beloofde sinds januari 2012. Uiteindelijk ging het om amper 1.6 miljard trekkingsrechten die werden geblokkeerd. Ondertussen heeft La Banque Postale wel voorgesteld twee miljard kredieten voor lokale besturen vrij te maken in afwachting dat Dexma afgestoten wordt van Dexia.
Vraag blijft uiteraard hoe de bad bank moet overleven nu alle renderende kroonjuwelen moesten worden verkocht, nu er in het eerste kwartaal al weer 1.2 miljard verlies werd geboekt en nu DCL geen geld meer heeft om verdere kredieten te geven en nu de rentekosten nog steeds meer dan 23 miljard bedragen. Eén Karel de Boeck of zelfs tien Hjalmar Schachts kunnen onmogelijk een andere oplossing zien dan dat de bad bank zo snel mogelijk moet worden geliquideerd. De uitdovingsplannen waarover de minister van Financiën, Steven Vanackere, het heeft moeten lopen tot … 2062. Ondertussen staat vast dat de verliezen, in het meest gunstige geval, jaarlijks met 2 à 3 miljard zullen oplopen, hoe hard Coene ook staat te schreeuwen dat het veel minder zal zijn. Kortom het uitdovingsverhaal is een schoolvoorbeeld van complete krankzin.
5. Voorgestelde Oplossing voor de Dexia-Crisis
Tot nog toe liggen er drie scenario’s op tafel om de tijdbom onder Dexia te ontmijnen. Het eerste komt van Bernard Ardaen die als insider een verhelderend boek over Dexia schreef. Zijn voorstel komt er op neer Dexia zijn banklicentie laten verliezen en er een hedge fund van te maken. Een oplossing voor de massale schulden lijkt dit echter niet, omdat het als hedge fund de risico’s enkel nog vergroot. Het tweede komt van Geert Noels die stelt dat België zich bij de onderhandelingen schromelijk heeft laten rollen door de Fransen en dat er blijkbaar deals werden gesloten achter gesloten deuren waardoor het voor de Belgische ministers onmogelijk wordt de verhouding 60.5/36.5 te heronderhandelen. Hij begrijpt dat de schuldenlast van Dexia – een ponzisysteem bij uitstek – veel te groot is opdat de oplossing van een klein land als België zou komen. De oplossing moet van Europa komen, maar daar is de solidariteit veel te gering om met concrete plannen over de brug te komen. Het derde scenario, allicht het meest werkbare komt van de Gentse hoogleraar financiële economie Koen Schoors. Volgens hem is duidelijk dat de oplossing van Europa moet komen door Dexia aan het infuus van het Europese Noodfonds EMS te hangen in afwachting dat de Dexia schulden via coco’s worden geconverteerd in kapitaal. Dit laatste was een voorstel in De Tijd. Nu het Duitse Grondwettelijk Hof op 12 september 2012 geoordeeld heeft dat het Noodfonds niet in strijd is met de Duitse Grondwet, op voorwaarde dat het Duitse aandeel in het 700 miljard euro tellende EMS niet meer dan 190 miljard euro bedraagt, lijkt daar inderdaad iets voor te zeggen. Alleen is ondertussen gebleken dat er minstens 2,000 miljard zou nodig zijn om verdere interestverhogingen in de probleemlanden te voorkomen, of toch minstens 750 miljard indien men zou werken via het Schacht systeem met quasigeld, en blijft er geen ruimte meer over om nog eens 293 miljard te gebruiken voor het delgen van de huidige Dexia schulden.
Zoals de zaken er nu voorstaan kan er doodgewwon niet worden begonnen met de vereffening van de Dexia bad bank omdat van de reeds verstrekte staatsgaranties ten belope van 70.8 miljard een klein land als België 42.8 miljard voor zijn rekening moet nemen tegenover slechts 25.8 miljard voor het zes keer grotere Frankrijk. Nog langer wachten is ook geen oplossing, want binnen de kortste keren zal de geldwolf Dexia de hele toegezegde 90 miljard staatsgaranties verkwanselen om de Franse brand van DCL te blussen. Alsdan moet België 54.5 miljard op tafel leggen, tegen amper 32.8 miljard voor Frankrijk. Zoveel is duidelijk dat de 60.5 %/36.5 % verhouding tussen België en Frankrijk absoluut moet worden herzien. Dat kan op twee manieren.
De eerste is de meest elegante. Bij Eurocommissaris voor Mededinging Joaquim Almunia moest de Belgische regering al lang een dossier hebben ingediend dat de 60.5 %/36.5 % verhouding een schoolvoorbeeld is van concurrentievervalsing. Waarom zouden de Fransen, die door de megalomanie van Pierre Richard een initieel gezond bedrijf als Dexia naar de bliksem hebben geholpen er proportioneel zoveel minder moeten betalen dan de Belgen? Waarom moeten de Belgen per hoofd minstens zeven keer meer betalen om een systeembank overeind te houden – en zo te beletten dat andere (Europese) door de faling van die bank in moeilijkeden komen – dan Fransen die hetzelfde doen? Hier zou moeten gewerkt met eenzelfde verhouding als het BBP van de twee landen zich tegenover elkaar verhouden. Aangezien het Franse BNP 5.95 keer groter is dan het Belgische zouden de reeds verbruikte 70.8 miljard euro staatsgaranties moeten worden verdeeld als 10.1 miljard voor Belgie (i.p.v. 42.8 miljard) en 60.7 miljard voor Frankrijk (i.p.v. 25.8 miljard); zouden de opgebruikte garanties ondertussen de 90 miljard hebben bereikt, dan zou de verdeling 12.9 miljard voor België moeten zijn (i.p.v. 54.5) en 78.1 miljard voor Frankrijk (i.p.v. 35.5). Dit lijkt een minimum minimorum.
Zou Europa, dat zich in het verleden meer dan eens liet rollen door Frankrijk, dit redelijk voorstel van de hand wijzen, dan is er een tweede, minder elegante mogelijkheid. Dan moet de Belgische regering Frankrijk voor een Belgisch tribunaal sleuren met de bewering dat de 60.5 %/36.5 % overeenkomst, die Leterme en Reynders onderschreven, aangetast is door vormgebreken. Enerzijds kan men aanvoeren dat een verborgen agenda met chantage van Frankrijk tot zulke compleet onredelijke verdeling heeft geleid. De Belgische Staat moet inderdaad met alle mogelijke middelen het akkoord over de verdeling van de garanties betwisten. Als zelfs koning Boudewijn werd toegestaan zich tijdelijk onbekwaam te verklaren in het abortus dossier, dan is desnoods de geestelijke onbekwaamheid van Leterme & Cie op het moment van de ondertekening aantoonbaar. Het aangegane akkoord kwam tot stand door chantage van Frankrijk – chantage waarvan de burger blijkbaar niets mag weten, chantage die achter de schermen plaats greep. [In plaats van Pierre Richard jaarlijks een pensioen uit te keren van 583 000 euro zouden hij en zijn kompanen voor een correctioneel tribunaal moeten worden gesleurd.] De rechtbank zou het akkoord nietig kunnen verklaren zodat het geheel opnieuw onderhandeld kan worden.
Pas als de verhoudingen worden herzien en worden herleid tot verhoudingen tussen het BBP van beide landen kan er daadwerkelijk aan een oplossing worden gewerkt. Veel liever dan vijftig jaar lang miljarden van de burger te verkwanselen in een bodemloze put – in munteenheden van nu makkelijk meer dan 200 miljard euro – moet de Europese Unie zijn verantwoordelijkheid opnemen voor het Dexia débacle en vermijden dat het failliet van Dexia in Europa een nieuwe bankencrisis op gang brengt. Het zijn pure fabels dat een compleet ontmanteld Dexia, dat nog steeds drijft op een berg van schulden, dat niet meer in staat is van winsten te regenereren, levensvatbaar kan blijven, a fortiori niet vijftig jaar lang zoals de sprookjesgids van Steven Vanackere & Cie het wil.
De bad bank moet wel vermijden dat door haar failliet andere banken omvallen. Momenteel heeft ze nog steeds 106 miljard schulden aan andere kredietinstellingen. Die moeten dus bij voorrang worden betaald. Dat kan door de bad bank te vereffenen over een periode van vijf jaar, en door Frankrijk, België en Luxemburg de som van 106 miljard te laten ophoesten, in evenredigheid met hun BBP, eveneens gespreid over vijf jaar. De verdelingssleutel zou dan zijn 1 (België), 5.95 (Frankrijk) en 0.12 (Luxemburg). Alsdan zou de bijdrage in de 106 miljard zijn verdeeld als 15 miljard voor België (geeft 3 miljard per jaar, is gemiddeld 281 euro per burger per jaar), 89 miljard voor Frankrijk (geeft 17.8 miljard per jaar, is gemiddeld 280 euro per burger per jaar) en 2 miljard voor Luxemburg (geeft 400 miljoen per jaar, is gemiddeld 781 euro per burger per jaar[10]). De overige schulden – ongeveer 180 miljard euro – zouden dan voor de helft kunnen worden terugbetaald na algehele liquidatie van de activa, dit ook gespreid over vijf jaar.
De drie staten zouden vijf jaar lang een Dexia belasting kunnen heffen waardoor de armsten veel minder dan het gemiddelde zouden moeten betalen, de rijksten veel meer dan het gemiddelde.
Op die manier komt men tot een ernstige vereffening waarbij (1) een nieuwe bankcrisis vermeden wordt en waarbij (2) de niet-bancaire schuldeisers eindeloos meer kunnen recuperen (de helft van hun tegoed) dan wat ze ooit hadden durven dromen. De verliezers zijn natuurlijk de aandeelhouders die door de beheerders jaren zijn bedot geworden, al is het niet onmogelijk dat de waarde van het aandeel tijdens de vereffening oploopt.
Het is essentieel in te zien dat de Dexia-crisis onmogelijk kan worden opgelost als de verdeelsleutel voor de staatsgaranties niet wordt afgeschaft. Hierbij zou de Europese Unie ontzettend veel meer hebben kunnen doen dan wat ze nu deed. De ontmanteling van de bad bank heeft de schulden nauwelijks kunnen verminderen en heeft de bad bank niet langer levensvatbaar gemaakt. Europa mag niet dulden dat de schrik voor een nieuwe bankcrisis desnoods nog een halve eeuw aansleept. Een vereffening over vijf jaar is het enig haalbare, maar dan moet de Commissie durven Frankrijk – de grote boosdoener in het hele Dexia verhaal – volop voor zijn verantwoordelijkheid te plaatsen. Overigens, was datzelfde Frankrijk, niet de grootste schuldige voor de huidige eurocrisis? Had het destijds niet gepleit om Griekenland, Italië en België, ondanks een staatsschuld van meer dan 100 %, in de eurozone op te nemen, en had het zich niet met klem verzet sancties te nemen tegen al die lidstaten die het Verdrag van Maastricht aan hun laars lapten, dan was Europa nooit in de vele problemen versukkeld waarin het nu terecht kwam. Niet Griekenland is het vergif voor de eurozone. Dat vergif heeft overduidelijk een naam: La France.
BESLUIT
De in dit boek voorgestelde maatregelen om de vier crises aan te pakken zijn ongetwijfeld “out of the box”, maar bieden op zijn minst een uitweg voor de problemen waar België en Europa voor staan. Ze zijn in ieder geval de moeite van het bestuderen waard en moeten in vakkringen ter discussie kunnen worden gesteld. Politiek situeren de oplossingen zich in de links-liberale hoek en leunen ze aan bij het libertaire gedachtengoed. Het zijn heel zeker niet de enig mogelijke oplossingen, er zijn er vast wel andere en betere denkbaar, maar het zijn op zijn minst oplossingen en die hoor ik nergens bij de gevestigde politieke partijen. Wat België betreft oogst het op politiek vlak wat het zelf gezaaid heeft. Men kan een bevolkingsgroep die in een land de meerderheid heeft in het Parlement niet blijvend kleineren door het voor meer dan de helft in de oppositie te duwen. Bart de Wever – rechtlijnig, eerlijk, consequent, spiritueel, geestig – heeft uit deze grove miskenning van het Vlaamse volk electoraal garen kunnen spinnen. Jammer genoeg hebben noch hij, noch de kaders van zijn partij, ook maar embryonaal enige oplossing voor de diverse crises in portefeuille. Een walk over van N-VA bij de federale verkiezingen van 2014 zou in dit opzicht een economische ramp zijn voor België. Maatregelen als een verhoging van de BTW, als voorgesteld door N-VA, hollen de al zo zwaar getroffen concurrentiekracht van de Belgische economie alleen mzaar verder uit. En door de uitkeringen van langdurig werklozen stelselmatig te verminderen schep je geen werkgelegenheid, maar hol je de private koopkracht enkel verder uit waardoor je een land in crisis alleen nog maar dieper in de shit duwt.
Hoegaarden en Strombeek-Bever
5 september – 30 september 2012
[1] Geweten is dat Pierre Richard, afgezien van torenhoge bonussen, zich tussen 2000 en 2006 een jaarloon van 775,000 euro liet uitbetalen. Bij zijn opstappen in 2006 werd voorzien in een pensioen van 583,000 euro per jaar gedurende 20 jaar. Dit wordt nog steeds uitbetaald. Ook verwierf hij een extra recht van 600,000 euro per jaar boven zijn reeds fenomenaal hoge wettelijke pensioen.
[2] Commentaar van beursanalist Willem de Meulenaer op 1 oktober 2008.
[3] Cijfers tussen haakjes in een balans zijn negatief. “(2 018) staat dus goed en wel voor een negatief eigen vermogen van minus 2.02 miljard euro, wat Steven Vanackere ook uit zijn nek moge kletsen.
[4] De Belgische toren aan het Brusselse Rogierplein, 82.500 m² groot, ging over naar de Belfius bank, en maakt geen deel meer uit van het vermogen van de restbank. Belfius heeft geprobeerd die voor 225 miljoen euro te verkopen, maar uiteindelijk
[5] Dat er in 2008 weldegelijk minstens 20 miljard staatsgaranties werden verleend aan Dexia valt af te leiden uit volgende tekst die het doorgaans goed ingelichte Express.be op 12 september 2012 publiceerde: “De voorlopige staatswaarborgen voor de holding Dexia zijn opgelopen tot 50,8 miljard euro. Dat heeft de krant De Tijd gemeld. Er wordt aan toegevoegd dat er op korte termijn voor 1,5 miljard euro aan garanties zijn bijgekomen. Het is volgens de krant de eerste keer dat de voorlopige staatswaarborgen voor de restbank de grens van 50 miljard euro hebben overschreden. Het plafond van die voorlopige staatswaarborgen bedraagt 55 miljard euro. Samen met de oude waarborgen van vier jaar geleden is het totale bedrag aan opgenomen garanties opgelopen tot 70,8 miljard euro. Het is bijna drie jaar geleden dat die garanties nog meer dan 70 miljard euro bedroegen. België draagt 60,5 procent van de waarborgen, waardoor het land inmiddels voor 42,8 miljard euro aan Dexia is blootgesteld. De resterende garanties worden gedragen door Frankrijk en Luxemburg”. Ook De Tijd heeft het over 20 miljard oude staatswaarborgen die nog dateren van het eerste reddingsplan voor Dexia in 2008.
[6] Express.be van
[7] Dus voorlopig nog niet de 54.5 miljard euro waarvan de pers altijd spreekt, maar toch al een heel flink stuk daarvan: 42.8 miljard euro. En geen kat in de regering-Di Rupo die zich daar schijnbaar zorgen over maakt. En als Luc Coene van de Nationale Bank dit wel doet, dan moet hij daarover in de toekomst beter zijn mond houden.
[8] Hier gaat het om de 20 miljard staatsgaranties, niet gelimiteerd in tijd, die Dexia eind 2008, bij de kapitaalsverhoging van 6.4 miljard euro van België, Frankrijk en Luxemburg ontving.
[9] Dat de gemiddelde Fransman zoveel minder moet betalen dan de gemiddelde Belg komt natuurlijk omdat er 63,498,000 Fransen zijn tegenover slechts 10,680,000 Belgen.
[10] Dat de doorsnee Luxemburger zoveel meer moet betalen dan de doorsnee Belg of de doorsnee Fransman is een gevolg van het feit dat diezelfde doorsnee Luxemburger twee en een half keer meer verdiend dan de doorsnee Belg of doorsnee Fransman.
Lid worden van Rossem? www.rossem.org