07-05-13

Kwetteren in Wetteren!

Evacueren, terug naar huis, terug evacueren. Het lijkt wel alsof men pingpong met de inwoners van Wetteren aan het spelen is. Als er al communicatie is dan is het al een even grote ramp als de treinramp zelf. Buiten de radiozenders van de openbare omroep is hedt huilen met de pet op.

Als er in Nederland een ramp gebeurt onderbreekt men de uitzendingen op een net, meestal Nederland 2, de uitzending en geeft men zolang het moet uitleg. Verder zenden ze daar persconferenties rechtstreeks uit en kan je parlementaire commissies volgen via de site van het parlement of op het kanaal Politiek 24 van de NOS.

Het valt mij op dat zowel VRT als VTM, die normaal toch kickt op dit soort toestanden, bitter weinig brengen in hun journaals. Gestuurd door bovenaf? Ik hoop van niet, maar ik vrees ervoor.

De bevoegde ministers en de provinciegouverneur worden vandaag ondervraagd door een parlementaire commissie. Heeft er iemand daar al iets over gehoord? Je kan het niet eens volgen op de site van het parlement.

Ik heb de tijd van de Herald of Free Enterprise meegemaakt, toen bestonden er nog geen satellietwagens en moest Reddy De Mey zelf nog de stekker van een zender insteken om in Brussel gehoord te worden, beelden kwamen pas de dag later op de buis.

In plaats van een mislukte zender als "Op 12" op te starten, had men het geld en de middelen dat ze bij de VRT hebben in een nieuws/documentaire zender gestoken. Een Belgische CNN dus of naar onze normen een Radio 1 maar dan met gepraat en beelden in plaats van met muziek ertussen.

En dit hoeft echt niet zoveel te kosten, zeker niet als de openbare omroep dat doet. Die hebben toch al een grote redactie, veel cameramensen, journalisten en captatiewagens die elke dag de been op zijn.

Misschien moet men wel nog een paar nieuwsankers extra aanwerven als men de klok rond wil draaien. En als er ook extra techniekers moeten komen geen probleem, je kan ze van het failliete Alfacam overnemen.

Je kan er ook voor kiezen om na 22.00 uur enkel nog live te gaan als het nodig is, de nacht kan opgevuld worden met herhalingen van de dag zelf of documentaires.

Ik ben voor een sterke pers, is een versterking van onze democratie. En bij rampen kunnen ze nog zeer nuttig zijn ook. Mijn voorstellen zijn misschien naiëf, maar ik denk wel dat een debat hierover op zijn plaats is.

Ten slotte nog iets over de ramp zelf. Dat geen enkele ramp simpele oplossingen heeft dat klopt, maar hert geklungel dat we hiier gezien en gehoord hebben slaat echt alles.

Eerst was er geen gevaar voor de bevolking nog geen kwartier later ging men evacueren. Ik heb de indruk dat niemand in het begin wist wat de trein vervoerde. Zelfs de machinist niet, anders was die niet beginnen blussen. Ook de burgemeester, gouverneur en brandweer waren niet op de hoogte volgens mij. Waren die op de hoogte was er meteen begonnen met evacueren.

Maar het is nu aan het gerecht om dit alles uit te zoeken. En voor het gesproken dagblad, zo noemde men de journaals op tv vroeger, heb ik maar één boodschap: doe wat meer moeite in het vervolg. Nu kan je alleen nog maar persconferenties uitzenden en af en toe een extra nieuwsuitzending geven als het nodig is. En zend de bijeenkomsten van vergaderingen van het parlement hierover desnoods uit op jullie websites.

Ga ervoor, informeer de burgers van dit land!

19:00 Gepost door Ben Willems in Actualiteit | Permalink | Commentaren (0) | Tags: columns, pers, wetteren, ramp, cnn, media op 12, parlement, kamer, herald of free enterprise | |  Facebook | |  Print | |

03-05-13

Minder schoolvakantie en meer leren?

De CD&V wil dat de grote vakantie van negen naar zes weken wordt gebracht omdat kinderen snel vergeten zijn wat ze gedurende het jaar geleerd hebben. Volgens veel leerkrachten klopt dit wel maar of iedereen tevereden is met dit voorstel betwijfel ik.

Ik hoorde al een hoteleigenaar van de kust verklaren dat dit voorstel niet kan omdat zij dan grote verliezing zouden leiden. Ook de verlofdagen spreiden over het jaar kon voor hem niet omdat het dan minder goed weer is.

Voor veel ouders komt dit voorstel wel goed uit, die zien de school toch maar als een opvangplaats. En als 'den opvang' dicht is moeten zij thuis blijven of elders naar opvang zoeken en dat kost meestal geld.

Nu negen weken verlof is wel veel, maar ik denk dat dit niet zomaar zonder overleg kan aangepast worden. Er zullen bijvoorbeeld door dit voorstel minder jobstudenten zijn tijdens de zomerperiode en dat kan op den duur sluiting voor sommige zaken betekenen.

Sommige onderwijsspecialisten stellen voor om iedere school afzonderlijk te laten beslissen of ze minder verlof geven of het huidige verlof handhaven. Ik denk dat dit dan onoverzichtelijk wordt of je moet wie minder grote vakantie heeft later op vakantie laten gaan. Dan heeft het voorstel één voordeel, minder overlast op onze wegen in het begin van de zomerperiode.

Wel jammer dat kinderen zo tegen elkaar worden opgezet, "dienen van hiernaast heeft meer vakantie dan ik" en dat blijkbaar het presteren veel belangrijker is geworden dan het spelenderwijs leren. Blijbaar moeten onze kinderen nu al leren dat ze later zullen moeten werken tot aan hun dood en liefst zonder al teveel vakantie.

Binnen een paar jaar staat boven iedere schoolpoort te lezen: 'Arbeit macht frei'.

Ik vernam van iemand die verkeerslessen geeft via een mobiel verkeerspark (met gocarts, fietsen, verkeerslichten, verkeersborden enz...) geeft dat een juffrouw kwam klagen dat ze "het educatieve" niet inzag van zo'n lessen waarin men op een speelse manier de realiteit natbootst.

Nu mag dat mens blij zijn dat ik er niet was. Van mij had ze te horen gekregen dat ik geen enkele school ken met educatieve waarde, je leert immers toch pas iets in het echte leven. Een school geeft de basis mee, de rest, het belangrijkste, leer je in het echte leven.

Dus ik zou zeggen minder achter de schoolbanken en dat kan perfect in schoolverband. Meer budget voor schoolreizen of uitstappen en dat hoeft niet ver te zijn. Waarom gaan kinderen van het basisonderwijs niet meer op bezoek bij bedrijven? Zo krijgen ze een beeld wat er zoal op de markt is.

Waarom gaan scholen niet eens naar hun gemeentehuis zodat ze weten welke diensten er zijn, wat ze allemaal kunnen doen voor hen? En laat hen ook kennis maken met de burgemeester die hen kan uitleggen wat politiek en democratie is.

Ik ken scholen die dat doen, andere scholen komen buiten de zwemles zelden buiten. Misschien moet men een aantal uitstappen opnemen in het verplichte leerplan.

Helaas moet ik toegeven dat de vakanties niet meer zijn wat ze vroeger waren. Wij gingen vroeger met de kinderen vanuit de buurt spelen, nu zie je dat nauwelijks nog. Het is al pc en tv wat telt, de speelpleintjes zijn op de meeste plaatsten leeg. Scouts en chiro klagen klagen over het feit dat sommige ouders komen klagen dat hun kinderen vuil zijn als ze s' avonds thuis komen.

Ik zat niet bij een jeugdbeweging maar samen met de Jan van den apotheker, Michelleke en andere gasten uit de buurt maakt wij een kampen in Den Dreef in Leefdaal, leerden sjorren, gingen wij kikkers vangen en deden nog allerlei leerijke dingen. Daar stond geen meester of juf bij. Maar nu zijn de meeste kinderen zich na een week al aan het vervelen.

Moet men de schoolvakantie dan toch niet aanpassen aan de jeugd van tegenwoordig? Ik denk het niet, wat men wel kan doen is de schoolgebouwen meer als ontmoetingsruimte voor de jeugd inzetten. Daar kan men een speelse zomerschool inrichten, daar zou men stagaires voor kunnen inzetten onder begeleiding van een vaste leerkracht die dat op vrijwillige basis wil ondersteunen.

Men moet met die kinderen dan in de buurt op stap gaan, de ouders staan dan wel in voor de kosten als ze bijvoorbeeld gaan zwemmen of voor de bus en trein indien ze die gebruiken. Bij regenweer kan je ze op een speelse manier en in samenspraak met de leerlingen zelf dingen kunnen aanleren. Kinderen met leerproblemen zouden op die dagen bijscholing kunnen krijgen.

Kinderen die niet naar die zomerschool gaan en tijdens het schooljaar moeilijkheden hadden met bepaalde vakken moet men maar wat huiswerk geven. Dat deed men in mijn schooltijd ook en ik heb daar nog niemand aan dood weten gaan. Trouwens, in ons land zijn er in de zomerperiode toch veel regendagen, dan kan je dat huiswerk maken.

Maar laat die negen weken en zorg dat er genoeg keuze is om die nuttig in te vullen. Je weet zo dat er weerstand zal komen als je aan het verlof van de mensen begint te morrelen. Het zijn maar een paar voorstellen die ik doe. Ik doe het niet voor mij, want ik heb geen kinderen, ik doe het voor het welzijn van de maatschappij. Snif.

12:14 Gepost door Ben Willems in Actualiteit | Permalink | Commentaren (0) | Tags: columns, vakantie, onderwijs, scholen, cd&v, jobstudenten, zomer, zomerschool, schoolvakantie, ouders, leerlingen, leerkrachten, leefdaal | |  Facebook | |  Print | |

24-04-13

Stop eens met dat geklaag!

Na de Sinksenfoor zijn nu de Gentse Feesten aan de beurt. Ook daar willen buurtbewoners een klacht indienen bij de rechter om de feesten te verbannen uit de stad.

Ik roep alle rechters op om bij elke klacht van overlast van een evenement, speeltuin of wat dan ook maar naar één ding te kijken. Wie of wat was er het eerst. Wie in de buurt van bijvoorbeeld een speeltuin komt wonen zou geen enkel recht mogen hebben om bij een rechter klacht neer te leggen.

Dit geldt ook voor festiviteiten, bestaan die al heel lang dan heeft wie daar achteraf is komen wonen volgens mij geen enkele juridische poot om op te staan.

Maar de gemeenten moeten ook naar de bevolking gaan als ze ergens bijvoorbeeld een speeltuin willen inrichten of als ze een festiviteit op willen starten.

Helaas gaan er altijd klagers en zagers zijn, maar ik heb weet van een project dat al jaren door één persoon wordt tegen gehouden. Eén persoon, terwijl er in de straat tientallen mensen wonen. Dit kan toch niet echt de bedoeling zijn.

Eenmaal duidelijk is dat alle procedures correct zijn gevolgd zou men volgens mij enkel nog een klacht kunnen inleggen als meer dan de helft van de buurtbewoners akkoord gaat.

Ik weet dat advocaten zullen huiveren van mijn voorstellen, maar die hebben schrik om geld te verliezen. Zij worden rijk van verzuurde mensen.

Want daar gaat het om. De meeste van die klagers zijn verzuurde mensen die buiten zichzelf en wat familieleden liever niemand in hun buurt willen. Ik kom ze zelf regelmatig tegen. Soms heb je zin om voor hen een stevige koord te gaan kopen. 

Ooit was er een koppel die naast een school ging wonen en naar de rechter stapte omdat de bel te luid ging. Altublieft zeg! Ga dan daar niet naast wonen hé zeg! Of ga werken overdag!

Ik ken ook zo'n jong koppel dat klaagt dat de kinderen of de wieltjes van hun caddy's te luid zijn als ze naar school komen. Ik moet mij inhouden om hen niet door te verwijzen naar de VDAB of een plaatser van ramen met dubbel glas.

Natuurlijk ga ik niet ontkennen dat er op sommige plaatsten problemen zijn. Ik vraag mij ook af of een feest een week of veertien dagen moet duren. Drie dagen is wel dragelijk. In Leuven hebben wij Marktrock, nog nooit is daarvoor een klacht bij de rechter toegekomen.

De optredens zijn ten laatste om middernacht gedaan, er wordt meteen afval geruimd en ga zo maar door. We hebben meer last van stomdronken studenten die luidkeels zitten te zingen, fietsen omvergooien, ruitenwissers plooien en nog meer fraaie dingen uithalen tijdens de nacht van donderdag op vrijdag.

Wij sakkeren daar wel eens over of bellen als het echt uit de hand loopt naar de politie. Maar naar een rechter lopen? Die mensen hebben wel wat beters te doen dan zich bezighouden met wat verzuurde straatburgemeesters.

18:07 Gepost door Ben Willems in Actualiteit | Permalink | Commentaren (0) | Tags: columns, gent, gentse feesten, klagen, klacht, sinksenfoor, justitie, rechtbank | |  Facebook | |  Print | |

21-04-13

Enkele reis Syrië graag!

groeten-uit-syrie1.jpg

Steeds meer moslimjongeren vertrekken uit ons land om in Syrië te gaan vechten met groeperingen die samenwerken met Al Qaida of andere terroristische groeperingen. De imams klagen dat ze de jongeren niet meer in de hand hebben.

Het valt mij trouwens op dat we, buiten de ouders van Jejoen, een tot moslim bekeerde Belgische jongen, geen enkele ouder zijn of haar beklag horen doen. Nu van mij is iedereen vrij om te doen wat hij wil.

Maar als een geloof of ideologie erop uit is om mensen de dood in te jagen, dan komt men mij tegen. Roepen dat God/Allah of hoe je je imaginair vriendje ook wil noemen, liefde is maar dan wel oorlogen starten of mensen als kanonnenvlees sturen ter meerdere ere van dat imaginair vriendje, daar walg ik van.

Om problemen door het geloof in te dijken bedacht ik volgende oplossingen: 

  1. Op ieder boek dat van ver of dichtbij met religie te maken heeft zou men op de kaft moeten zetten: "kan uw lichamelijke en gezondheid ernstige schade toebrengen".
  2.  Men moet sensibiliseringcampagnes opstarten om mensen aan te zetten te stoppen met geloven.
  3. Ook moet de regering geld geven aan verenigingen die mensen helpen om te stoppen met geloven. 
  4. Ook moeten de ziekenfondsen de antigeloofsstickers terugbetalen.
  5. De prijs van het stoelengeld in de kerk moet drastisch omhoog gaan om het geloven te ontraden. 
  6. Onze kerken, moskeeën en tempels moeten geloofsvrij zijn, wie wil geloven moet dat thuis doen of op de stoep.

Alle gekheid op een stokje, tegen gekke gedachten is helaas niet veel te doen. Net als je een racist niet kan doen geloven dat niet alle buitenlanders slecht of crimineel zijn, kan je een gelovige niet uitleggen dat hij in iets zit te geloven dat door de mens werd uitgevonden en per definitie niet waar kan zijn. Zowel bij de racist als bij de gelovige doe ik al heel lang geen moeite meer om hen te "bekeren".

Dus zolang die ouders niets van zich van zich laten horen of geen moeite lijken te doen om hun kind terug te halen ga ik ervan uit dat ze het goed vinden dat hun kind vecht in Syrië. Dus van mij hebben die gasten die daar willen gaan vechten een ticket 'enkele reis' naar Syrië genomen. Van mij mogen ze daar blijven, boven of onder de grond.

Ik heb respect voor ouders die wel moeite doen om hun zoon veilig te laten terugkeren en ik begrijp dat je je kind liever veilig bij je hebt maar als het je niet wil volgen zal je het toch los moeten laten. Ook al is het gebrainwasht door die achterlijke pippo's (dacht eerst mongolen te schrijven, maar die gebruiken geen geweld en zijn slimmer) van Sharia4Belgium.

Ik weet dat deze column voor sommige hard en harteloos zal overkomen, maar het leven is hard en wie kiest voor geweld moet achteraf niet komen huilen dat hij gewond is geraakt. Dat zijn de risico's van de keuze die men gemaakt heeft. 7

Er zijn al jongeren gestorven toch heb ik hun familie niet horen klagen. Bon, maar verwacht dan ook niet dat onze regering een vliegtuig gaat sturen om de lichamen terug te halen.

Oorlog is hard, veel harder dan deze columns. Je kan misschien gekwetst zijn door mijn woorden maar niet gewond. Mijn pen kan vlijmscherp zijn, maar mijn woorden zullen niemand vermoorden.

00:49 Gepost door Ben Willems in Actualiteit | Permalink | Commentaren (0) | Tags: columns, syrië, sharia4belgium, islam, moslims, geloof, religie | |  Facebook | |  Print | |

11-02-13

Krijgt paus Benedictus XVI een gouden handdruk?


Paus Benedictus XVI kondigde vandaag aan dat hij ontslag neemt op 28 februari. Krijgt Zijne witte schijnheiligheid met het potske nu een vetbetaald pensoen of krijg hij een gouden handdruk van enkel miljoenen euro's?

Ik ben blij dat hij nu vertrekt of we kregen situaties zoals bij de vorige paus waarbij men er in Rome op den duur aan dacht om Gert Verhulst aan te trekken om er op zijn Samsons toch nog wat leven in te krijgen. "Gertje geef nog eens een tosti", "Neen pauske, het is een hostie."

De vorige paus zat op het einde zo scheef op zijnen troon dat zelfs de grootste ongelovige, lees: ik, nog compassie mee kreeg.

Hopelijk trekt de kerk nu een jongere, modernere CEO aan. Eentje die niet vindt dat homoseksualiteit een bedreiging voor de wereld is, eentje die niet vind dat condooms een bedreiging voor Afrika zijn, eentje die niet tegen abortus is voor verkrachte vrouwen en eentje die het celeibaat afschaft of tenminste vrouwen meer rechten binnen de kerk geeft.

Kortom geen persoon van euthansiegerechtigde leeftijd meer, maar ja die bestaan niet binnen de kerk vanwege het verbod op euthanasie. Dus zullen we weer een oude man als paus krijgen. Eén ding kan je ze niet verwijten, dat ze niet lang genoeg werken.

Nu begrijp ik waarom pater...euh... minister Vanackere van CD&V wil dat we allemaal blijven doorwerken tot zowat aan onze dood.

Maar de katholieke gelovigen moeten zeker niet vrezen dat Benedictus XVI in een OCMW-rusthuis moet gaan leven tot aan zijn dood. Neen, hij mag in het Vaticaan blijven. Zo hoeft hij niets in te boeten wat zijn levenstandaard betreft.

En wie gaat zijn opvolger zijn? Een soort Obama? Ik zou iemand kiezen uit Jamaica. Dan wordt de hostie vervangen door een joint en gaan we zeker een geestelijk verruimde kerk krijgen. Sommigen gokken op een latino. Zo'n macho die de vrouwen in de kerk, zeker de nonnetjes wat moderner kan gaan kleden zodat we een uitdagende kerk krijgen.

Wie het ook wordt mij en velen met mij zijn toch niet meer te overtuigen om terug bij de kerk te komen. Dan moeten ze vrouwen en holebi's gelijkwaardig behandelen, gebruik van pil of condooms promoten en dingen als abortus en euhthansie toestaan. Zover zal geen enkele paus willen gaan.

21-01-13

Weg met slechte wetten!


Parlement en regering dreigen bij hun wetgevend werk ten prooi te vallen aan populisme en doen veel te weinig moeite om een volwaardig beleid te voeren. Dat zegt Edgar Boydens, voorzitter van de Orde van Vlaamse Balies, in zijn nieuwjaarstoespraak. De voorzitter verwijt de wetgevers dat ze te veel inspelen op de publieke opinie en te weinig een fundamenteel debat aangaan.

Die man heeft groot gelijk. Ik pleit reeds jaren voor een onafhankelijke commissie die wetten, decreten en ordonanties toetst aan de haalbaarheid, controleerbaarheid en grondwettelijkheid. Zo'n commissie zou ook kunnen instaan om oude wetten te moderniseren of indien nodig te laten schrappen.

Zo'n commissie moet werkingsmiddelen krijgen vanuit het parlement en moet bestaan uit rechters, advocaten, juristen en een mensen uit de Raad van State. Er mogen geen politici in zetelen. De commissie kan indien nodig experten horen om een duidelijk beeld te krijgen over hoe bepaalde wetten beter gemaakt kunnen worden.

Natuurlijk moeten de aanpassingen uiteindelijk gestemd worden in het parlement. Maar ik zou het advies van de commissie bindend maken. Zij kunnen uiteraard wel gehoord kunnen worden door het parlement om eventueel tot een gezamelijke oplossing te komen moesten er discussies zijn.

We hebben te maken met een bende emo-politiekers die enkel nog de stem van de hardst roependen of de opiniemakers in de media volgen. Wetten moeten gemaakt worden omdat er nood aan is, niet omdat er vraag naar is.

Kijk maar naar het wet rond de GAS-boetes (GAS=Gemeentelijke Administratieve Boetes). Op zich was het de bedoeling om bepaalde kleinere misdrijven die meestal door het teveel aan werk van de rechtbanken niet werden behandelt toch te bestraffen. In het begin werden er van bovenaf dingen opgesomd zoals hondenpoep, sluikstort, wildplassen en wildplakken. Dat die dingen bestraft worden kan iedereen begrijpen denk ik.

Maar iets later mochten de gemeenten zelf er dingen aan toevoegen en toen is het natuurlijk misgelopen. In sommige gemeenten mag je nu niemand meer laten schrikken, niet met kartonnen dozen schuiven, picknicken op kerktrappen, niet meer met je voeten op de banken zitten en ga zo maar door. Kortom, in sommige gevallen ken je van pestwetten spreken.

Moest er een soortgelijke commissie zijn zou de GAS-wet niet zo uit de hand zijn gelopen zijn. Ook ben ik er zeker van dat de politici beter zouden nadenken alvorens ze een wet maken. De commissie zou hen hierbij perfect kunnen helpen.

Iedere burger moet zogezegd alle wetten kennen. Zelfs advocaten kunnen dat niet omdat er zowat elke week wel een wet bijkomt of wordt aangepast. Keep it simple, is duidelijk een spreuk dat onze politici nog niet kennen.

21:38 Gepost door Ben Willems in Actualiteit | Permalink | Commentaren (0) | Tags: columns, wetten, edgar boydens, parlement, gas, gas-boete, gas-boetes | |  Facebook | |  Print | |

20-01-13

NMBS, he mut doar nie fyra oep zen! NMBS, je moet daar niet fyra op zijn!


Wat een gedoe rond de Fyra! Toen hij nog reed was je met de wagen nog sneller in Nederland dan met de Fyra. Het liep al van in het begin fout met die trein. Er werden maar een paar testen gedaan op een parcours dat voor het oog van de media werdt ontrokken.

Ook het gebruikelijke ritje vooraf met de pers is er nooit geweest. Dan moet je natuurlijk niet stom staan dat de media nog kritischer dan anders naar deze trein zullen kijken. Met andere woorden er was van in het begin al nauwelijks communicatie over de Fyra.

En toen de trein echt ging rijden begon de miserie meteen. Sommige ritten vertokken te laat of kwamen nooit op hun bestemming aan. Soms gingen de deuren van de treinen niet open en als klap op de vuurpijl verloor een treinstel onderdelen tijdens het rijden. Ook met het winterweer hebben ze het moeilijk om te rijden. 

Beestenwagons blijken dus steviger te zijn dan de Fyra.

Het bedrijf dat de Fyra heeft ontworpen en gemaakt, AnsaldoBreda, maakte er zich gemakkelijk vanaf met een excuusbriefje. Ondertussen staan de reizigers letterlijk in de kou.

De NMBS kan maar één beslissing nemen: weg met de Fyra en terug oerdegelijke treinen inzetten. De reizigers willen denk ik liever op een veilige iets tragere trein zitten dan op een snelle onveilige trein.

De oude slogan van de NMBS "met de trein zou je er al zijn" gaat in het geval van de Fyra dus zeker niet meer op. Hun slogan "met de trein is altijd een beetje reizen" gaat vooral voor het woord "beetje" op.

In West-Vlaanderen zouden ze zeggen "NMBS, he mut doar nie fyra oep zijn".

17:28 Gepost door Ben Willems in Actualiteit | Permalink | Commentaren (0) | Tags: nmbs, fyra, columns, ansaldobreda, trein | |  Facebook | |  Print | |

24-10-12

Ford Genk sluit in 2014!


Toen ik vanmorgen wakker werd in Londen, waar ik op vakantie ben, door een smsje kon ik niet geloven wat ik las. "Ford Genk sluit in 2014, bijna 10.000 mensen verliezen hun baan". Tienduizend mensen op straat in één bedrijf!

Ik denk dat de meeste politieke partijen het nu al in hun broek beginnen doen omdat het in 2014 ook nog verkiezingen zijn. Je mag er zeker van zijn dat dit dan een weerbots zal geven in de verkiezingen. Wie zijn werk verliest zal zeker geen positieve stem uitbrengen.

Maar er gaan er nog velen na Ford Genk volgen. Er is nu al sprake van ontslagen bij Coca Cola, Dupont, De Lijn, Dow Chemical Tessenderlo (http://www.vandaag.be/binnenland/108294_dow-tessenderlo-s...) en nog wat andere bedrijven. Wie dacht dat de crisis voorbij was mag nu wakker worden uit die droom en is welkom in de economische nachtmerrie.

Ja nachtmerrie, omdat je merkt dat steeds meer mensen schrik hebben voor hun baan en zich zelfs afzetten tegen degene die hen vroeger beschermden, de vakbonden, omdat ze vrezen dat door op te komen voor uw rechten de bazen de boel sluiten.

Het zijn niet de vakbonden die ervoor zorgen dat een fabriek sluit. Het zijn de bazen die enkel nog maar met één ding bezig zijn. Zoveel mogelijk geld verdienen en moesten ze kunnen dan zouden ze de slavernij terug willen invoeren. Daarom proberen sommige bedrijfsleiders hun personeel monddood te maken en wie niet wil zwijgen vliegt buiten of als er teveel zagen dan sluit men de fabriek.

En ja, de loonkost is te hoog, maar in dit geval ging het niet om de loonkost. Want in Duitsland waar men vanaf 2014 de wagens die men nu nog in Genk maakt gaat maken zijn de kosten duurder. Maar ja, Ford is een Duist bedrijf en dat moet koste wat het kost gered worden. Europees denken ja, maar wel nadat we eerst "eigen volk eerst" hebben gedacht.

En hoe kunnen we er dan voor zorgen dat we dit soort toestanden in de toekomst kunnen vermijden? Door bijvoorbeeld de vennootschapsbelasting te verlagen van 30% naar 20%, de BTW te verlagen van 21% naar 19% en de parafiscale lasten op de lonen met 10% te laten dalen. Nog andere voorbeelden kan u hier vinden: http://www.partijrossem.be/partijprogramma/economie.html

Maar helaas zullen deze voorstellen alleen niet kunnen helpen zolang bedrijven, en zeker de bedrijven die hier zitten maar die in buitenlandse handen zijn (de meeste dus) tijdens economische crises zich terugtrekken naar het land van herkomst.

En zeggen dat de meeste van die bedrijven door de notionele interest nu al in ons land bijna geen belastingen betalen. Je kan je dan afvragen of er niets anders aan de hand is dan geldgewin. Om dan nog maar te zwijgen over het feit dat een groot deel van de hier gemaakte winsten worden doorgesluisd naar de landen van herkomst.

Wordt dit land nog wel geleid door onze eigen ministers? Ik vrees van niet. Door de uitverkoop van onze eigen openbare nutsbedrijven (Electrabel, Belgacom...) en private bedrijven (banken, Inbev, Telenet....) in de jarten tachtig hebben we ervoor gezorgd dat we kwetsbaar zijn in tijden van crisis.

Voorbeeld: moest Electrabel nog een overheidsbedrijf zijn, konden we meer winsten zelf binnenrijven en doen met de kerncentrales wat we willen. Maar neen, privatiseren was de boodschap in de jaren tachtig en al de openbare bedrijven waar de regering het voor het zeggen had moesten de deur uit. Gevolg, geen controle meer.

Nu ben ik van oordeel dat een overheid niet al teveel bedrijven in beheer moet hebben maar wel nutsbedrijven zoals een energiebedrijf, een communicatiebedrijf en een openbare omroep. De rest mag privé van mij.

Ik wens alle mensen van Ford Genk en de toeleveringsbedrijven veel sterkte toe in deze moeilijke tijden. En ik hoop dat er deftige regelingen kunnen worden getroffen die het vertrek enigsinds vergemakkelijken. Ander werk vinden in de eerste plaats, pensionering waar kan en pas in laatste plaats brugpensioen. Want de tijd dat iemand op 45 jaar in brugpensioen kon gaan is al een tijdje voorbij. En maar goed ook. Maar ik vind wel dat alle mensen een afscheidspremie moeten krijgen gelijkstaand een een volledig brutto jaarloon. Kwestie van Ford te doen boete voor deze onlogische, puur nationalistische beslissing.

Ben Willems, Londen.

10:51 Gepost door Ben Willems in Actualiteit | Permalink | Commentaren (1) | Tags: columns, ford genk, sluiting, 2014, ontslagen, ontslag, genk, ford | |  Facebook | |  Print | |

22-10-12

Gaat Ford Genk dicht?


De Amerikaanse autobouwer Ford wil zijn fabriek in Genk indien mogelijk eind 2013 sluiten. Dat heeft de Duitse krant Frankfurter Allgemeine Zeitung bevestigd gekregen "in bedrijfskringen". De groep houdt volgens de krant rekening met stevig verzet van de vakbonden. http://www.hln.be/hln/nl/1316/Autobedrijven/article/detai...

De sluiting van de vestiging in Genk zou in het voordeel van de Ford-fabriek in Keulen kunnen zijn, zo merkt de krant op. Daar wordt nu enkel de kleine Ford Fiesta gemaakt. Het zou echter ook mogelijk zijn dat Ford het Amerikaanse Mondeo-zustermodel gaat invoeren vanuit de Verenigde Staten.

Bij Ford Genk werken 4.300 mensen, en indirect hangen nog eens meer dan 5.000 banen bij toeleveranciers af van de autofabriek, blijkt uit cijfers van technologiefederatie Agoria. Overigens is er deze week geen activiteit bij Ford Genk. De fabriek ligt stil, aangezien er deze week economische werkloosheid was gepland.

Bijna tienduizend mensen op straat, tijdens mijn ronde kwam ik vandaag drie mensen van verschillende bedrijven tegen die hun baan verliezen op het einde van de maand omdat hun bedrijf failliet gaat of wordt overgenomen door een buitenland bedrijf zonder personeelsleden.

Wie zoals de Franse president Hollande zegt dat het einde van de crisis in zicht is dwaalt. http://www.nu.nl/economie/2935854/eurocrisis-volgens-holl...

De crisis is nog niet op zijn hoogtepunt en er gaan nog banen verloren gaan. Je hoeft echt geen econoom te zijn om dat te zien. Ik begrijp dan ook niet dat sommige politieke partijen meer inzitten met het splitsen van dit land of dingen als confederalisme. De burgers willen liever hun banen behouden dan het land nog meer naar de verdoemenis te zien gaan. Daar moet het over gaan en niet over iets anders!

Door het land te splitsen zal je de crisis niet oplossen, want dat kost ook geld omdat de staatschuld moet opgesplitst worden. Alle regeringen moeten samenwerken om het voor bedrijven makkelijker te maken om banen te vrijwaren.

Hoe dat kan? Door bijvoorbeeld de vennootschapsbelasting te verlagen van 30% naar 20%, de BTW te verlagen van 21% naar 19% en de parafiscale lasten op de lonen met 10% te laten dalen. Nog andere voorbeelden kan u hier vinden: http://www.partijrossem.be/partijprogramma/economie.html

"Eerst de mensen dan de rest", dat zou de algemene politieke slogan moeten zijn en niet "eerst de politiek en dan misschien de mensen".

Wij zijn een klein land en zijn teveel afhankelijk van de economie en hebben bijna geen bedrijven meer die in Belgische handen zijn. Van zodra een buitenlands bedrijf hinder voelt zijn ze weg. En de Duitsers denken aan zichzelf en de vraag is of je hen dat kwalijk kan nemen. Een Belgisch bedrijf zou hetzelfde doen.

Alleen merk je dat steeds meer bedrijven naar het buitenland trekken omdat de loonkost daar veel lager is. Dus aan de loonkost moet iets worden gedaan. http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=DMF...

Onlangs hoorde ik van een buschauffeur dat De Lijn van plan is om 300 mensen te ontslaan om te besparen. En dit terwijl nog maar een paar maand geleden via affiches op de bussen werd opgeroepen om bij hen te komen werken.

En als ik N-VA mag geloven gaan zij waar ze een burgemeester leveren het met minder gemeentepersonee doen om te besparenl. Als de politiek zelf al mensen op straat zet moeten ze zich niet verwonderen als bedrijven hetzelfde doen.

21:32 Gepost door Ben Willems in Actualiteit | Permalink | Commentaren (0) | Tags: columns, failliet, ford genk, genk, ford, ontslagen, economie, de lijn | |  Facebook | |  Print | |

11-10-12

Vrijwilligers bij de politie? Het failliet van de politie!


Philip Pirard, de korpschef van de lokale politie van Hasselt, wil onze politiediensten versterken met vrijwilligers. De top van de lokale en de federale politie en minister van Binnenlandse Zaken Joëlle Milquet (cdH) zeggen niet neen tegen het voorstel. Dat schrijft De Tijd. http://www.vandaag.be/binnenland/107252_politie-overweegt...

"Politiemensen krijgen steeds meer taken", aldus Pirard. "Tegelijk leven we in budgettair moeilijke tijden. Veel mensen gaan met pensioen en de pensioenlasten stijgen zienderogen. Bij de brandweer werken we toch al langer met vrijwilligers? Waarom niet bij de politie?"

Pirard denkt er bijvoorbeeld aan vrijwilligers in te zetten om het verkeer te regelen, parkeerboetes uit te schrijven en grote evenementen in goede banen te leiden. Wapens zullen ze evenwel niet dragen. De uitrusting van een gewone agent bestaat immers uit handboeien, pepperspray en een matrak.

Eerder schreef ik al over het feit de men gemeenschapswachters wil inzetten bij het beboeten van foutparkeerders via GAS-boetes. http://columns.skynetblogs.be/archive/2012/09/15/worden-g...

Ik stel me de vraag wat de "echte" politieagent dan nog wel moet doen. Gewoon wat rondrijden in hun combi of gaat men eindelijk eens terug werk maken om de wijkagent in ere te herstellen? Want dat laatste is zeker nodig. Ik schreef er volgend stuk over: http://columns.skynetblogs.be/archive/2012/06/25/hoe-zou-...

Ik vraag me af waarom destijds de hulpagenten dan werden omgevormd tot agenten van de politie. Als het kind maar een naam heeft. Het is in feite simpel, men wil gewoon de prijs drukken en ik ben ervan overtuigd dat het ook geen goeds zal doen aan de kwaliteit van het werk.

In Leuven zijn er parkeerwachters gekomen om het werk van de politie te verminderen. Deze mensen moeten zich laten uitschelden of erger nog op hun gezicht laten slaan tegen een laag loon en zonder dat ze iets kunnen doen wegens geen wapens of bevoegdheid.

Ik stel me de vraag of die vrijwilligers bij de politie een deftige opleiding zullen krijgen en of ze niet zullen ingezet worden om zoveel mogelijk GAS of andere boetes te schrijven om de gemeentekas te spijzen.

Men zou beter meer adminstratieve krachten aannemen om pv's uit te typen zodat de politeagenten meer de straat op kunnen. Want horen we niet iedere verkiezingen dat er meer blauw op straat moet komen?

Neen, door te vragen achter vrijwilligers geeft men het failliet van de politie toe.

Natuurlijk begrijp ik dat ze in Hasselt vrijwilligers bij de politie willen. Ze hopen waarschijnlijk dat die minder extra vergoedingen in hun zakken steken of minder corrupt zijn.

04-10-12

Rechtzaak aan uw broek? Geen nood, de politiek helpt u.


Veli Yüksel, lijsttrekker voor CD&V in Gent, is als Vlaams Parlementslid tussengekomen in een rechtszaak. 'Een poging tot beïnvloeding die niet strookt met elementaire regels van de scheiding der machten', zegt oud-vrederechter Jan Nolf. http://www.demorgen.be/dm/nl/3625/Verkiezingen-2012/artic...

  
media_l_5211158.jpgEdelachtbare, ik richt u dit schrijven om uw aandacht te vragen voor het dossier van de heer X." Zo begint de brief die Veli Yüksel op 30 september vorig jaar stuurde aan de vrederechter van het vierde kanton in Gent. Wat volgt is een uitgebreide beschrijving van de situatie van de bewuste man.

Het gaat om een echtscheidingsprocedure, waarbij de echtgenoot het huwelijk nietig wil laten verklaren op grond van een schijnhuwelijk. Yüksel vertelt hoe de man zijn vrouw verwijt dat ze de omgangsregeling voor hun kind niet respecteert en dat ze het kind "tracht te gebruiken als pasmunt" voor haar regularisatie, aangezien haar verblijfsrecht werd ingetrokken. "In de hoop dat u bovenstaande elementen in overweging wilt nemen, groet ik u met de meeste hoogachting", luidt het als afsluiter.

Scheiding der machten, nooit van gehoord zeker mijnheer Yüksel? In een normaal land kon hij moest hij ontslag nemen als Vlaams Volksvertegenwoordiger, in dit land hoeft een politicus die een fout maakt gewoon sorry zeggen.

En mocht hij die man dan niet geholpen hebben? Jawel, maar enkel door hem door te verwijzen naar de bevoegde instanties. Voor de rest mocht hij niets doen.

Hoe moet een rechter die zo'n brief krijgt zich voelen. Als hij de man gelijk geeft zal men zeggen dat hij een CD&V-er is, geeft hij de vrouw gelijk dan kan dit gezien worden als een afrekening tegen de politicus. en geeft hij de zaak uit handen zal men zeggen dat het zaakje stinkt.

En ik geloof heus niet dat dit de enige keer is dat een politieker een brief schrijft naar een al dan niet "bevriende" rechter. Daarom zou in de wet moeten staan dat elke breifwisseling, van wie dan ook, in het dossier moet komen. Dan hebben alle partijen inzage en kunnen er indien nodig maatregelen worden genomen.

senaat.jpgNu is hij heus niet de enige volksvertegenwoordiger die zijn functie ge(mis)bruikt. Zo kreeg ik een paar maand geleden verkiezingsdrukwerk van Danny Pieters van N-VA in de bus, omdat ik toen nog secretaris was van een wielerclub. Alle Leuvense sportclubs kregen zo een brief in de bus.

Hij gebruikte hiervoor de titel "ondervoorzitter Senaat. Ook de enveloppe en het briefpapier was van de senaat en draagt als titel De Ondervoorzitter (hiernaast de enveloppe). Het is volgens de wet verboden om op kosten van het parlement verkiezingsdrukwerk te verspreiden.

Maar blijkbaar mogen machtsgeile politici iets meer dan anderen. Niewaar Danny? Maar geen haan die er blijkbaar naar kraait. Buiten deze haan dan.

Ik kreeg van een politica van CD&V de vraag om dit niet openbaar te maken omdat zij de senaatsvoorzitter Sabine De Bethune (ook CD&V) op de hoogte ging brengen. Maar ik heb daar niets meer van gehoord, daarom breng ik het hier alsnog.

22:11 Gepost door Ben Willems in Actualiteit | Permalink | Commentaren (0) | Tags: columns, gent, brief, rechter, gerecht, danny pieters, n-va, cd&v, sabine de bethune, veli yüksel | |  Facebook | |  Print | |

Geef maar GAS (boetes)!


De laatste dagen is er nogal wat te doen omtrent het feit dat de regering de bedragen van de GAS-boetes (Gemeentelijke Administrieve Sanctie, ook wel overlastboete genoemd) verhoogd en de leeftijd waarop iemand zo'n boete kan krijgen verlaagd van 16 naar 14 jaar. http://www.hln.be/hln/nl/957/Binnenland/article/detail/15...

Ik ben voorstander van GAS-boetes zolang deze pas in laatste instantie worden gegeven. Eerst moet men alle middelen zoals terugbetalen van gemaakte schade bij vandalisme of alternatieve straffen bij de gemeentediensten geven. Pas als dat niet helpt kan men boetes geven vind ik.

Er is een uitzondering waarbij boetes wel meteen kunnen: wie eerder al een straf of boete kreeg moet bij herhaling meteen een boete krijgen. Wie niet horen wil moet voelen.

Wat de verlaging van de leeftijd betreft kan ik uit ervaring, ik mag zelf ook GAS-boetes uitschrijven, zeggen dat er bij jongeren meestal een bemiddelingspoging wordt ondernomen door de GAS-ambtenaar (persoon die bepaald hoe hoog de boete is). SP.a wil trouwens de leeftijd nog verlagen naar 12 jaar. Dat vind ik toch jong, is het dan niet beter om ook die ouders eens aan te pakken? Iedereen weet toch dat het uiteindelijk de ouders zijn die de boetes zullen betalen.

Ook weet ik dat maar in de helft voor de GAS-PV's er een boete wordt gegeven, bij de eerste keer blijft het in de meeste gemeenten bij een schriftelijke verwittiging. Behalve als de politie de GAS-boete schrijft, dan is het meestal van de eerste keer bingo.

Ook kan het niet zo zijn dat er voor het minste een boete wordt gegeven. In Leuven kreeg er ooit iemand een overlastboete omdat hij ziek werd en kotste op de openbare weg. Zo'n dingen zijn echt uit den boze. http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=BQ1...

Ik begrijp dat de rechtbanken minder werk willen en daarom de gemeenten bevoegd zijn gemaakt om zelf boetes te schrijven voor kleinere vergrijpen als sluikstorten, vandalisme en hondenpoep, toch ben ik van oordeel dat er beroep moet mogelijk zijn, iets wat nu niet zo is. Je kan wel een brief schrijven dat je iets niet gedaan hebt, maar als de gemeente zegt betalen, dan is het zo. Partij en rechter tegelijk zijn, dat was toch verboden bij wet?

Ook de Liga voor Mensenrechten plaatst ernstige vraagtekens bij het gebruik van gemeentelijke administratieve sancties, de zogenaamde GAS-boetes. Dat heeft de organisaties vanavond laten weten. De Liga is net als ik van mening dat het principe van de scheiding der machten wordt opgeheven. http://www.demorgen.be/dm/nl/989/Binnenland/article/detai...

In Leuven worden die boetes vooral aan studenten die voor overlast zorgen als ze uitgaan. En dat dit nodig is bewijst onderstaand artikel. De fakbars bleven zefs een nacht dicht omdat het de spuigaten uitloopt met de overlast van studenten. Het is voor de eerste keer dat zelfs de studentenverenigingen doorhebben wat er aan de hand is in Leuven. De laatste jaren is het alleen maar erger geworden. http://www.demorgen.be/dm/nl/989/Binnenland/article/detai...

Wat ik ook niet begrijp is dat sommige politietaken, zoals foutief parkeren, onder de GAS-wet vallen. De minister van Binnenlandse Zaken wil nu zelfs de gemeenschapswacht-vaststellers inschakelen voor die taak. Iets waarvoor die mensen niet zijn aangenomen (moest een preventief iets worden) of opgeleid. http://columns.skynetblogs.be/archive/2012/09/15/...

Ze hebben er trouwens de middelen niet voor moesten ze aangevallen worden. Politieagenten hebben een wapen, knuppel en pepperspray, gemeenschapswachten hebben een balpen, een map en een handtas. Schoenmaker blijf bij uw leest is de boodschap. Gelukkig mogen wij, gemeenschapswachten nu enkel GAS-PV's opstellen voor wildplakken.

Ik hoop dat we binnenkort niet een filmpje op Youtube zullen zien waarin politieagenten en gemeenschapswachten te zien zijn met daarover het (aangepast) liedje van Urbanus "Wij zijn de mannen die de GAS-boetes schrijven, de klinken repareren en de burgers ambeteren". 

20:13 Gepost door Ben Willems in Actualiteit | Permalink | Commentaren (0) | Tags: columns, gas, gas-boete, boetes, leuven, politie, gemeenschapswachten | |  Facebook | |  Print | |

24-09-12

De Oostenrijkse school en de crisis. (Deel 2: DSGE modellen en beoordeling)

1. Een grappig Toeval: de Oostenrijkse School en de DSGE modellen[1]

Er is bepaald iets grappig aan de Oostenrijkse School. Vanaf de begindagen van Carl Menger werd het onderzoek gestuurd in de richting van de micro-economie. Al heel vlug werd de economie de studie hoe consumerende gezinnen – later noemde men ze “agents”, handelende subjecten – hun nuttigheid konden maximaliseren; hoe andere agents, producenten, hun kosten minimaliseerden, gegeven een technologisch productiesysteem; en hoe weer andere agents, nu centrale bankiers, rentes konden optimaliseren door minder of meer geld in omloop te brengen. Aanvankelijk was de demarcatielijn tussen de theorieën van de Oostenrijkse School, en de meer mathematisch ingestelde neoklassieke economie van Augustin Cournot, Léon Walras of Vilfredo Pareto nogal vaag, bij zoverre dat overzichtsschrijvers van economische leerstelsel (geheel ten onrechte) de neiging hadden de Oostenrijkse School te beschouwen als een eigen­zinnig epifenomeen van de verwiskundigde neoklassieke school. Niet enkel vertrokken beide leerstelsels van een micro-economische benadering, bovendien gingen ze er beiden van uit dat de vrije werking van de markten er automatisch voor zorgden dat er op de markten een algemeen evenwicht moest bestaan tussen vraag en aanbod. Waar dit niet het geval was konden enkel kortstondige verstoringen van het algemeen evenwicht optreden, bijvoorbeeld als er meer geproduceerd werd dan er afgenomen werd (overproductie als stoorzender) of als het aanbod van arbeidskracht groter was dan de vraag ernaar (werkloosheid als stoorzender). Noch door de Oostenrijkers, noch door de neoklassieken, werd de fameuze wet van Say in twijfel getrokken: het aanbod creëerde via de invisible hand (van Adam Smith – in 1776 de grondlegger van de economische wetenschap) toch steeds weer zijn eigen vraag.

Eind 1929 zorgde een beurskrach op Wallstreet voor het begin van wat men later de Grote Depressie zou noemen. Ondertussen waren de Oostenrijkers, eerst met Ludwig von Mises, later met Friedrich Hayek, en de neoklassieken, nu met Alfred Marshall, later met Arthur Cecil Pigou, hun eigen weg gegaan en werden het twee duidelijk afgescheiden leerstelsels, waarbij de Oostenrijkse School het lelijke eendje werd en de neoklassieke economie de prins. De beurskrach leidde tot allerlei drama’s en de werkloosheid nam proporties aan die werkelijk ongezien waren. Op de financiële crisis volgde een structurele crisis van persisterende overproductie, waaraan maar geen eind wilde komen. De invisible hand leek samen met Jean-Baptiste Say inderhaast zijn koffer hebben gepakt om geruisloos naar de noorderzon te verdwijnen. Uiteindelijk zou, op het Duitsland van centrale bankier Hjalmar Schacht na, de westerse wereld pas uit de crisis geraken na de Tweede Wereldoorlog, toen eerst de wapenwedloop, later de wederopbouw de overproductie compleet liet verdwijnen.

In 1936 waren Say en de invisible hand nog steeds spoorloos. Dat werkte ene John Maynard Keynes, een econoom die op de beurs goed had geboerd, zozeer op de zenuwen dat hij in een vlaag van woede zijn General Theory on Employment, Interest and Money publiceerde en er de vloer aanveegde met de op de vlucht zijnde Say en diens van Adam Smith geërfde invisible hand. Het werd het begin van een daverende revolutie in het economisch denken en de neoklassieken kregen een eersterangs begrafenis. Noch bloemen, noch kransen, of ’t zou van de voorvader van Herman Decroo moeten zijn geweest.

Het keynesiaanse denken had het voordeel dat het zich liet uitdrukken in een hoog aantal identiteitsvergelijkingen en een lager aantal stochastische vergelijkingen, als later uitgeschreven door onder meer Nicholas Kaldor (1937), John R. Hicks (1937), Roy F. Harrod (1939), Evsey Domar (1946), Paul A. Samuelson (1948), Alvin Hansen (1953), Abba Lerner (1951) en talloze collega’s, met zijn allen onder de noemer van “keynesianen” samen­gebracht. Zij werkten simpele groeimodellen uit van slechts een paar vergelijkingen – modellen die moesten berekenen hoe men het algemeen evenwicht kon herstellen. Die modellen werkten, als gezegd, niet enkel met identiteitsvergelijkingen waarvan de uitkomst nimmer onzeker is (het gaat immers om definities), maar daarnaast ook met variabelen waarvan de uitkomst onzeker is. Zulke variabelen noemt men stochastieken en bij elke stochastische variabele hoort een stereotype kansverdeling. Vaak gaat het om een normaalverdeling, maar bij abnormale gebeurtenissen (bijvoorbeeld aardbevingen) kan het om een Poison verdeling gaan; in nog complexere gevallen om een Bayesiaanse kans­verdeling. Het verloop van aandelenkoersen, van wisselkoersen, van consumptieverwach­tingen, etc. wordt beschreven door stochastische reeksen. Met “stochastisch” wordt hier dus bedoeld dat de uitkomst van een waarneming onzeker is en eigenlijk afhangt van de bijhorende kansberekening.

 

Toen Lord Keynes door de socialisten met vlag en wimpel als de redder des vaderlands, neen, van alle vaderlanden, werd binnengehaald kwam het nooit meer goed tussen liberale en libertaire aanhangers van de Oostenrijkse School en de keynesianen. Na de uitbraak van de petroleumcrisis eind 1973 werd snel duidelijk dat het keynesiaanse wonderzalfje van de openbare werken volledig opgebruikt was. Socialisten van allerlei allooi stopten het bedrijfsleven pakken geld toe (men denke te onzent aan de fameuze Plan-De Wulf toen ondernemers voor iedere frank nieuwe investeringen door de overheid een frank subsidies werden toegestopt), geld dat niet werd gebruikt om nieuwe arbeidsplaatsen (dus meer private koopkracht) te scheppen (en de overproductie te laten verdwijnen), maar wel om te bezuinigen op arbeidskracht (waardoor de private koopkracht verder werd uitgehold, de overproductie nog toenam). Alles wat men met het verstorven anti-crisis medicijn van Keynes [daarover had ik het in 1978 al in Knack in mijn tiendelige reeks over de (petroleum)crisis] bereikte was dat de gehele westerse economie de kramp kreeg en in een eindeloze reeks neerwaartse spiralen terecht kwam. Exit Keynes en de keynesianen medio de jaren 1970.

 

Na de keynesianen was het de beurt aan de School van Chicago en de monetaristen rond Nobelprijswinnaar Milton Friedman. Daar, in Chicago, werd de macro-economie een eerste keer grondig hertekend door de bij de neoklassieke theorie aanleunende Robert E. Lucas jr als die in 1972 zijn rational expectations theory lanceerde.[2] Lucas vond dat de macro-economen grondig fout waren omdat ze ervan uit gingen dat de economische agenten hun gedrag baseerden op adaptieve verwachtingen gesteund op het verleden. Wie zich een huis laat bouwen zal zich niet baseren op de gemiddelde inflatie uit het verleden, maar zal veeleer kijken naar het monetair beleid en de economische situatie van nu. Hun gedrag zal niet gebaseerd zijn op adaptieve verwachtingen, maar op rationele verwachtingen over de toekomst. Rationele agenten zullen prognoses maken over hun consumptie en spaargedrag door te kijken naar de toekomst: wat is de kans dat ik morgen nog vast werk heb, dat mijn zaak niet over de kop gaat, dat mijn tweeverdienersgezin stand zal houden nu doorsnee huwelijken geen decennium lang meer stand houden. Die verwachtingen kan men beter beschrijven met stochastische kansberekeningen, dan, zoals de oude macro-economie deed, met analyse van historische reeksen.

 

Het rationele element, dat altijd een stokpaardje van het neoklassieke denken was geweest, maakte hem snel populair bij de nieuwe generatie van neoklassieken die gesofisticeerde mathematische methodes gebruikten om aspecten van het economisch reilen en zeilen in kaart te brengen. Godfathers van het nieuwe neoclassicisme waren Gérard Debreu en Kenneth J. Arrow, die samen een theoretisch model van intertemporeel (economisch) evenwicht bouwden, model dat verder werd verfijnd door Frank H. Hahn en vertrok van het model van tijdelijk evenwicht dat de keynesiaan John R. Hicks destijds had ontworpen in het tweede deel van zijn Value and Capital (1939). Het Arrow-Debreu model zocht in feite naar een set van prijzen die derwijze moest zijn dat er voor elk goed een prijs moest zijn waarbij vraag en aanbod aan elkaar gelijk moesten zijn. Kortom de oude gedachte van door de wet van Say voorspelde algemeen evenwicht werd nu vervangen door een reeks van vele (micro-economische) tijdelijke evenwichtjes.

 

Stilaan drong het door dat er een brug moest zijn te slaan tussen de rational expectations theory van Lucas jr[3] (inclusief de nieuwe neoklassieke evenwichts­modellen) en de neo-keynesiaanse economie die duidelijk oog had voor de toekomst gerichte verwachtingen.. Uiteindelijk werd het, althans op papier, een brug tussen de macro-economische modellen van de neo-keynesianen, (met o.m. Axel Leijonhufvud, Stanley Fisher, John B. Taylor en Robert J. Clower), en de micro-economische modellen van de nieuwe neoklassieke economie: de Grote Synthese.

 

Men kan bezwaarlijk beweren dat alle neo-keynesianen erg gelukkig waren met die synthese. Dit gaf Alex Leijonhufvud recentelijk nog toe wanneer hij schreef: “The long swing in our understanding of the economy spans a half-century of prolific technical accomplishments in economics (…). But what the story shows is that, ontologically, economics has been completely at sea, drifting on the surface in currents of our own making. We lack an anchored understanding of the nature of the reality that economics is supposed to illuminate. Around the turn of the century the pendulum began to swing back – although not very far. “Freshwater” and “saltwater” macroeconomists came to a “brackish” compromise known as the New Neoclassical Synthesis. The New Keynesians adopted the dynamic stochastic general equilibrium (DSGE) framework pioneered by the New Classicals while the latter accepted the market “frictions” and capital market “imperfections” long insisted upon by the former.”

“This New Synthesis, like the Old Synthesis of fifty years ago, postulates that the economy behaves like a stable general equilibrium system whose equilibrating properties are somewhat hampered by frictions. Economists of this persuasion are now struggling to explain that what has just happened is actually logically possible. But the recent crisis will not fit.

The syntheses, Old and New, I believe, are wrong. They stem from a fundamental misunderstan­ding of the nature of a market economy. Further technical innovations in economic modelling will not bring real progress as long as ‘stability-with-frictions’ remains the ruling paradigm. The genuine instabilities of the modern economy have to be faced.”[4]

 

De Grote Synthese – die in het licht van de huidige crisis helemaal niet zo groot bleek te zijn vermits ze faalde de explosie van de bubbles te voorspellen – leidde in 1982 tot wat men sinds dan het DSGE model is gaan noemen, waarbij DSGE staat voor Dynamic Stochastic General Equilibrium. Het startschot hiervoor werd gegeven door Kydland en Prescott in hun artikel Time to Build and Aggregate Fluctuations.[5] Waar de klassieke macro-economie met econometrische modellen werkt die voor hun schattingen werken met varianten op de methode van de kleinste kwadraten (multi-regressie methoden) werkten Finn E. Kydland en Edward C. Prescott met statistische kansverdelingen dat iets kon of niet kon gebeuren. Voorts vertrokken ze van micro-economische gegevens die ze aggregeerden (samenvoegden) tot macro-economische entiteiten. Het duurde nog twintig jaar, in feite tot 2003, alvorens hun methode navolging kreeg, nadat Mike Woodford die keurig in een handboek had uiteengezet.[6] Het werd een standaardwerk voor nieuwe toegepaste economie. De oude macro-economie werd hierbij vervangen door wat men de New Macroeconometrics is gaan noemen[7]: gedaan de approach via grote geaggregeerde gehelen als nationaal inkomen, private consumptie, geldhoeveel­heid, etc., gedaan ook het werken met allerlei varianten van regressieanalyse; vanaf nu werd er vertrokken van het micro-econometrisch gedrag van huishoudens – allemaal economische agenten – die met een beperkt inkomen hun nettigheid optimaliseerden, van producenten – weer andere agenten – die met de bestaande productietechnieken hun kosten trachten te minimaliseren, en van centrale bankiers – nog een andere categorie van agenten – die via het minimaliseren van geldschepping de inflatie onder controle proberen te houden. (Aanvankelijk werd vooral rekening gehouden met veranderingen in de technologie dan met de markten voor geld, alsof was geld in een DSGE model neutraal).

 

Juist zoals in de klassieke macro-economische modellen de exogene variabelen, die niet door het model worden verklaard in termen van endogene variabelen, worden gebruikt om de effecten van politieke maatregelen op de vele endogene variabelen na te gaan, werkt ook de New Macroeconometrics met politieke variabelen, maar dan vooral in de monetaire sector. Duidelijk beïnvloed door de Oostenrijkse School vermijdt men in de nieuwe DSGE modellen met rigiditeiten te werken.

 

Econometrie is een methode waar men met behulp van wiskundige methodes alles wat in een land of in een groep van landen gebeurt te beschrijven aan de hand van vergelijkingen die gebaseerd zijn op statistische waarnemingen uit het verleden. Hierbij kan men op twee manieren werken. Volgens de eerste manier doet men een beroep op historische reeksen (bijvoorbeeld de grootte van het nationaal inkomen van een land (symbool Y) van 1953 tot 2011, uitgedrukt in gedeflateerde munteenheden van een willekeurig gekozen basisjaar, bijvoorbeeld 2000; hetzelfde doet men met de gedeflateerde private consumptie (symbool CP) waarvan er ook historische reeksen bestaan over dezelfde periode.) Gesteld dat men vrede neemt met de (simplistische) verklaring dat de private consumptie een functie is van het nationaal inkomen, dus dat CP = f(Y), dan kan men die functie in een bepaalde vorm gieten. Het eenvoudigst is dan de lineaire vergelijking CP = a + b Y. Daarbij is a dan de autonome consumptie, dat is wat men minimaal altijd zal consumeren, ook al was het inkomen nul. Het getal b geeft dan de marginale consumptiequote weer, dat is met hoeveel de private consumptie wijzigt bij een wijziging in het nationaal inkomen (b = ∆C/∆Y, de wijziging van de private consumptie gedeeld door de wijziging in het nationaal inkomen). De onbekenden in de vergelijking zijn dan a en b. Om die onbekenden te kwantificeren kan men dan een beroep doen op een statistische methode, bijvoorbeeld een regressieanalyse. Zet men voor alle geobserveerde jaren de paren (CP, Y) uit op een grafiek dan bekomt men een puntenwolk. Men zoekt dan eigenlijk naar een lijn door die puntenwolk die de kwadraten van de afstanden van de gevonden lijn naar elk van de punten in de puntenwolk zo klein mogelijk maakt (daarom spreekt men dus van de methode van de kleinste kwadraten). Toepassing levert de gezochte getalwaarden voor a en b op. De Oostenrijkse School, die geenszins van econometrie wil weten, stelt terecht dat a en b rigiditeiten zijn. Wat in 1953 nog niet behoorde tot de autonome consumptie (bijvoorbeeld een tv toestel, een laptop, een GSM, een GPS) zijn dit anno 2011 wel. Of nog a verandert in de loop der jaren met de verandering in de consumptiegewoonten, iets wat de econometrie negeert. Maar ook de marginale consumptiequote b verandert in de loop der jaren. Naarmate dat huishoudens over een groter inkomen beschikken zal hun neiging tot consumeren afzwakken en zal de marginale consumptiequote dalen, terwijl de econometrist die constant veronderstelt.

De andere methode is die van de cross sectional observation, waarbij men private consumptie en nationaal inkomen op eenzelfde tijdstip observeert in meerdere landen, bijvoorbeeld in de hele EU. Hierbij lijken de rigiditeiten te verdwijnen, omdat het dan op een reeks observaties van “nu” gaat. Maar meestal zijn de vastgestelde observaties op hetzelfde ogenblik te weinig om tot betrouwbare resultaten voor a en b te komen. Voor de hele EU verkrijgt men bij het werken met jaarlijkse statistieken maar 27 punten (CP, Y) in de puntenwolk. Men zou dan bijvoorbeeld kunnen werken met kwartaalcijfers van eenzelfde jaar in de 27 EU landen, waardoor de puntenwolk al wordt uitgebreid tot 108 eenheden. Toch komt men hierbij van de regen in de drop: de winter kan zeer koud geweest zijn, waardoor de autonome consumptie er hoger lag (meer nood aan verwarming), en de zomer zeer warm (zodat er geen enkele nood aan verwarming was).

In de New Macroeconometrics kan men die rigiditeiten vermijden door te werken met zeer veel agents in allerlei consumptiebranches en met probabiliteiten (ik zeg zo maar wat) inzake het klimaat, inzake veranderingen van de BTW, enzovoort. Men zal uiteraard niet alle rigiditeiten kunnen uitsluiten, maar toch een groot deel elimineren. Hierbij komt men al een heel eind tegemoet aan de kritiek van de Oostenrijkse School op de (oudere) vorm van macro-economische benadering. (Al was dat voor de meeste Oostenrijkers onvoldoende om zich te kunnen verzoenen met econometrie als wetenschap.) Bemerk ten slotte dat de econometrie, ongeacht oudere modellen of DSGE modellen, met veel meer verklarende variabelen werkt dan in ons voorbeeld. De meeste van die verklarende variabelen moeten dan op hun beurt kunnen worden verklaard. Gebeurt dit voor k van de n gebruikte variabelen dan zegt men dat het model met k vergelijkingen (soms kunnen dit er in de praktijk meer dan duizend zijn) werkt met k endogene (is verklaarde) variabelen en met n – k exogene variabelen (is onverklaarde variabelen). Bij een goede keuze van exogene variabelen kan een econometrisch model worden gebruikt om zogenaamde impactmulti­plicatoren te becijferen: die geven weer hoe de endogene variabelen zullen wijzigen (bijvoorbeeld de werkgelegenheid, de inflatie, de export, de economische groei) bij een wijziging (= impact) van een (politieke) exogene variabele (bijvoorbeeld de BTW-aanslagvoet, de patronale loonlast, de directe belastingsvoeten, enzovoort). Uiteindelijk worden econometrische modellen veel minder gebruikt voor (conditionele) voorspellingen, steeds meer voor de studie van de impacten van politieke besluiten op een waslijst van endogene variabelen.

 

Typisch voor de invloed van de Oostenrijkse School op de DSGE modellen zijn zowel de benadering via economische agenten als de beschrijving van hun gedrag in termen van de praxeologie van Ludwig von Mises. Ook de dynamiek van het marktproces beschrijven de DSGE modellen in termen verwant aan de Oosten­rijkse School. De laatste tien jaar zijn DSGE modellen het paradigma van de economische wetenschap geworden: geen doctoraal student die zal nalaten één of ander DSGE model in zijn proefschrift te gebruiken (opmerking van Paul de Grauwe). Centrale bankiers gingen het laatste decennium op hun beurt gretig op zoek naar de nieuwste DSGE modellen.[8] Hun ontwerpers zijn de postmoderne dandy’s van de (hoofdzakelijk liberaal geïnspireerde) economie. Ook typisch is dat die nieuwe dandy’s alle vroegere welvaartsmodellen overboord gooiden, net zoals de Oostenrijkse School deed. De meeste centrale banken nemen tegen­woordig beslissingen die zijn afgeleid van DSGE modellen. Zo begon de Fed in 2006 te werken met een DSGE model – naam: SIGMA – van Christopher J. Erceg, Luca Guerrieri en Christopher Gust.[9] De ECB baseerde zich vanaf 2007 op het DSGE model van Kai Christoffel, Günter Coenen en Anders Warne.[10] De Bank of England opteerde vanaf 2005 voor het DSGE model van Richard J. Harrison & Cie.[11] De Bank van Canada ging vanaf 2006 scheep met het DSGE model – naam ToTEM - van Murchison en Rennison.[12] De Bank van Spanje papte in 2006 aan met het DSGE model – naam BEMOD - van Javier Andrés, Pablo Burriel en Angel Estrada.[13] Voorts deden in Europa ook de Bank van Finland[14] en de Bank van Zweden[15] als eersten een beroep op DSGE modellen, Finland met het EDGE model al vanaf 2002. Later volgden nog het IMF, Duitsland en Japan. Ook werd een waslijst van DSGE modellen – veel te lang om op te sommen – gebouwd om de efficiëntie van de financiële markten te bereken bij een zero rente.

 

DSGE modellen zijn momenteel de speeltjes van een nieuwe generatie, vaak opschepperige zelfingenomen wiskundigen, die uiteindelijk de centrale banken eerder hebben misleid dan effectief geholpen. Niet één van die modellen dat in staat was vóór 2007-2008 de nakende diepgaande financiële en economisch structurele crisis te voorspellen. Bepaald grappig is dat het begrippenarsenaal van de Oostenrijkse School – die altijd gekant was tegen macro-economie en econometrische modellen – werd leeggeplunderd door de DSGE aanhangers, maar dat de plundering enkel bijdroeg tot een roep om lage interesten, net datgene wat volgens de Oostenrijkse School door overdreven kredietexpansie tot bubbles en crises moest leiden. Waar de DSGE dandy’s, ondanks een gesofisti­keerd arsenaal aan statistisch-wiskundige en nieuw-econometrische modellen, in de verste verte geen crisis aan hun horizon zagen, en centrale bankiers meesleurden in de waanzin van hyper lage rentes, was het de nuchterheid van de Oostenrijkse School die ervoor zorgde om zonder al die ingewikkelde econometrische laatste snufjes, de crisis wèl te voorspellen.

 

Het is allicht nog te vroeg om een gefundeerde kritiek op de DSGE modellen te geven, maar anderzijds wordt toch duidelijk dat aan hun mogelijkheden tot (politiek) succes ernstig kan worden getwijfeld. Zeker geen reclame voor dit soort modellen is dat ze werden ingepalmd door de populistische aanhangers van de Amerikaanse Tea Party – aanhangers die er zelf nauw iets van begrijpen, maar ermee zwaaien als gold het olympisch goud. De scherpste kritiek op de DSGE modellen kwam nog van de neo-keynesiaanse econoom Alex Leijonhufvud, voor wie de Grote Synthese weinig meer was dan een Grote Mislukking. Leijonhufvud verwijst de DSGE aanhangers terecht dat ze er niet in slagen het kritische pad te berekenen waarbinnen algemeen economisch evenwicht mogelijk is. De stable-with-frictions nieuwe macro theorie lijkt te vergeten dat de economie nog steeds een adaptief dynamisch systeem is dat maar tot in beperkte mate auto-regulerend is. Buiten bepaalde grenzen – Leijonhufvud noemt de ruimte tussen die grenzen de corridor – loopt het zelfregu­lerend marktmechanisme spaak en blijkt een terugkeer naar het algemeen evenwicht bijzonder moeilijk, indien al niet onmogelijk. Bij de beurskrach van 2008 ging er wereldwijd tussen de 30,000 tot 70,000 miljard dollar verloren: dat is zowat de helft tot het gehele wereld BNP (69,959 miljard dollar). In tegenstelling tot de optie- en futures markten zijn de nieuwe kredietderivaten niet langer een zero sum game: wat de ene verliest is op de transactiekoersen na niet wat de andere wint. In België ging er tussen het derde kwartaal van 2007 en eind 2008 liefst 195 miljard euro ter beurze in rook op, dat is 60 % van het BPP en een kwart van de nationale turnover (de output tegen marktprijzen). In Nederland berekende het CBS dat de beurskrach voor een verlies van 242 miljard euro zorgde, een verlies aan koopkracht voor 15 % indien men het vergelijkt met de Nederlandse turnover. Kortom de westerse economie onderging een nooit eerder geziene exogene schok waardoor het marktevenwicht compleet zoek geraakte. Ondertussen zit de “wereld” (de 28 landen uit onze studie) in 2011 op een complete schuld (publieke schuld plus private schuld) van 43,720 miljard US $ (het totaal voor 2011 in Tabel 2) plus 82,165 miljard US $ (het totaal voor 2011 in Tabel 3), dus van 125,885 miljard, terwijl het BBP van de 28 landen amper 58,122 US $ bedroeg: een schuldenratio van liefst 2.17. Gesteld nog dat we met zijn allen 10 % van ons jaarlijks inkomen zouden gebruiken voor het terugbeta­len van schulden zou het ons 22 jaar kosten om die schulden te delgen. Dit geeft goed weer hoe alarmerend het met de schulden in de wereld vergaat. Ondanks hun hyper gesofistikeerde DSGE modellen zijn de centrale bankiers, die angsthazen voor de inflatie, er in geslaagd de wereld op te zadelen met een schuldenlast waarvoor onze achterkleinkinderen nog steeds zullen moeten betalen!

 

 

  1. Korte Beoordeling van de Oostenrijkse School

Door het correcte voorspellen van de Grote Depressie in 1929 (door Friedrick Hayek) en dit te herhalen voor de huidige crisis in 2007 (door Peter Schiff) is de Oostenrijkse School niet langer het lelijke eendje van de gevestigde economie. Steeds meer economen nemen de theorieën van Carl Menger, Ludwig von Mises, Friedrich A. Hayek, en meer recent ook die van Murray Rothbarth, Israel Kirzner, Ludwig Lachmann, Robert Murphy, Steven Horwitz et al., weldegelijk au sérieux. De gekozen werkmethode is nog steeds de praxeologie van von Mises, en ook de wetenschapsfilosofie kan niet blind blijven voor de met die methode behaalde resultaten. Toch kan men bezwaarlijk beweren dat de ABCT conjunctuurtheorie van de Oostenrijkse School over de hele lijn een succesverhaal is geweest. Het is allicht een tekortkoming dat de verklaring van depressies een al te zeer monocausaal verhaal is gebleven. Alles draait rond te lage interesten en te grote kredietexpansie waarbij de economische groei over een pad van luchtbellen loopt. Die analyse is inderdaad zeer behulpzaam bij financieel monetaire crises, maar faalde bijvoorbeeld grondig bij het voorspellen van de fameuze petroleumcrisis van 1973-1988, een crisis van persistente overproductie.

Het meest ontgoochelende aan de Oostenrijkse School is dat ze geen passend antwoord kan geven op de vraag wat in politiek opzicht moet gebeuren om uit de crisis te geraken. Hier luidt het antwoord steeds weer: wachten en niets doen. Op die manier lijken economische crises even onafwendbaar als verwoestende tornado’s. Ook dan moet men wachten tot ze zijn uitgeraasd. Kortom, de Oostenrijkse School, die de omhelzing van Jean-Baptiste Say nooit heeft willen achterlaten, stelt nergens de marktefficiëntie in vraag. Dit komt er een beetje op neer het bestaan van het zonlicht te ontkennen. De huidige crisis heeft duidelijk blootgelegd dat men niet langer kan gewagen van een efficiëntie van de financiële markten. Liberalen blijven tegen beter weten in herhalen dat de financiële markten wel efficiënt zijn, op het eigenste moment dat tal van banken aan het infuus van de overheid hangen, ook op het eigenste ogenblik dat de interbancaire markten compleet bevroren zijn, en banken halsstarrig weigeren elkaar nog kredieten toe te kennen.

Toch dwingt de Oostenrijkse School ons tot de vraag of diepgaande crises een gevolg zijn van grote exogene schokken, (crises, die behalve zij, niemand kon voorspel­len), dan wel dat er een endogeen mechanisme bestaat dat met een zekere recurrentie crises veroorzaakt. De Oostenrijkers hebben duidelijk geopteerd voor een endogeen verhaal. Dit deden ook Irving Fisher met zijn debt deflation theory in 1933 en Hyman Minsky (1964, 1972, 1982, 1992 en 1995) met zijn financiële instabiliteitshypothese.[16] In tegenstelling tot de Oostenrijkse School geven beiden wel aanwijzingen welke politieke instrumenten kunnen worden ingezet om crises op zijn minst in duur in te korten.

In zijn schuld-deflatie theorie start Fisher zijn conjunctuurcyclus met de neue Kombinationen van die andere Oostenrijker, Joseph A. Schumpeter. Die zag in technologische innovatie de hoofdoorzaak voor een (nieuwe) hoogconjunctuur. Nieuwe uitvin­dingen wekken volgens Fisher hoge winstverwachtingen op wat aanleiding geeft tot grotere kredietopnames waarbij nieuwe ondernemingen zich serieus in de schulden steken. In de algemene euforie zullen beleggers proberen een graantje mee te pikken nu de winstverwachtingen hoog zijn, wat leidt tot koersstijgingen op de beurs. Steeds nieuwe investeringen in nieuwe technologieën leiden evenwel tot zo’n opeenstapeling van schulden en risico’s, dat op een gegeven ogenblik de winstverwachtingen niet meer waar kunnen worden gemaakt, zodat de beurskoersen op een gegeven ogenblik wel moeten dalen. Schulden gaan steeds zwaarder wegen en dwingen financiers en beleggers ertoe activa te verkopen in wat Fisher distress selling noemt. Dit leidt tot een stijging van de faillissementen en tot een stijging van de werkloosheid. De productie daalt dan en de afbouw van de schulden leidt tot deflatie (daling van het algemeen prijspeil) waardoor debiteuren hun nominale schuld in reële waarde zien stijgen. Het risico dat crediteuren hun tegoeden niet geheel zullen zien terugbetaald worden doet het aantal kredietverstrekkingen dalen, waardoor de economie achteruit boert. Om de neergaande conjuncturele fase te verkorten stelt Fisher voor dat tijdens de opgaande fase de kredietbloei wordt afgeremd door de rente hoog te houden. Hier moeten centrale banken en overheid open-marktaankopen doen om te vermijden dat de prijzen in de neergaande fase al te zeer zullen dalen. Bemerk dat dit soort beleid wel kon helpen tijdens de Grote Depressie toen er een algemene ineenstorting van de prijzen was, maar niet tijdens de huidige crisis, waar met uitzondering van de instorting van de prijzen op de vastgoed­markt (Verenigde Staten, Ierland, Spanje), deflatie uitbleef.

Minsky heeft in een lange stroom van tijdschriftartikelen,[17] verspreid over dertig jaar, aangetoond dat er in de kapitalistische wereld een sterke tendens tot financiële instabiliteit bestaat. Prijzen van financiële activa en van vastgoed lopen er snel uit de pas met prijzen van de lopende productie en dreigen veel sneller in mekaar te klappen. Hij maakt een onderscheid tussen drie soorten finance units: (i) de hedge finance units die ten allen tijde kunnen voldoen aan hun schuldverplichtingen; (ii) de speculative finance units die risico’s nemen en de kans vertonen niet aan hun schuldverplichtingen te kunnen voldoen; en (iii) de ponzi finance units die hun eerdere schulden enkel betalen met het maken van nieuwe en hogere schulden. Minsky start zijn conjunctuurcyclus bij de periode waar kortlopend krediet goedkoop is en er volop wordt geïnvesteerd. Hier domineren de hedge finance units. De hoge winstverwachtingen van de onderne­mingen die een beroep kunnen doen op goedkoop krediet zetten de hedge finance units ertoe aan over te gaan op speculatieve investeringen en hiervoor geld te gaan lenen, zeker nu de rente laag is. De schuld/inkomen ratio loopt hierdoor op waardoor de financiële structuur verschuift van robuust naar fragiel. Steeds meer units worden hierbij afhankelijk van herfinanciering en het aantal ponzi units neemt toe. De toenemende kredietverlening doet de risicograad voor het uitlenen van geld stijgen, waardoor de rente uiteindelijk zal stijgen. Leners en uitleners worden hierbij voorzichtiger: de vraag naar kapitaalgoederen daalt, de verkopen van ondernemingen net zozeer, waardoor de speculatieve beleggers en de ponzi beleggers verplicht worden hun activa met verlies te liquideren door wat Fisher noemde “distress selling”. Dit leidt uiteindelijk tot een kredietcrisis waarbij banken veel minder vlug consumptief krediet zullen verstrekken wat dan weer bijdraagt tot een depressie. De uitweg die Minsky voorstelt komt erop neer dat de centrale bank als “lender of last resort” een eensklapse afbouw van de schulden voorkomen door liquiditeiten in het systeem te pompen. De prijs die men hiervoor betaalt is dan wel inflatie. In het licht van de huidige crisis is zoiets eerder wishful thinking. Financiële instellingen, in de ban van de hefboomeffecten van de nieuwe kredietderivaten, verloren zulke massale hoeveelheid aan liquiditeiten dat geen enkele centrale bank die nog kan bijpassen.

Wat kan men uit dit alles besluiten? De Oostenrijkse School, Fisher en Minsky schreven steekhoudende analyses met betrekking tot de relatie tussen excessieve kredietexpansie en financiële crises, maar uiteindelijk biedt geen van ze een sluitend antwoord hoe de crisis kan worden voorkomen of op zijn minst kan worden afgeremd. Een terugkeer naar de keynesiaanse recepten, waarbij publieke investeringen en subsidies de crisis helpen bestrijden, is zeker niet aan de orde omdat het de kredietexpansie enkel maar verergert. De uitweg lijkt mij tweeërlei. Om de kredietexpansie te stoppen is er inderdaad nood aan begrotingen in evenwicht zodat de publieke schuld niet verder kan oplopen. Dit leidt tot een reeks bezuinigingen waarbij de economie enkel nog kan groeien door gestegen export. Als overheid, bedrijven en huishoudens massaal moeten inleveren ten einde de schuld niet verder te laten oplopen kunnen private en publieke consumptie niet langer stijgen en stagneren de investeringen waardoor groei nog enkel kan komen van gestegen export. De export echter kan enkel stijgen door grootschalige innovatie (die moeilijk afdwingbaar is) en door een versterking van de concurrentiekracht van de economie. Verlaging van (i) de indirecte belastingen, van (ii) de vennootschapsbelastingen en van (iii) de patronale loonlasten zijn hierbij de beleidsinstrumenten. Daarbij mag het niet gaan om bescheiden aanpassingen – geen piecemeal engineering à la Karl R. Popper – maar drastische ingrepen. Dergelijke maatregelen zorgen voor een ernstige stijging van de werkgelegenheid en voor gestegen directe belastingen. Het verlies aan indirecte belastingen, door de verlaging van de BTW, wordt in hoge mate gecompenseerd door toegenomen private consumptie waarop BTW moet worden betaald. Om de schuldenlast van de overheid niet te laten oplopen kan men de drie verlagingen zo ver doortrekken tot het punt waar het uiteindelijk nettoverlies aan inkomsten nog net kan worden verhaald op datgene waarmee de rijksten in de samenleving niet naar het buitenland kunnen vluchten, namelijk hun riante villa’s en/of appartementen. Het is niet omdat men het bedrijfsleven royale kansen op meer winsten geeft dat men de rijksten uit de samenleving (van wie de consumptiequote toch de laagste binnen de maatschappij is) extra zou moeten sparen (zie Hoofdstuk 2 voor een praktische toepassing in België).

Economische crises spelen zich af in een klimaat van toegenomen onzekerheid. Niet langer wetend waar hun spaargelden te beleggen zoekt de meer begoede middenklasse een uitweg in goud, en, voor zover de vastgoedprijzen stand houden, in immobiliën die voor vaste huurinkomsten kunnen zorgen. De lagere middenklasse, die zich geen beleggingen in goud of vastgoed kan veroorloven, zal, in een klimaat van laag vertrouwen in de markten, uitgaven voor duurzame consumptiegoederen uitstellen tot de “betere tijd”. Dit leidt, ook tijdens een in tijd gerokken recessie, tot een paradox: er zal proportioneel meer worden gespaard dan voorheen, bij voorkeur op datgene waarin de lagere middenklasse nog steeds vertrouwt: het spaarboekje uit grootvaders tijd. Hoe laag de rente op het depositosparen ook is, voor de lagere middenklasse lijkt het een veiliger optie dan het geld in de klassieke sok onder de matras te stoppen. De beschikking over een toegenomen hoeveelheid spaargeld zal banken, in tijden waar er hoge hefboomeffecten op kredietderivaten blijven bestaan, ook in tijden dat er niet langer een scherpe demarcatie bestaat tussen spaarbanken en investeringsbanken, er niet van weerhouden slechts een derde van die spaargelden aan te wenden voor krediet aan landbouw, handel en nijverheid, en twee derden aan te wenden voor speculatieve beleggingen. Hierop kan de overheid ingrijpen door van banken te eisen dat ze een groot deel van die spaargelden op een zinniger en minder risicovolle manier uitlenen voor grootschalige projecten die voldoende werkgelegenheid helpen scheppen.

Dergelijke maatregelen blijven evenwel gevaarlijk als men de beslissing rechtstreeks overlaat aan politieke bewindvoerders die eerder het eigenbelang zullen nastreven, bijvoorbeeld in projecten die goed uitkomen voor de eigen vriendenkring, dan het algemeen belang. Men moet kunnen vermijden te vervallen in de fameuze bestedingspolitiek van de keynesiaanse stempel: de petroleumcrisis heeft duide­lijk aangetoond dat dit niet langer een begaanbare weg is omdat ze enkel leidt tot arbeidsbesparende investeringen die de crisis alleen maar nog erger maken in plaats van ze te bestrijden. Het komt neer op het blussen van de brand met petroleum. Het mechanisme van openbare werken, door de overheid betaald met geleend geld (verder oplopen van de publieke schuld), moet worden vervangen door arbeidsintensieve projecten overgelaten aan de nijverheid. Van de overheid wordt daarbij enkel gevraagd dat ze staatsgaranties geeft aan al diegenen die een deel van hun slecht rentende spaargeld in dergelijke projecten willen beleggen. Een voorbeeld hiervan werd gegeven in Hoofdstuk 3: een Sociale Holding die betaalbare huizen bouwt, en die een eigen aanwervingspolitiek van werknemers volgt: enkel loontrekkenden wonend op eigen bodem, bij voorkeur werkloze jongeren in de bouw (in plaats van in het zwart werkende zogezegd zelfstandige Polen) en werkloze 50 plussers in de administratie.

Mij komt het voor dat de hierboven geschetste tweeledige aanpak, namelijk een radicale verbetering van de concurrentiekracht van de economie in combinatie met grootschalige private werken gefinancierd met door de overheid gewaar­borgd volkskapitaal alvast een beter beleid is dan, zoals de Oostenrijkse School voorstelt niets te doen en te wachten tot de markten zich vanzelf zullen herstellen. En quid als de markten zich niet langer vanzelf herstellen omdat het groeipad van een economie buiten de corridor van Leijonhufvud is versukkeld? Wie durft er zijn hele hebben en houden op verwedden dat, zonder radicaal ingrijpen, de marktefficiëntie van de financiële sector zal worden hersteld? Welke Oostenrijker? Niets doen kan onmogelijk de oplossing zijn.

Nog een laatste bemerking: de Oostenrijkse School, met haar aangeboren aversie voor macro-economie en haar eeuwig liefkozen van micro-economie is ten zeerste gekant tegen het gebruiken van econometrische modellen bij het uitstippelen van een beleid. Die aversie hangt nauw samen met de theorie van het menselijk handelen dat, uit nature, onvoorspelbaar zou zijn (standpunt binnen de praxeologie). Het is ongetwijfeld dat niemand kan voorspellen wat een geïsoleerd individu de volgende seconde zal doen, zelfs niet met de meest gesofistikeerde kansberekening. Geheel anders wordt het indien men groepen van individuen bestudeerd omdat het maatschappelijk gedrag van groepen heel wat beter voorspelbaar dan dat van losse individuen.

Allicht ligt een misverstand aan de basis van de aversie die de Oostenrijkse School vertoont voor alles wat econometrie is. Heel lang bestond een misvatting dat econometrie een middel was om de toekomst te voorspellen. De kracht van econometrie als prognosemiddel blijft zeer beperkt: geen econometrist die er zich zal aan wagen te voorspellen hoe groot de economische groei zal zijn over vijf of tien jaar. Als econometrie al voor prognoses wordt gebruikt moet men zich realiseren dat het altijd om voorwaardelijke prognoses gaat in de stijl van “als dit en dat gebeurt en dit en dat niet gebeurt, dan zal …”. Modellen bestaan doorgaans uit een hele rij endogene variabelen die door het model worden verklaard in termen van andere variabelen, en een beperkte reeks exogene variabelen die zelf niet verder worden verklaard. Zou een econometrist al voorspellingen willen doen dan (i) zal hij de getalwaarde voor die exogene variabelen zelf moeten invullen en (ii) zal hij hooguit een paar kwartalen kunnen vooruit kijken omdat hij geen zekerheid heeft hoe die exogene variabelen zullen wijzigen. Econometrische modellen werden in de tijd van grondlegger Jan Tinbergen in het algemeen klimaat van optimisme grenzeloos overschat. Heel snel kwam Tinbergen er zelf achter dat voorspellen niet de taak van de econometrie was, maar dat econometrische modellen konden helpen vermijden dat economische politiek het kloppen van een blinde naar een ei bleef. Door de lijst van exogene variabelen te beperken tot politieke instrumenten (bijvoorbeeld de hoogte van de BTW, de hoogte van de vennootschapsbelastingen, de hoogte van de sociale bijdragen, etc.) wordt het mogelijk om te simuleren wat de effecten van het economisch beleid zullen zijn op de economie als geheel, dus op alle endogene variabelen (bijvoorbeeld de economische groei, de publieke en private schuld, werkgelegen­heid en werkloosheid, tekorten of overschotten op handels- en betalingsbalans, etc.). In de politieke besluitvorming van vandaag blijft econometrie een handig middel om de weerslag van genomen beslissingen bij benadering te kennen nog voor ze worden doorgevoerd. Zo ook is het een middel om een reeks misinvesteringen te beletten, iets wat de Oostenrijkse School toch nauw aan het hart ligt.

[1] De lezer die niet geïnteresseerd is in de historische evolutie van het economisch denken kan deze paragraaf, die op een bepaald ogenblik vrij technisch lijkt, gerust overslaan en zijn lectuur hernemen bij paragraaf 4.

[2] Robert E. Lucas (1972), “Expectations and the Neutrality of Money”, Journal of Economic Theory, 4(2), pp. 103-124.

Robert E. Lucas (1987), Models of Business Cycle, Oxford: Basil Blackwell.

[3] De theorie van Lucas jr heb ik op het eind van de jaren 1980 omgebogen tot een suprarational expectations theory bij het analyseren van het koop- en verkoopbedrag van de institutionele beleggers.

[4] Axel Leijonhufvud (2009), “Stabilities and instabilities in the macroeconomy”, Vox.

[5] F.E. Kydland en E.C. Prescott (1982), “Time to Build and Aggregate Fluctuations”, Econometrica, 50, pp. 1345-1370.

[6] Mike D. Woodford (2003), Interest and Prices, Princeton: Princeton University.

[7] Jesús Fernández Villaverde (2009), “The Econometrics of DSGE Models”, Cambridge, MA: National Bureau of Economic Research, Working Paper 14677, pp. 1-57 ad p. 2.

[8] Jesús Fernández Villaverde (2009), “The Econometrics of DSGE Models”, Cambridge, MA: National Bureau of Economic Research, Working Paper 14677, p. 5: “DSGE models quickly became the standard tool for quantitative analysis of policies and every self-respecting central bank felt that it needed to estimate its own DSGE model.”

[9] Christopher J. Erceg, Luca Guerrieri en Christopher Gust (2006), “SIGMA: A New Open Economy Model for Policy Analysis”, International Journal of Central Banking 2, pp. 1-50.

[10] Kai Christoffel, Günter Coenen en Anders Warne (2007), “The New Area-Wide Model of the Euro Area: Specification and First Estimation Results”, Mimeo, European Central Bank.

Kai Christoffel, Günter Coenen en Anders Warne (2010), "Forecasting with DSGE models," Working Paper Series 1185, European Central Bank

[11] Richard J. Harrison, Kalin Nikolov, Martin Quinn, G. Ramsay, A. Scott, en Ryland S.J. Thomas (2005), “The Bank of England Quarterly Model”, Bank of England.

[12] Stephen Murchison en Andrew Rennison (2006), “ToTEM: The Bank of Canada’s New Canadian Projection Model”, Bank of Canada Technical Report, Bank of Canada.

[13] Javier Andrés, Pablo Burriel en Angel Estrada (2006), “BEMOD: a DSGE Model for the Spanish Economy and the Rest of the Euro Area”, Documento de Trabajo del Banco de España 0631.

[14] Mika Kortelainen (2002), “EDGE, A Model of the Euro Area with Applications to Monetary Policy”, Bank of Finland Studies, E:23-2002, Bank of Finland.

Juha Kilponen en Antti Ripatti (2006), “Introduction to AINO”, Mimeo, Bank of Finland.

[15] M. Adolfson, S. Laséen, J. Lindé, and M. Villani (2005), “Bayesian Estimation of an Open Economy DSGE Model with Incomplete Pass-Through”, Sveriges Riksbank, Working Paper Series 179.

[16] Irving Fisher (1933), "The Debt-Deflation Theory of Great Depressions", Econometrica 1(4).

Hyman P. Minsky, (1964), "Longer Waves in Financial Relations: Financial Factors in the More Severe Depressions", American Economic Review 54(2), (Papers and Proceedings).

Hyman P. Minsky (1972), "Financial lnstability Revisited: The Economics of Disaster", verkorte versie van “Reappraisal of the Federal Reserve Discount Mechanism”, Board of Governors of the Federal Reserve System, Washington 1972.

Hyman P. Minsky (1982), Can ‘lt’ Happen Again? Essays on lnstability and Finance, Armonk, N.Y.: M.E. Sharpe.

Hyman P. Minsky (1992), “The Capital Development of the Economy and The Structure of Financial lnstitutions, Working Paper No. 72, The Jerome Levy Economics lnstitute of Bard College.

Hyman P. Minsky (1995), "Longer Waves in Financial Relations: Financial Factors in the More Severe Depression II", Journal of Economic Issues 29(1).

[17] Die stroom van geschriften heeft de Amsterdamse emeritus hoogleraar Internationale Economische Betrekkingen en Geld en Bankwezen van de Vrije Universiteit, Hans Visser, in een bondig opiniestuk zeer overzichtelijk samengevat. Zie:

Hans Visser (2011), “Fisher, Minsky en de kredietcrisis: ingebakken instabiliteit”, Fiducie, pp. 38-42.

Lid worden van Rossem? www.rossem.org

18:07 Gepost door Ben Willems in Actualiteit | Permalink | Commentaren (0) | Tags: columns, rossem, economie, jean pierre van rossem, crisis, partij | |  Facebook | |  Print | |

De Oostenrijkse school en de crisis. (Deel 1: empiriche evidentie)

OVERDREVEN KREDIETEXPANSIE IN DE WERELD

Al sedert het einde van de vorige eeuw financieren de meeste landen van de westerse postmoderne samenleving hun economische groei op een artificiële manier met voortdurend nieuwe schulden. Hierbij gaat het zowel om staatsschulden (public debt) als om private schulden (domestic credit to private sector). Binnen de EU kan men wel decreteren het lopende begrotingstekort vanaf 2015 op nul te brengen om zo de staatsschuld eerst te stabiliseren, later af te bouwen, maar de private schuld valt niet in te tomen als de interesten op een zeer laag niveau worden vastgepind, zoals de Fed en de ECB doen. Uitgedrukt in US $ liep de bruto staatsschuld tussen 2001 en 2012 volgens berekeningen van de Wereldbank wereldwijd nominaal op van 16 485 miljard naar 43 720 miljard Amerikaanse dollar – dit is een jaarlijkse (samengestelde)[1] groei van 8.47 %. Maar de private schulden liepen in dezelfde periode, wereldwijd, eveneens fors op. Volgens cijfers van de Wereldbank van 38 373 miljard US $ in 2001 naar 82 165 miljard – dit is een jaarlijkse (samengestelde) nominale groei van 7.17 %. Bekijkt men de nominale evolutie van het wereldwijde bruto binnenlands product, dan constateert men dat dat het van 2001 tot 2011 steeg van 27 812 miljard US $ tot 57 920 miljard in 2011. Dat is een (samengestelde) jaarlijkse nominale groei met 6.90 %. Publieke en particuliere schulden stijgen sneller dan het BBP wat wijst op een continu toenemende kredietexpansie als gevolg van de door centrale banken kort gewiekte interesten.

Met wat hierboven de “wereld” wordt benoemd doel ik op de G20 landen aangevuld met de PIIGS CY landen, Nederland, België plus Nigeria. De PIIGS CY landen zijn de probleemlanden binnen de Europese Unie: Portugal, Ierland, (Italië, dat deel uitmaakt van de G20), Griekenland, Spanje en Cyprus. In volgorde van de grootte van hun BBP in 2011 zijn de G20 landen Verenigde Staten, China, Japan, Duitsland, Frankrijk, Brazilië, Verenigd Koninkrijk, Italië, Rusland, Canada, Indië, Australië, Mexico, Zuid-Korea, Turkije, Saoedi Arabië, Indonesië, Argentinië, Zuid-Afrika, en de Filippijnen. Het gaat dus om 28 landen. Gezamenlijk zijn ze goed voor 83.15 % van de

wereldproductie (het zgn. “World GDP) en voor 89.66 % van alle staatsschulden in de wereld.

De G20 landen (donker blauw). Duitsland, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Italië vertegenwoordigen de Europese Unie die deel uitmaakt van de G20. EU-landen die in de G20 vertegenwoordigd worden door die vier grote landen staan in licht blauw.

 

1. Visie van de Oostenrijkse School

De vastgestelde kredietexpansie, die al op gang kwam op het einde van de vorige eeuw, heeft – geheel in de lijn van wat de Oostenrijkse School beweerde (Friedrich Hayek, 1929, 1931, 1944, 1969; Ludwig von Mises, 1912, 1949)[2] – geleid tot een economische crisis die in 2007-2008 vrijwel de hele westerse wereld trof en die tot op heden bleef duren. De conjunctuurtheorie van de Oostenrijkse School, die door de mainstream economics zelden au sérieux werd genomen, staat bekend als de ABCT (Australian Business Cycle Theory). Bij de analyse van de huidige wereldwijde crisis zijn de ABCT-inzichten op zijn minst nuttig. De neerwaartse conjunctuurgolven zijn volgens die theorie een onmiskenbaar gevolg van een buitenissige groei van de bankkredieten. Hierin spelen de beslissingen van toon­aan­gevende centrale banken (b.v. de Fed of de ECB) een veel grotere rol dan doorgaans wordt gedacht: bevreesd voor inflatie houden die centrale banken in crisistijd de interest, gedurende een veel te lange periode, excessief laag. Net hierdoor is een explosie van de bankkredieten mogelijk, waardoor speculatieve economic bubbles ontstaan. Vertrekkend van de gedachte dat het menselijk handelen (human action) niet moduleerbaar is, wel doelgericht is, deduceerde von Mises reeds in 1912 een reeks economische principes waaraan dit menselijk handelen voldoet. Die beginselen werden nader uitgewerkt door de latere Nobelprijswinnaar Friedrich (von) Hayek. Centrale banken scheppen geld en hoe groter die geldschepping des te lager de rente. Een lage rente contribueert tot een vals gevoel van optimisme, zeker in perioden waar de overproductie dreigt en de concurrentieslag voor de verovering van de wereldmarkt wordt verscherpt. In tijden van onderbezet machinekapitaal gaan optimistische investeerders, hiertoe aangezet door de lage rente, een hele reeks misinvesteringen doen. Een goed voorbeeld is wat er gebeurde tijdens de petroleumcrisis van 1973-1988: overhaast om de wereldmarkt te veroveren en daar een afzet te vinden voor hun overproductie, investeerden ondernemers massaal in kapitaalintensieve investeringen, waardoor de substitutie van arbeid door kapitaal leidde tot een verhoging van de werkloosheid en een verlaging van de private koopkracht. Hierdoor ging de overproductie opnieuw omhoog en moest er, ten einde de arbeidsproductiviteit te verhogen, nog meer worden geïnvesteerd in arbeidsbesparende productietechnie­ken. Hierdoor kwam de westerse economie – op Japan na – terecht in een neerwaartse spiraal waar, door de te lage rente, de misinvesteringen zich opstapelden.

Het kunstmatig terugschroeven van de rente door de centrale banken induceert niet enkel een reeks van misinvesteringen, maar een onstabiel groeipad van de economie. Het schept de fameuze luchtbellen waaraan de gevestigde economie meer dan driekwart eeuw lang geen enkele aandacht schonk. Eén van die fatale luchtbellen was de Amerikaanse vastgoedsector. Banken pakten er uit met hun zgn. ninja kredieten waarbij mensen zonder inkomen, zonder job, zonder vermogen, gelokt door de lage rente, huizen bij de vleet kochten. Dit deed de vastgoedprijzen de pan uit swingen. Hypothecaire debiteuren konden hun kredieten enkel aflossen door aangekocht vastgoed tegen een veel hogere prijs te verkopen dan de aankoopwaarde. De fameuze sky was inderdaad de limit, en banken bleven maar goedkope kredieten verstrekken alsof er aan de prijsstijgingen voor vastgoed nooit een einde kon komen. Dat de vastgoedbubbel gedoemd was om uiteen te spatten leek achteraf makkelijk te voorspellen, maar uiteindelijk waren het Peter Schiff en Ron Paul, allebei aanhangers van de door de paradigmatische (= gevestigde) economie volslagen genegeerde Oostenrijkse School, die in 2007 het uiteenspatten van de Amerikaanse vastgoedbubbel keurig voorspelden.

 

Geheel analoog is het makkelijk voorspelbaar dat de Nederlandse vastgoedbubbel op springen staat. Nederland mag dan een matige publieke schuld hebben – in 2011 nog 61.4 % van het BBP – het zit opgezadeld met een gigantische private schuld die 198.1 % van het BBP bedraagt (goed voor 1 169.4 miljard euro, ofte 70,079 euro per hoofd van bevolking; vergelijk met België waar de private schuld per hoofd van bevolking 32,141 euro is). Per hoofd van bevolking gaat het hier om de tweede grootste private schuld ter wereld. In procent van het BBP doen enkel Cyprus (298.4 %), Ierland (207.6 %) en Portugal (199.1 %) – niet toevallig allen lid van de bedenkelijke PIIGS CY club – en zit Nederland met 198.1 % op exact hetzelfde pijnlijk hoge niveau van de Verenigde Staten. De totale hypotheekschuld in Nederland bedraagt 670 miljard, dat is 111 % van het BBP en 57.3 % van alle private schulden. Bij het uiteenspatten van de vastgoedbubbel dreigen inderdaad nogal wat Nederlandse banken – waarvan er meerdere aan het infuus van de overheid hangen – om te vallen.

De ABCT gaat ervan uit dat, als de centrale banken minder snel geld creëren, of nog als ze meer bevreesd geraken door het inflatiespook, de rente terug kan stijgen, maar dat pas dan zichtbaar wordt hoe groot de misinvesteringen zijn geweest. Het optimisme verdwijnt, maakt plaats voor animal spirits (een term afkomstig van de door de Oostenrijkers gehate John Maynard Keynes), voor pessimisme, en de hele economie krijgt de kramp en versukkelt in crisis. Het artificieel in leven houden van grote bedrijven, door hen aan het infuus van de overheid te hangen, noopt de centrale banken opnieuw aan geldschepping te doen waardoor de rente weer te laag wordt en een depressie kan omslaan in een recessie.

Het merkwaardige is wel dat het telkens aanhangers van de Oostenrijkse School waren die met hun ABCT, en niet met ingewikkelde econometrische modellen (!), grote crises wisten te voorspellen. Zo was Hayek vrijwel moederziel alleen om in de lente van 1929 de Grote Depressie te voorspellen, en deden Ron Paul en Peter Schiff het nog eens na in 2007 met de huidige persisterende crisis. Dit heeft het denken van de Oostenrijkse School – in 1871 en 1883 gestart met de geschriften van Carl Menger en vanaf 1889 met die van Eugen von Böhm-Bawerk[3] – ongetwijfeld een boost gegeven waardoor de mainstream economics een herwaardering van die methode van analyse – in 1912 aangevuld met de praxeologie[4] van von Mises – niet langer konden blijven uitstellen.

De explosie van de vastgoedbubbel in de States, kort daarna gevolgd door die in Ierland en Spanje, liet investeringsbanken – in tegenstelling tot de minder gehaaide spaarbanken - beseffen dat een groot deel van hun hypothecaire kredieten dubieus waren geworden. Gladde jongens bij Goldman Sachs, in Europa vrij snel gevolgd door die van de Deutsche Bank, creëerden zogenaamd gestructureerde kredieten die, via ingenieuze hefboomeffecten, woekerwinsten lieten verwachten. In werkelijkheid verpakten Goldman Sachs en Deutsche Bank tienduizenden tot honderdduizenden dubieuze kredieten in wat Collateral Debt Obligations werd genoemd, en waarvan credit default swaps – stijl Kaaiman Eilanden – moesten laten geloven dat de risico’s zorgvuldig waren afgedekt. De nieuwe graaicultuur en hebzucht van relatief onervaren bankiers aan het hoofd van spaarbanken stortte hen in een ware aankoopwoede van wat zeer snel sterk verlieslatende rommelkredieten bleken te zijn.

De grote kampioen bij stormachtig opkopen van rommelkredieten – toen nog keurig “kredietderivaten” genoemd was het compleet onervaren Dexia van de Franse megalomaan Pierre Richard, dat niet minder dan 111 miljard rommelkredieten opkocht en hiervoor fondsen aansprak die werden aangehouden door steden, gemeenten en vakbondsmensen, zeven en half keren meer dan het toenmalig kapitaal (15.7 miljard) van de Dexia groep. Zorgen maakten Richard & Cie zich niet over de krankzinnige risico’s die ze namen, die waren immers via een systeem van credit default swaps keurig (sic) verzekerd bij de Amerikaanse … Dexia dochter FSA. Toen bleek dat de kredietverzekering een zure illusie was bleek de derde schijf van de rommelkredieten (de risicovolle, in tegenstelling tot de eerste twee schijven) compleet verlieslatend, compleet niet ingedekt door FSA. De afstoting van FSA uit de Dexia groep loste het probleem niet op omdat het aangezochte Assured Guaranty niet stond te springen de rommel op te kopen. Hiermee kreeg, wat ooit het zeer soliede Gemeentekrediet was, de genadeslag.

Met het introduceren van innoverende bankproducten die enorme hefboom­effecten lieten verhopen [zoals de CDO’s (collateral debt obligations, de latere zgn. rommelkredieten), zoals de SIV’s (structured investment vehicles), zoals de CDS’s (credit default swaps)]; met de invoering van de Amerikaanse ninja credits (no income, no job, no assets, maar wel hypothecaire leningen) en met de opheffing van het onderscheid tussen private (spaar)banken en investerings­banken, ontstond er in de westerse wereld dus een luchtbellen economie die in minder dan een lustrum tijd ontaardde in wat men snel het casino kapitalis­me zou gaan noemen. Gedreven door hebzucht pepten ceo’s van financiële en niet-financiële ondernemingen, hierbij geholpen door de op winst beluste speculatieve beleggers, de koersen van hun aandelen artificieel op. De beurskoersen van banken en verzekeringsmaat­schappijen, maar ook die van de meeste andere beursgenoteerde ondernemingen, lagen mijlenver boven de intrinsieke waarde van diezelfde ondernemingen. Onvermij­delijk moest er een tijdstip komen waar die door hebzucht opgepepte aandelen­koersen – luchtbellen koersen! – uiteen moesten spatten. Dit gebeurde al in de zomer van 2007 toen in de Verenigde Staten een crisis uitbrak rond Fanny Mae en Freddy Mac, crisis die bleef voortwoekeren om in de nazomer van 2008, toen de systeembank Lehman Brothers over de kop ging, zijn dieptepunt te bereiken. In zijn val sleurde Lehman Brothers wereldwijd een reeks andere banken mee.

De scherpte van de economisch structurele crisis blijkt duidelijk uit grafiek 1 die zowel de economische groei (van het BBP) vóór en na 2008 weergeeft. Het zwaarst getroffen zijn de PIIGS landen Griekenland, Ierland, Italië, Portugal en Spanje die volop in de recessie zitten. Maar ook Japan, het Verenigd Koninkrijk, Nederland en de Europese Unie als geheel zaten na de beurskrach van 2008 tot op heden met een gemiddelde negatieve groei van resp. -0.61 % tegen +1.01 voorheen (Japan), van -0.53 % tegen +2.28 % voorheen (Verenigd Koninkrijk), van -0.20 % tegen 1.73 % voorheen (Nederland) en van -0.23 % tegen 1.63 % voorheen (EU). Wereldwijd zakte de gemiddelde economische groei van 2.6 % (periode 2000-2008) naar 1.67 % (periode 2009-2011). Landen als Australië, Brazilië, Saoedi Arabië, de Filippijnen, Turkije, Indonesië, Argentinië, Nigeria, Indië en China liepen keken in het geheel niet tegen een groeivertraging aan: na 2008 was de economische groei er zelfs groter dan vóór de crisis. Van de fameuze BRICK landen (Brazilië, Rusland, Indië, China en Zuid-Korea), die de grote winnaars op de wereldmarkt zijn, deed enkel Rusland het slecht. In Zuid-Korea was de groei na 2008 gemiddeld 3.40 % tegen 4.29 % voorheen. Noteer dat de groeicijfers gebaseerd zijn op de gegevens van de wereldmarkt.

 

2. Statistisch materiaal m.b.t. de kredietexpansie.

Een empirische bevestiging dat een overdreven kredietexpansie economieën ernstig in problemen brengt – zeker wanneer de publieke schuld sneller stijgt dan het BBP - vindt men in grafiek 2. In Griekenland, Portugal, Ierland, Spanje, Cyprus en Italië (alweer de PIIGS CY landen) is de staatsschuld fors gestegen ten opzichte van het BPP zodat de economie van die landen nu heel diep in de crisis zitten. Heel anders verloopt de situatie in de typische groeilanden Brazilië, Rusland, India, China en Zuid-Korea, de zogenaamde BRICK landen. De publieke schuld is er gedaald door een kredietexpansie die geringer is dan de aangroei van het BBP: met uitzondering voor Rusland in 2012 is de verhouding tussen de bruto staatsschuld en het BBP er gedaald. Op Rusland na was er van de economische crisis niets te merken, waardoor zij thans de winnaars zijn in de concurrentiestrijd op de wereldmarkt. Bemerk ook dat in Japan en Nederland de publieke schuld fors is opgelopen ten opzichte van het BBP zodat ook die landen in een diepe crisis zijn verzeild. Ook daar liep de kredietexpansie van de overheid uit de hand.

 

De Wereldbank publiceert cijfers voor zowel de publieke als de private schuld van op Noord-Korea na alle landen in de wereld. Cijfers zijn uitgedrukt als percentages van het BBP. Vermenigvuldigt men die percentages (gedeeld door 100) met het BBP dan verkrijgt men de hoogte van zowel de publieke als de private schuld in Amerikaanse dollars (omdat de Wereldbank het BBP in dollars uitdrukt). Voor alle lidstaten van de Europese Unie publiceert Eurostat ook cijfers in euro. In Tabel 2 kan men de evolutie van de totale staatsschuld per land volgen van 2001 tot 2012. De cijfers voor 2012 zijn prognoses van de Wereldbank. Dan blijkt dat Japan met een bevolking van 126.2 miljoen inwoners een grotere staatsschuld heeft dan de Verenigde Staten met een bevolking van 313.5 miljoen inwoners. Het is de hoogste publieke schuld in de wereld.

[tabel 2 werd in de facebook versie weggelaten, omdat het layouten van tabellen met facebook een prutswerk is.]

Interessant is ook de berekening hoe groot de publieke schuld per hoofd van bevolking is. Die is het hoogst in Japan, een land dat destijds ontsnapte aan de persisterende petroleumcrisis van 1973-1988 maar dat zijn groei hoofdzakelijk financierde via een abnormaal hoge kredietexpansie. Van de Belgische overheid is geweten dat ze op fiscaal gebied zeer inhalig is, maar blijkbaar volstaat die fiscale manslag op de burger (zowat de hoogste fiscale en parafiscale lasten in de wereld) niet om continu te worstelen met wat politici – in de stijl van de Oostendse Grootinquisiteur in Fiscale Fraude, de voor het overige beminnelijke John Crombez – noemen … “de te lage overheidsont­vangsten”. Geen wonder dat België de derde hoogste staatsschuld per inwoner heeft. Zie grafiek 3.

 

Op mijn facebook pagina schreef ene Guy Evens, werkzaam in de immobiliënsector, een merkwaardige bedenking: “Veertig jaar geleden was er de vader die geld binnenbracht en voor de moestuin zorgde. Moeder zorgde voor de kroost en maakte zelfs nog eten klaar. Die konden zich een nieuwbouw veroorloven. Nu gaat iedereen uit werken, heeft niemand tijd (gelukkig zijn er kant-en-klaar schotels uit de micro) en kunnen mensen zonder hulp van de vorige generatie geen huis meer kopen of bouwen. Jaja, wij zijn er sterk op vooruit gegaan ... en nu gaan mensen zeggen: ‘Jamaar vroeger hadden ze geen tv, geen auto, geen reizen etc...’ Klopt, maar vroeger kostte een tv ook een half jaarloon - nu een half maandloon. Daarentegen hoefde toen het huisbezoek van een loodgieter geen aanslag te betekenen op het familiefortuin. (Waarschuwing - dit is een beetje simpel & populistisch maar....) Er klopt iets niet: een werknemer gaat naar huis met (netto) 2.000 euro (wat ie bruto verdient kan hem onmogelijk interesseren). De werkgever betaalt 5.000 euro. De werknemer komt amper rond en de werkgever betaalt zich blauw (of sluit of vertrekt). En... de overheid komt ook niet rond... Mijn bescheiden mening: ik denk dat er ergens een kraan open staat.”

 

De Wereldbank publiceert ook cijfers voor de private schulden (domestic credit to private sector) als een percentage van het BBP. Hierbij valt opnieuw op dat niet enkel de publieke schuld maar ook de private schulden van de PIIGS CY landen sneller zijn gestegen dan het BBP van die landen, wat wijst op een overdreven kredietexpansie in de probleemlanden. Sterkste stijger is Cyprus, meegesleurd door de compleet uit de hand gelopen kredietexpansie in buurland Griekenland. In Cyprus steeg de private schuld van 213.7 % van het BBP in 2001 tot 298.4 % in 2011. In Griekenland van 57.4 % tot 118.2 %. Maar ook in de twee probleemlanden op het Iberische schiereiland, Spanje en Portugal liep de kredietexpansie alarmerend op; In Spanje steeg de private schuld van 101.2 % van het BBP in 2001 tot 204.1 % in 2011, een verdubbeling! In Portugal steeg de private schuld van 133.4 % van het BBP in 2001 tot 192.2 % in 2011. In Ierland, waar de publieke schuld al zo buitenissig opliep, blijft ook de private schuld torenhoog. Die liep er op van 109.3 % van het BBP in 2001 tot 234.5 % in 2009 om daarna lichtjes af te nemen tot 207.6 % in 2011. Ook Italië kon de kredietexpansie in de private sector niet afremmen: de private schuld liep er op van 77.5 % van het BPP in 2011 naar 122.3 % in 2011. Zie grafiek 4.

 

Binnen de EU is Duitsland het enige land dat er in slaagde de kredietexpansie in de private sector te verlagen: van 118.8 % van het BBP in 2001 tot 105.4 % in 2011. In Japan, dat worstelt met een torenhoge publieke schuld, kon de kredietexpansie binnen de private sector worden afgeremd van 190.1 % van het BBP van 2001 tot 169.7 % in 2011.

Alarmerend is de evolutie van de privaatschuld in Nederland. Uitgedrukt als een percentage van het BBP steeg die van 135.3 % naar 198.1 %. Het grootste deel van die private schuld bestaat uit hypotheekleningen. Dat de Nederlandse zo’n zware hypotheekschuld heeft kan worden verklaard uit het feit dat het land afgetekend de hoogste woonlasten heeft van de Europese Unie. Nederlanders besteden inderdaad bijna een derde van hun inkomen (30.9 %) aan wonen. Binnen de Europese Unie ligt het gemiddelde op iets meer dan een vijfde (22.2 %). Ronduit slecht is het in Nederland gesteld met de woonlastenquote voor de huurders – dit is het deel van hun huurlasten in het besteedbaar inkomen – 38.7 %. Geen wonder dat Nederlandse gezinnen zich, bij zulke abnormaal hoge huurprijzen, al vroeg in de schulden steken om een eigen woonst te kunnen aanschaffen. Bij huishoudens met de laagste inkomens, die doorgaans niet in aanmerking komen voor een hypotheeklening, gaat bijna de helft van het besteedbaar inkomen (47.8 %) naar woonlasten – hoofdzakelijk huurgelden. Al jaren poogt de Woonbond – evenwel zonder succes – hieraan te verhelpen.

GRAFIEK 5: Mediane woonquote van huurders & kopers in de EU[1] in 2010

[tabel 3 werd in de facebook versie achterwege gelaten om dezelfde redenen als tabel 2.]

Een overzicht van de private schulden in de wereld, uitgedrukt in miljard Amerikaanse dollars, vindt men hierboven in Tabel 3. De evolutie van de private schulden per hoofd van bevolking vindt men in grafiek 6. Men ziet er hoe torenhoog de private schuld per hoofd van bevolking in Ierland en in Nederland. Die schuld per hoofd van bevolking is er hoger dan voor de meer welvarende doorsnee Amerikaan. Wat ook opvalt is dat de private schuld van de doorsnee Belg slechts de helft is van die van de doorsnee Nederlander. Van de PIIGS CY landen vindt men in 2011 Ierland op de eerste plaats, Cyprus op de vierde plaats, Spanje op de negende plaats. In de BRICK landen is de private schuld per inwoner minder dan 25,000 Amerikaanse dollars.

 

 

Een goed overzicht van de kredietexpansie in de wereld bekomt men indien men publieke schuld en private schuld bij elkaar optelt en die som deelt door het bruto binnenlands product (BBP). Indien die verhouding in de loop der jaren oploopt wijst dit inderdaad op een kredietexpansie waarbij de economische groei over een pad van bubbels loopt in de richting van depressie of recessie. In grafiek 7 volgt een overzicht in de 28 bestudeerde landen die verantwoordelijk zijn voor 90 % van alle schulden en van alle productie. Dan blijkt dat de kredietexpansie het sterkst was in de PIIGS CY landen, uitgerekend de landen met de diepste crisis die voor de problemen in de eurozone hebben gezorgd. In Ierland was de kredietexpansie het sterkst en steeg de totale schuld van 144 % van het BBP in 2001 tot 305 % in 2011 (een stijging met gemiddeld 7.06 % per jaar). In 2011 hadden Cyprus, Ierland, Portugal en Spanje (vier PIIGS CY landen) op Japan na de hoogste totale schuld per BBP. Ze worden gevolgd door het Verenigd Koninkrijk, Griekenland (het vijfde PIIGS CY land in de ranking), Nederland, de Verenigde Staten en Italië (het zesde PIIGS CY land in de ranking).

 

Men heeft de vertegenwoordigers van de Oostenrijkse school meer dan eens verweten dat ze geregeld werken met (statistisch) onmeetbare grootheden. Men denke aan ordinale termen als nuttigheid en grensnut die statistisch niet kunnen worden gekwantificeerd. De centrale term in de ACBT blijft bovenal “krediet­expansie”. Men beschikt wereldwijd over voldoende bronnen om die grootheid te kwantificeren. Hierbij denke men aan de statistische publicaties van o.m. de Wereldbank, het IMF, de CIA, de OESO of aan Eurostat voor wat Europa betreft. Een betrouwbare maatstaf voor de graad van kredietexpansie is de groei van publieke en private schuld ten opzichte van het BBP tussen twee tijdstippen. Die groei kan worden gemeten als een samengestelde groeivoet (zie voor formule voetnoot 5). In grafiek 8 ziet men het resultaat van die becijfering. Hieruit blijkt dat de groeivoet van de totale schulden tegenover het BBP het hoogste is voor vier van de zes PIIGS CY landen: 7.02 % per jaar voor Ierland, 4.85 % per jaar voor Griekenland, 4.71 % per jaar voor Spanje en 4.40 % per jaar voor Portugal. De schulden zijn er zo snel opgelopen dat overheid en particulieren ondertussen woekerinteresten moeten betalen om nog geld te kunnen lenen. Dan volgen het Verenigd Koninkrijk met een jaarlijkse groei 4.05 %, Zuid-Korea met 3.44 % (een BRICK land!), Australië met 3.10 %, Nederland met 3.05 % en Frankrijk met 3.02 %. In hun spoor volgen de twee overige PIIGS CY landen: Cyprus met 2.56 % en Italië met 2.24 %. Op Zuid-Korea na konden de andere BRICK landen de groeivoet van totale schulden/BBP binnen de perken houden: Brazilië met 0.92 %, Indië met 0.53 %, China met 0.29 % en Rusland met minus 1.63 %. Dit laatste impliceert dat in Rusland de totale schuld minder sterk stijgt dan de binnenlandse productie. Hetzelfde is ook het geval voor zulke landen als Canada, de Filippijnen, Argentinië, Indonesië, Zuid-Afrika en Nigeria. Ook daar daalt de totale schuldenlast als percentage van de binnenlandse productie.

 

[1] Mariette Haffner en Kees Dol (2011), Internationale vergelijking van woonuitgaven met EU-SILC, Delft: Onderzoeksinstituut OTB, Technische Universiteit Delft, p. 9. [EU-SILC staat voor EU-Statistics on Income and Living Conditions].

[1] Met “samengesteld” wordt verwezen naar de formule van de samengestelde interest. Vermits Kn = Ko ( 1 + r/100)n volgt dat r = 100 [(Kn / Ko)1/n – 1].

[2] Friedrich A. Hayek (1929), Geldtheorie und Konjunkturtheorie (Beitrage zur Konjunkturforschung, herausgegeben vom Österreichisches Institut für Konjunkturforschung, Vienna/Leipzig: Hölder-Pichler-Tempsky. In Engelse vertaling uitgegeven als: Friedrich A. Hayek (1933), Monetary Theory and the Trade Cycle, New York, N.Y.: Sentry Press.

Friedrich A. Hayek (1931), Prices and Production, New York, N.Y.: Augustus M. Kelly Publishers.

Friedrich A. Hayek (1944), The Road to Serfdom, Londen: George Roudledge & Sons.

Friedrich A. Hayek (1969), Freiburger Studien. Gesammelte Aufsätze. Tübingen: Walter Eucken Institut (Wirtschaftswissenschaftliche und wirtschaftsrechliche Untersuchungen 5) J.C.B. Mohr/P. Siebeck.

Ludwig von Mises (1912), Theorie des Geldes und der Umlaufmittel, München/Leipzig: Verlag von Duncker & Humblot.

Ludwig von Mises (1949), The Theory of Money and Credit, translation by H.E. Batson, Indianapolis, Ind.: Liberty Classics, (1980).

[3] Carl Menger (1871), Grundsätze der Volkswirtschaftslehre, Wien: Wilhelm Braumüller, pas in 1950 heruitgegeven in Engelse vertaling als Principles of Economics.

Carl Menger (1883), Untersuchungen über die Methode der Socialwissenschaften und der politischen Oekonomie insbesondere, Leipzig: Verlag von Duncker & Humblot.

Eugen von Böhm-Bawerk (1895), "The Positive Theory of Capital and Its Critics," Quarterly Journal of Economics, vol. 9, (January), 1895, pp. 113-131.

Eugen von Böhm-Bawerk (1898), Karl Marx and the Close of His System. Translated by Alice McDonald. London: T. Fisher Unwin, 1898. Reprinted in Karl Marx and the Close of His System. New York: Augustus M. Kelley, 1949.

Eugen von Böhm-Bawerk (1889), Capital and Interest (3 vols. in one). South Holland, IL: Libertarian Press. Trans. By George D. Huncke and Hans F. Sennholz. 1959.

[4] Onder praxeologie verstaat men een (filosofische) classificering van de wetenschappen. De term komt reeds sinds 1608 (Clemens Timpler) in de vakliteratuur voor. Onder de economen die de term gebruikten kan men vermelden: Tadeuz Kotarbinski (1923), Eugene Slutsky (1924), Ludwig von Mises (1933), Nikolai Bukharin (1938), François Peyroux (1957) en Oskar Lange (1958). Von Mises gebruikte de praxeologie als startvlak voor zijn verklaring van het menselijk handelen.

Lid worden van Rossem?: www.rossem.org

18:02 Gepost door Ben Willems in Actualiteit | Permalink | Commentaren (0) | Tags: columns, ecoomie, rossem, jean pierre van rossem, crisis | |  Facebook | |  Print | |

17-09-12

Niet sexy, wel doeltreffend: Hoe we de economische crisis te lijf kunnen gaan. (Deel 3)

Dit is vooral een kwestie die op Europees vlak moet worden aangepakt. Wereldwijd stijgen de publieke schulden sneller dan het bruto binnenlands product. Tussen 2001 en 2012 stegen de staatsschulden in de wereld nominaal met jaarlijks 8.47 % terwijl het bruto binnenlands product jaarlijks nominaal (d.i. in lopende geldeenheden) met 6.90 % steeg. België heeft momenteel de tweede hoogste staatsschuld per hoofd van de Europese Unie, en de derde hoogste per hoofd ter wereld. Dit hoeft niet dramatisch te zijn zo lang de (i) private schuld niet sneller oploopt dan de private schuld, (ii) zolang de interest van overheidspapier beheersbaar is (liefst onder de 3 %), (iii) zolang de economische groei positief blijft, (iv) zolang de werkloosheidsgraad beperkt blijft (liefst onder de 5 %) en (v) zolang ook de jeugdwerkloosheid beperkt blijft (liefst onder de 10 %). Dit is niet het geval voor de zogenaamde PIIGS CY landen (Portugal, Italië, Ierland, Griekenland, Spanje en Cyprus) waar minstens aan vier van de vijf voorwaarden na niet is voldaan.

Vooral een grote private schuld (in vergelijking met de staatsschuld), een geringe economische groei (zeker een langdurige recessie), een hoge werkloosheid en een hoge langdurige jeugdwerkloosheid, leiden op de financiële markten tot speculatie tegen en de munt van een land dat daarmee worstelt en tegen de kredietpositie van dat land.

 

TABEL I - SITUATIE VAN DE PIIGS CY LANDEN VERGELEKEN MET BELGIË EN NEDERLAND

 

Priv/publ schuld Interest 10 jaar Eco groei 2009-11 Werkloosheid Jeugdwerkloos­heid

Griekenland 0.83 25.82 % - 4.57 % 13.8 % 49.3 %

Spanje 3.05 6.79 % - 1.03 % 19.2 % 48.5 %

Ierland 1.99 6.12 % -2.70 % 11.7 % 30.5 %

Cyprus 4.49 7.02 % - 0.03 % 8.5 % 22.4 %

Portugal 1.87 10.49 % -1.03 % 11.7 % 34.1 %

Italië 1.08 6.01 % -1.10 % 8.1 % 30.5 %

vgl. België 0.93 2.69 % + 0.43 % 6.0 % 18.7 %

vgl. Nederland 3.08 1.75 % -0.20 % 5.3 % 8.5 %

 

Op nationaal vlak impliceert dit dat geen verder begrotingstekort meer kan worden getolereerd, dat de economische groei ernstig moet worden opgekrikt, en dat de werkloosheid – zeker de jeugdwerkloosheid – gevoelig moet worden gereduceerd. Die doelstellingen kunnen worden bereikt mits het doorvoeren van het sub 3 voorgestelde plan om de economische crisis aan te pakken.

Maatregelen op internationaal vlak moeten de nefaste invloed van de ratingbureaus (Standard & Poor’s, Moody’s, en Fitch) aan banden leggen. Tot vóór de explosie van te talloze luchtbellen die een artificiële economische groei mogelijk maakten, dacht men er nauwelijks aan staten op hun kredietwaardigheid te beoordelen. De gedachte dat een staat wel eens failliet kon gaan bestond niet eens. Na het losbarsten van de crisis in 2008 deinsden door niets of niemand gecontroleerde ratingbureaus er niet voor terug hele staten op hun kredietwaardigheid te beoordelen, waardoor de interest spread van de lange termijn interesten van staatspapier vooral in de probleemlanden van de eurozone (de fameuze PIIGS CY landen) – dus het verschil tussen de interesten die ze voor hun staatsschulden moeten betalen en die welke Duitsland voor zijn staatsschulden moet betalen - plots alarmerend begon te stijgen.

Noch België, noch de Europese Unie, kunnen afdwingen dat de almachtig geworden ratingbureaus – die de financiële markten grondig beïnvloeden – onder één of andere vorm van internationale controle komen te staan. De werkwijze van de kredietbeoordeelaars mist iedere transparantie en slachtoffers van foute beoordelingen (b.v. de klanten van het in 2008 failliet gegane Lehman Brothers, dat volgens de kredietbeoordeelaars een volkomen foute AAA status kreeg) kunnen niet eens klacht neerleggen tegen de ongrijpbare ratingbureaus die Standard & Poor’s, Moody’s en Fitch zijn als ze onmiskenbare fouten maken.

 

 

Er moet dan ook dringend werk worden gemaakt van de plannen van Roland Berger en Markus Krall om een Europees ratingbureau op te richten; dan wel één dat veel transparanter is dan zijn Amerikaanse kredietbeoordeelaars, en dat vervolgd kan worden voor foute beoordelingen. Die Europese kredietbeoordeelaar zou dan op zijn beurt de Amerikaanse ratingbureaus kunnen beoordelen, waardoor ze allicht veel voorzichtiger zullen zijn. De introductie van een Europese kredietbeoordeelaar zou in ieder geval de interest spread tussen landen van de eurozone kleiner maken.

Wil men de spread – die gezorgd heeft voor de onverantwoorde macht van de ratingbureaus – volkomen laten verdampen dan moet er kunnen worden gewerkt met eurobonds die eenzelfde interest uitbetalen in alle lidstaten. Geweten is dat het Duitse Grondwettelijk Hof zoiets voorlopig verbiedt, maar dan kunnen alle andere lidstaten desnoods de “27 min 1” eurobond doorvoeren. De uitgekeerde interest zal dan allicht hoger zijn dan die van Duitse staatsobligaties, wat ze aantrekkelijker maakt voor de belegger. Aan de ECB zou kunnen worden gevraagd de terugbetaling te garanderen.

 

 

4. DE EUROCRISIS

Vooral het laatste jaar wordt er druk gespeculeerd tegen de euro. Hoe gering de solidariteit is tussen de leden van de Europese Unie moge blijken uit de inspanningen van de (London) City om de euro in waarde te laten dalen tegenover het Britse pond. Sedert februari verliest de euro stelselmatig aan waarde tegenover de Amerikaanse dollar. Aangezien petroleumproducten – waarvan de prijs bepaald wordt op de London Platts – in dollar moeten worden betaald moeten de lidstaten van de EU, die voor hun petroleumproducten in hoge mate aangewezen zijn op het buitenland, daardoor een steeds hogere factuur betalen, zeer tot ontevredenheid van het Duitsland van Angela Merkel.

De euro is in feite geboren in een bijzonder ongelukkig kraambed. Het verdrag van Maastricht voorzag dat landen van de eurozone een (bruto) staatsschuld moesten hebben van 60 % of lager, en een jaarlijks begrotingstekort van maximum 3 %. Maar uiteindelijk werd niets daarvan in praktijk toegepast. Bij de invoering van de euro was aan de 60 % regel voldaan in o.m. Duitsland (59.7 %), Frankrijk (53.7 %), Spanje (59.6 %), Nederland (51.2 %), Ierland (35.1 %), Portugal (50.1 %) en Cyprus (58.8 %), maar bijvoorbeeld flagrant niet in Italië (107.9 %), België (99.8 %) en Griekenland (103.4 %). Maar de euro was amper vijf jaar ingevoerd toen de twee locomotieven van de eurozone, Duitsland en Frankrijk, al aankeken tegen een staatsschuld van resp. 68.4 en 64.9 %. Van de twaalf landen waaruit de eurozone initieel bestond is er eind 2011 één enkel, Luxemburg, dat de staatsschuld onder de 60 % wist te houden (goed en wel op 18.3 %). Duitsland (82.5 %), Frankrijk (88.5 %), Spanje (71.9 %), Nederland (79.2 %), Ierland (112 %), Portugal (121.5 %) en Cyprus (78 %), die in 2001 nog de Maastrichtnorm van de 60 % respecteerden, hebben die inmiddels ruimschoots aan hun laars gelapt. Italië zit midden 2012 al op 119 %, België blijft steken op 100.6 %, Griekenland kijkt hopeloos aan tegen 155.1 % en Oostenrijk worstelt met 72.2 %.

 

 

Mario Draghi en de ECB hebben de eurocrisis verkeerd aangepakt. Eind december 2011 en medio februari 2012 konden Europese banken intekenen op spotgoedkope leningen verstrekt door de ECB. Telkens ging het om ongeveer 500 miljard euro. met de bedoeling goed rentende obligaties van probleemlanden op te kopen. De fameuze bazooka van 1000 miljard slaagde er niet in de financiële markten te bedaren. Veel beter was de ECB tussengekomen om de schuldenlast van de PIIGS CY landen te reduceren tot 60 % teneinde de onrust op de financiële markten te verminderen. Zou men dit hebben gedaan, dan was er nood aan 1 490,5 miljard, te weten: 948.9 voor Italië, 226.9 voor Griekenland, 140 voor Ierland, 91 voor Spanje, 81.4 voor Portugal en 2.3 voor Cyprus zie Grafiek 4). Het drukken van meer euro’s is geen oplossing, omdat het totaal van alle in omloop zijnde euro’s amper 840 miljard bedraagt. Het verstrekken van steeds nieuwe leningen lost absoluut niets op, omdat de schuld van de probleemlanden daardoor hoegenaamd niet verminderen. Allicht de meest ingenieuze oplossing voor dit soort problemen is de uitgifte van quasigeld. Dit systeem werd tussen 1933 en 1938 toegepast door allicht de meest bekwame bankier aller tijden, door Hjalmar Schacht – die zelf geen nazi was. Hij, die blijkbaar geen last had van morele bezwaren, gebruikte het systeem om zowel het Duitse 3.5 miljard RM kostende Autobahnproject als de 12 miljard RM kostende bewapening te financieren, ondanks het feit dat de Duitse schatkist op 150 miljoen RM na leeg was. Voor zijn “vermenigvuldiging van de broden” werkte hij inderdaad met quasigeld, zijn zgn. Mefo- en Öffa wisselbrieven. Hierover schreef ooit:

 

“De financiering van de herbewapening was een veel complexer probleem omdat het Akkoord van Versailles de Duitse nationale bank had verboden meer dan 100 miljoen RM uit te lenen aan de Duitse regering en steeds met een interestvoet lager dan 4.5 %. Voor een door de wol geverfde financieel expert als Schacht was dit geen onoverkomelijke handicap. In 1933 creëerde hij een schijnvennootschap Metallurgische Forschungs GmbH”, waarin vier concerns met zulke klinkende namen als Krupp, Siemens, Rheinmetall en Gutehoffungshütte een kapitaal van 1 miljoen RM bijeenbrachten. Wapenproducenten kunnen nu een zgn. Mefo-wisselbrief trekken op de schijnvennoot­schap. De wisselbrief wordt gedekt door de Reichsbank waar Schacht president van is, is al inwisselbaar na drie maanden, maar minstens vijf jaar geldig. Bovendien brengt ze een jaarlijkse rente op van 4 %. Niet zeker of dit quasigeld (…) wel vlot zou worden aanvaard, werden private banken aanvankelijk nog verplicht 30 % van hun liquiditeiten in dit soort Mefo-wisselbrieven te pompen. (…) De Mefo-wisselbrieven, die verdisconteerbaar waren bij de Nationale Bank, waren echter zo’n succes dat deze maatregelen overbodig waren.(…) Meer dan 90 % (van de Mefo wisselbrieven) werd vijf jaar lang in portefeuille gehouden, zodat de eerste terugbetalingen pas in 1938 moesten geschieden, op het ogenblik dat de financiële situatie al grotendeels was opgeklaard.”[1]

 

Wat kunnen we met een Schacht-variant bereiken voor het stabiliseren van de euro? En moeten we die euro wel redden, of verlaten zoals de Nederlandse PVV van Geert Wilders predikt?

Beginnen we met de tweede vraag. Een nadeel van de introductie van de euro was ongetwijfeld dat soevereine staten niet langer de eigen munt konden controleren, maar dat ze hiervoor aangewezen waren op de ECB. Als voorheen de economie ernstig slabakte konden staten, indien gewenst, altijd de eigen munt devalueren, wat de export bevorderde (de import benadeelde). Na de introductie van de euro kon dat niet meer. Maar is de terugkeer naar de eigen munt dé oplossing? Voor landen met een kleine schuld is het antwoord “ja” omdat de schulden hoe dan ook in euro’s moeten worden terugbetaald. Maar voor Nederland met een publieke schuld van 66.2 % en een private schuld van … 198.1 % van het BBP (de tweede hoogste ter wereld per hoofd van bevolking) ware een terugkeer naar de gulden een partijtje poker waarbij ontzettend veel geld verloren moet gaan van zodra de nieuwe gulden de wisselkoers van de rest van de eurozone niet kan bijhouden. Voor landen met torenhoge schulden als Griekenland, Ierland, Italië, Portugal of Spanje ware een terugkeer naar de vroegere munt doodgewoon een catastrofe. De nieuwe drachme riskeert dan in minder dan geen tijd de helft in waarde te verliezen tegen de euro, wat zou betekenen dat de reeds torenhoge schulden dubbel zoveel zouden gaan kosten. Voor dat soort landen kan een Grexit alleen maar een nationale ramp zijn.

Keren we dan terug naar de eerste vraag. De speculatie tegen de euro is mogelijk gemaakt door de massale publieke schulden van de PIIGS CY probleemlanden. De financiële markten verliezen hun vertrouwen in het staatspapier van deze landen en gaan steeds meer twijfelen of ze hun belegging in zulke fondsen ooit integraal zullen zien terugbetaald. Hierdoor daalt ook de betrouwbaarheid van de euro waarin die dubieuze fondsen nominaal zijn uitgedrukt. Een terugkeer naar een stabiele euro is enkel mogelijk als men de onrust van de financiële markten over deze overheidsfondsen weet te bedaren. Nemen we even de positie van Griekenland. Wie nu een publiek fonds van Griekenland op termijn van 10 jaar wil kopen is pas tevreden als hij daarvoor jaarlijks minstens 25 % krijgt. Dit betekent dat onder die omstandigheden Griekenland voor een tienjarige lening van 1 miljard niet minder dan 3.5 miljard zal moeten terugbetalen (het geleende miljard + 10 keer 250 miljoen, zijnde de jaarlijkse 25 %). Het is evident dat zo’n land nimmer nog uit de problemen komt. Zou een volledig betrouwbare instantie absolute garanties geven dat een Griekse lening van 1 miljard euro over 10 jaar zal terugbetalen dan zal de houder van dergelijk overheidspapier ook tevreden zijn met de ingelegde 1 miljard plus jaarlijks b.v. 2.5 %. Dan kost die lening op 10 jaar tijd slechts 1.25 miljard.

De krankzinnig hoge interesten die de PIIGS CY landen nu op hun staatsschuld moeten betalen – Griekenland 25.82 %, Portugal 10.49 %, Cyprus 7.02 %, Spanje 6.79 %, Ierland 6.12 % en Italië 6.01 % (zie Tabel I) – uitgerekend op het moment dat de interesten in de wereld historisch laag zijn (wat volgens de ABCT theorie van de Oostenrijkse School oorzaak is van nieuwe crises en gevaarlijke bubbles), zijn in feite de prijs die die landen aan de financiële markten moeten betalen voor het opgelopen risico.

Door het gebruik van quasigeld kan men de publieke schuld van de PIIGS CY landen reduceren tot 60 % van het BBP waardoor het speculeren tegen het overheidspapier van die landen op de financiële markten meteen zal ophouden. Hiertoe is nodig dat men, onder controle van de ECB een PIIGS Aid Ltd opricht (vergelijkbaar met de schijnvennootschap in het systeem van Schacht), waarbij de PIIGS CY landen een reeks wisselbrieven (in coupures van b.v. 1 miljoen euro) op termijn 10 jaar kunnen trekken op de PIIGS Aid Ltd. Die wisselbrieven mogen enkel worden gebruikt om de eigen staatsschulden, vertegenwoordigd door overheidspapier, in te kopen tegen het volle nominaal bedrag van de schuld vermeerderd met 2.5 % per jaar. Daarbij moeten de ingekochte stukken wekelijks worden overgemaakt aan de PIIGS Aid Ltd. De houders van de overgedragen wisselbrieven kunnen die stukken na minimum één jaar herdisconteren bij de PIIGS Aid Ltd., waarbij de ECB garant staat voor de correcte uitbetaling. Wachten ze daar maar één jaar mee dan krijgen ze 102.5 % uitbetaald; wachten ze tot het tiende jaar dan krijgen ze 125 % uitbetaald.

De maximale som aan wisselbrieven die de PIIGS CY landen op de PIIGS Aid Ltd. kunnen trekken is het verschil tussen de huidige staatsschuld van elk PIIGS CY land en de 60 % van zijn BBP (dus 948.9 miljard voor Italië, 226.9 voor Griekenland, 140 voor Ierland, 91 voor Spanje, 81.4 voor Portugal en 2.3 miljard voor Cyprus).

De PIGGS CY landen kunnen slechts wisselbrieven op de PIIGS Aid Ltd trekken nadat ermee werd overeengekomen dat alle ingekocht overheidspapier aan haar zal worden overgemaakt, waarbij PIIGS Aid Ltd na tien jaar kàn beslissen het overheidspapier al dan niet te innen, gespreid over een periode van weer tien jaar. Op die manier daalt de staatsschuld van de PIIGS CY landen gedurende minstens de eerste tien jaar tot 60 % van het BBP.

De gedachte dat de hardwerkende Duitser, Nederlander, Belg, etc. bij dit alles moet opdraaien voor de knoeiboel van de Grieken, Ieren, Spanjaarden, etc. is kortzichtig. Enerzijds voert de Eurozone opvallend meer in uit de Verenigde Staten dan ze er naar uitvoert, waardoor een zwakke euro alle niet PIIGS CY landen meesleurt in een ontwrichting van de handelsbalans en in een duurdere import. Anderzijds leidt het uitblijven van efficiënte hulp aan de PIIGS CY landen tot een oplopende petroleumfactuur die zowat alle burgers van de Eurozone treft. Door gebruik te maken van quasigeld (uiteindelijk … amper 1 490,5 miljard euro – waar wel ruimte gevonden werd om 1 000 miljard euro toe te stoppen aan de banken!) kan de onrust op de financiële markten verdwijnen.

 

5. DE DEXIA CRISIS

Het valt op dat zowel het Parlement als de burger (die straks moet opdraaien voor het wanbeleid bij Dexia) via minister Steven Vanackere geen degelijk inzicht krijgen in het zeer complexe Dexia dossier. Tal van gegevens worden door voorzitter Jean-Luc Dehaene en door topman Pierre Mariani blijkbaar enkel doorgespeeld aan Luc Coene van de Nationale Bank. Na een incident in een Kamercommissie, waarbij gegevens uitlekten, verklaarde dezelfde Coene zich geen tweede keer te laten vangen bij de mededeling van gegevens zie: De Tijd van 2 mei, p.3, “Coene: In de toekomst is het niet meer de bedoeling nog naar het parlement te gaan, behalve als ik verplicht ben inlichtingen te gaan geven. Ik heb geen zin om me tweemaal te laten vangen.

Nog steeds op 2 mei betitelde De Tijd een uitspraak van Coene als volgt: “Dexia nu opdoeken zadelt ons met verlies van 125 miljard op.” Waar draait het allemaal om? Door een puur boekhoudkundige constructie bedraagt het kapitaal van de restbank Dexia – in werkelijkheid een bad bank met nagenoeg geen klanten meer – op papier nog 2 miljard. (In werkelijkheid zou het om minus 2.1 miljard gaan). In het meest optimistische geval zal de herstructurering van Dexia in het komende jaar gepaard gaan met nieuwe verliezen. Volgens Coene bedragen de activa van Dexia momenteel nog 250 miljard, maar zouden ze bij gedwongen verkoop voor een verlies van 125 miljard zorgen (en zouden ze in werkelijkheid maar 125 miljard meer waard zijn). Om te verhinderen dat Dexia omvalt moeten België en Frankrijk nieuw kapitaal investeren in de bad bank. Hoeveel is volgens Coene nu nog koffiedik kijken. In werkelijkheid weten we dat de werkelijke schulden van Dexia schommelen tussen de 250 tot 350 miljard – officieel 293.1 miljard na de verkoop van groepen van activa (tegen 116.3 miljard). De meest gunstige verwachtingen zijn dat Dexia, dat vorig jaar 16.4 miljard verlies leed, dit jaar opnieuw 2 à 3 miljard verlies zal lijden wegens de aanhoudende wanprestaties van DCL (Dexia Crédit Local). Als dit verlies niet kan worden aangezuiverd verliest Dexia, dat in geen enkel opzicht kan voldoen aan de bankvereisten als opgesomd in het Basel III bankakkoord, in januari 2013, als de nieuwe Basel richtlijnen van toepassing zullen zijn, zijn banklicentie. Als dit gebeurt is een definitief failliet van Dexia onvermijdelijk en zal België er niet aan ontsnappen de 54.5 miljard staatswaarborg die Leterme en Reynders aan Dexia gaven, 5000 euro per burger, op tafel te leggen. Iets wat niet kan omdat dit geld er doodgewoon niet is. Daarom dus dat Coene het alarmlerende bericht stuurde voor een nieuwe geldinjectie in Dexia. Dromen dat Frankrijk daarvan een deel op tafel zal leggen is niet gepermitteerd, ook niet nadat Hollande de Franse presidentsverkiezingen won. Maar wat gebeurt er als België toch de 2 à 3 miljard op tafel zou leggen? Dan verwerft België het leeuwenaandeel van het kapitaal in de bad bank, zeker nadat die haar kapitaal recentelijk reduceerde tot officieel 500 miljoen. Nu verplicht de wetgeving een aandeelhouder die meer dan 30 percent van het kapitaal in handen heeft een bod uit te brengen op de resterende aandelen. Vermits de beurskapitalisatie van Dexia ondertussen is verschrompeld – niemand van de andere aandeelhouders wil nog een cent in de bodemloze put van Dexia te grabbel gooien – zal Dexia worden verplicht door de staat (België) te worden geconsolideerd. In mensentaal betekent dit dat de schulden van Dexia (officieel 293.1 miljard, zeker niet de 125 miljard van Coene) moeten worden meegeteld bij de staatsschuld. Dit zegt niet JPVR, dat staat te lezen in De Tijd van vrijdag 27 april onder de titel: “Het horrorscenario: hoe Dexia de Belgische overheidsschuld kan doen exploderen”.

Kortom er hangt iedere Belg allicht 30.000 euro belastingschuld boven het hoofd (dat is 120.000 euro per gezin met twee kinderen) als België weigert Dexia te laten failliet gaan. Dat is dan het mooie cadeau waarvoor Leterme en Reynders hebben gezorgd. Op 6 oktober maakte het tweetal de Belg nog wijs: “Redding Dexia kost niets” en “Bad bank is zo slecht nog niet” (zie De Tijd van 6 oktober 2011, p. 4). Ondertussen lijkt ook vast te staan dat Dexia, dat in december 2011 nog 20 miljard van de ECB kreeg, niet moet rekenen op een verdere tegemoetkoming van diezelfde ECB. Van een nieuwe schijf van vermoedelijk 30 miljard, als bericht eind februari van dit jaar, kan er blijkbaar geen sprake meer zijn.

Geen wonder dat Vanackere en zijn kliek zich de dood zwijgen om iets over de huiveringwekkende financiële situatie van ons land openlijk mee te delen. Al wie doodgewoon de naakte feiten durft neerschrijven wordt gebombardeerd tot een machiavellist en een populist die electoraal garen wil spinnen uit het complete debacle. Onvoorstelbaar. De belastingbetaler mag niets weten en mag zich straks ruïneren voor het ACW bolwerk dat Dexia altijd was. Zwijgen en betalen blijft de leuze. [Vraagje: wanneer kookt jullie bloed dan eindelijk eens over????]

Dexia is een systeembank. Dat impliceert dat als Dexia omvalt financiële instellingen van Alaska tot Tasmanië dreigen om te vallen. Het is trouwens uitsluitend te danken aan zijn statuut van systeembank dat Dexia – in 2011 nog goed voor 11.6 miljard + 5 miljard verlies – ondanks een negatief eigen vermogen zijn banklicentie voorlopig niet kwijtspeelt. Maar hoe wordt straks de klip van Basel III, dat strengere kapitaalnormen aan alle banken zal opleggen, omzeild? Van de traditionele goede huisvader zou kunnen verwacht dat die zich op zijn minst zorgen maakt. Dit echter is niet het geval bij Steven Vanackere en Kris Peeters. Als Luc Coene vorige maand herhaalde dat er vers geld zal nodig zijn om Dexia overeind te houden – iets wat de nieuwe CEO, Karel de Boeck, voorziet voor november 2012, dan was dit goed voor een gepeperde berisping van Kris Peeters, Vlaams minister-president: door dit soort uitspraken wakkerde Coene zogezegd een negatief beursklimaat aan. Als kon de koers van het Dexia aandeel, ooit 25 euro – nu amper 0.18 euro – nog veel verder dalen. Neen, de burger, die opdraait voor de megalomanie van Pierre Richard en Jacques Guerber, weet beter niets af van de knoeiboel. Het enige wat van de burger wordt verwacht is dat hij straks braafjes voor die knoeiboel betaalt.

Inmiddels zijn de kroonjuwelen van de Dexia holding uitverkocht, is Arco failliet gegaan (maar niet zonder dat de aandeelhouders van Arco – hoofdzakelijk leden van de christelijke vakbond – van de christelijke zuil een staatsgarantie kregen dat hen 1 miljard zal worden uitbetaald), is de Gemeentelijke Holding in vereffening gegaan en heeft Europa de holding verboden nog langer kredieten te verstrekken. Wat eens een heel soliede bank was ten tijde van het Gemeentekrediet en Bacop, is nu één grote hoop ellende, in zoverre dat Dexia geld moet lenen om de interesten te kunnen betalen op de staatsgaranties voor 90 miljard die België (60 %), Frankrijk (39.5 %) en Luxemburg (0.5 %) de holding verschaften. Van die jaarlijkse betaling van 400 000 000 euro wil en kan Karel de Boeck amper 25 000 000 euro aanbetalen. Voorts is het zonneklaar dat er tegen 1 januari vers kapitaal zal nodig zijn, wil Dexia zijn banklicentie kunnen behouden. De uitdovingsplannen waarover de minister van Financiën, Steven Vanackere het heeft moeten lopen tot … 2062. Ondertussen staat vast dat de verliezen, in het meest gunstige geval, jaarlijks met 2 à 3 miljard zullen oplopen. Kortom het uitdovingsverhaal is een schoolvoorbeeld van complete krankzin­nig­heid.

Tot nog toe liggen er drie scenario’s op tafel om de tijdbom onder Dexia te ontmijnen. Het eerste komt van Bernard Ardaen die als insider een verhelderend boek over Dexia schreef. Zijn voorstel komt erop neer Dexia zijn banklicentie laten verliezen en er een hedge fund van te maken. Een oplossing voor de massale schulden lijkt dit echter niet. Het tweede komt van Geert Noels die stelt dat België zich bij de onderhandelingen schromelijk heeft laten rollen door de Fransen en dat er blijkbaar deals werden gesloten achter gesloten deuren waardoor het voor de Belgische ministers onmogelijk wordt de verhouding 60/39.5 te heronderhandelen. Hij begrijpt dat de schuldenlast van Dexia – een ponzisysteem bij uitstek – veel te groot is opdat de oplossing van een klein land als België zou komen. De oplossing moet van Europa komen, maar daar is de solidariteit veel te gering om met concrete plannen over de brug te komen. Het derde scenario, allicht het meest werkbare komt van de Gentse hoogleraar financiële economie Koen Schoors. Volgens hem is duidelijk dat de oplossing van Europa moet komen door Dexia aan het infuus van het Europese Noodfonds EMS te hangen in afwachting dat de Dexia schulden via coco’s worden geconverteerd in kapitaal. Dit laatste was een voorstel in De Tijd. Nu het Duitse Grondwettelijk Hof op 12 september 2012 geoordeeld heeft dat het Noodfonds niet in strijd is met de Duitse Grondwet, op voorwaarde dat het Duitse aandeel in het 700 miljard euro tellende EMS niet meer dan 190 miljard euro bedraagt,[2] lijkt daar inderdaad iets voor te zeggen. Alleen lijkt die 700 miljard mij dringend nodig voor of het wegwerken van de voornaamste schulden van de PIIGS CY landen via het Schacht systeem met quasigeld, of voor het opkopen van hoogrentend schuldpapier door het EMS (voorstel van Europa), en blijft er geen ruimte meer over om nog eens 293 miljard te gebruiken voor het delgen van de huidige Dexia schulden. Allicht ware het wenselijk het IMF in te schakelen voor een geordende vereffening van Dexia. Het eerste wat daarbij nodig is, is de lont uit het kruitvat te halen door de schulden van Dexia aan kredietinstellingen (op de balans 106.4 miljard) op één of andere manier, gespreid over vijf jaar terug te betalen. Op die manier vermijdt men dat na de vereffening van Dexia de fameuze “banken van Alaska tot Tasmanië”, waar het allemaal om draait, in moeilijkheden komen.

Veeleer dan Dexia te laten uitdoven over een periode van vijftig jaar zijn wij voorstander van een vereffening, over een periode van vijf jaar van de restbank, gevolgd door de heroprichting van een nieuwe vennootschap gespecialiseerd in het verstrekken van kredieten aan gemeenten, wat oorspronkelijk de historische taak van het Gemeentekrediet was.

Veel liever dan vijftig jaar lang miljarden van de burger te verkwanselen in een bodemloze put, moet de internationale gemeenschap zijn verantwoordelijkheid opnemen voor het Dexia debacle. In een eerste fase moeten alle andere schulden dan die aan kredietinstellingen worden omgezet in geconverteerd kapitaal (het coco’s mechanisme). Ook moet er onmiddellijk werk gemaakt worden van een herziening van de aan Dexia verstrekte staatsgaranties. Dat Leterme & Cie ooit hebben aanvaard dat België 60 % van de schulden zou dragen, terwijl het de Fransen geweest zijn die door hun onkunde en megalomanie een kerngezond Belgisch bedrijf om zeep hebben geholpen, kan enkel worden toegeschreven aan een complete tijdelijke zinsverbijstering van diezelfde Leterme & Cie. De zaak moet (allicht door premier Di Rupo) voor een Belgisch tribunaal worden gebracht, waarin België Frankrijk voor de rechtbank daagt om een akkoord met vormgebreken (de chantage van de Fransen) nietig te laten verklaren. De Belgische Staat moet inderdaad met alle mogelijke middelen het akkoord over de verdeling van de garanties betwisten. Als zelfs koning Boudewijn werd toegestaan zich tijdelijk onbekwaam te verklaren in het abortus dossier, dan is de geestelijke onbekwaamheid van Leterme & Cie op het moment van de ondertekening aantoonbaar. Het aangegane akkoord kwam tot stand door chantage van Frankrijk – chantage waarvan de burger blijkbaar niets mag weten, chantage die achter de schermen plaats greep. In plaats van Pierre Richard jaarlijks een pensioen uit te keren van 653 000 euro zouden hij en zijn kompanen voor een correctioneel tribunaal moeten worden gesleurd. Aangezien het Franse BNP 5.42 keer groter is dan het Belgische zouden de 90 miljard euro staatsgaranties moeten worden verdeeld als 14 miljard voor België (i.p.v. 54.5) en 76 miljard voor Frankrijk (i.p.v. 35.5). Dit lijkt een minimum minimorum.

Met de vereffening zou onmiddellijk kunnen worden gestart, terwijl de procedure nog hangende is. Hierbij moet men dan, in vijf jaarlijkse schijven, wel de 90 miljard staatsgaranties aanspreken die werden verstrekt door België, Frankrijk en Luxemburg. Het saldo van 16.4 miljard – om alle kredietinstellingen te kunnen terugbetalen – zou dan, in vijf jaarlijkse schijven, kunnen komen van een lening van België, Frankrijk en Luxemburg bij het IMF (een IMF dat zelf krap bij kas zit vermits het in 2012 wereldwijd amper voor 107 miljard dollar leningen kon toestaan). Van de Europese Commissie wordt dan wel verwacht dat ze voor de drie landen, gespreid over vijf jaar, een uitzondering toestaat op het lopende begrotingstekort. In vijf jaar tijd zou Dexia kunnen worden vereffend. De rest van de schulden zou ondertussen via de coco’s gekapitaliseerd zijn. Met de uitverkoop van de activa zouden de aandeelhouders kunnen worden uitbetaald (zij het voor slechts een veel kleiner bedrag dan de oorspronkelijke schulden.

 

6. BESLUIT

De voorgestelde maatregelen om de vier crises aan te pakken zijn ongetwijfeld “out of the box”, maar bieden op zijn minst een uitweg voor de problemen waar België en Europa voor staan. Ze zijn op zijn minst het bestuderen waard en moeten in vakkringen ter discussie kunnen worden gesteld.

 

Jean Pierre van Rossem (17 september 2012)

 

[1] Jean Pierre van Rossem (2009), Crisis, Hoe lossen we het op, Antwerpen: Lampedaire Uitgevers, p. 120. Meer over de Öffa wisselbrieven op p. 119.

[2] Voor een bedrag hoger dan 190 miljard euro is de goedkeuring van beide Kamers noodzakelijk.

 

Lid worden van Rossem? www.rossem.org

16:14 Gepost door Ben Willems in Actualiteit | Permalink | Commentaren (0) | Tags: columns, economie, rossem, jean pierre van rossem | |  Facebook | |  Print | |

Niet sexy, wel doeltreffend: Hoe we de economische crisis te lijf kunnen gaan. (Deel 2)

2. OVER DE ECONOMISCHE CRISIS

2.1. Herstel van de concurrentiekracht van de economie

De voorgestelde aanpak van de economische crisis draait rond twee punten. Eerst en vooral moet de concurrentiekracht van de economie worden hersteld. Dit kan door de BTW te verlagen van 21 naar 19 %, de vennootschapsbelasting te reduceren van 33 naar 20 % en de patronale bijdrage in de loonkost te reduceren met 12 %. Dit garandeert een stijging van de export met meer dan 3.40 %, van de werkgelegenheid met 65.000 plaatsen, van het BBP met 2.88 % (goed voor 3.95 miljard meer ontvangsten voor de schatkist!), van de private consumptie met 2.5 %, enzovoort. Voorts moeten, op de notionele interestaftrek na, de fiscale voordelen voor de grootste bedrijven worden afgeschaft. De maatregelen lijken op het eerste gezicht 15.08 miljard te kosten aan de schatkist, maar terugverdieneffecten enerzijds en het sluiten van achterpoortjes anderzijds reduceren de kost tot 6.59 miljard.

Officieel zal de begrotingscontrole in België in 2012 minstens 11.3 miljard + 2.5 miljard bezuinigingen hebben gekost. (In werkelijkheid zal de inspanning om het begrotingstekort onder de 3 % te houden nog een miljard of meer hoger liggen omdat de economische groei – in het beste geval geschat op minus 0.1 % - door de overheid werd overschat.) Wanneer een land zo zwaar moet bezuinigen rijst meteen de vraag van waar enige economische groei moet komen. Minder koopkracht van zowel gezinnen, bedrijven als overheid, resulteert in een daling van de consumptie en van de investeringen. Dat betekent dat onder die omstandigheden economische groei enkel nog kan komen van (1) meer export naar de rest van de wereld, of van (2) meer directe investeringen van de rest van de wereld in ons land. Wat dit laatste betreft zit de overheid te wachten, lijk een boer op de regen, dat groeilanden als China, Brazilië of Indië welwillend genoeg zullen zijn om in ons land nieuwe bedrijven op te richten. Met een loonkost die veel te hoog is en een concurrentiekracht die in de loop der jaren is verslechterd, is de kans op veel nieuwe directe investeringen klein. Het behoort tot de natte wensdromen van een regering die voorlopig niet weet hoe economische groei te realiseren.

Maar hoe zit het met de export? België is een land met een open economie. Van alles wat we produceren – we noemen dit de output tegen marktprijzen (synoniem: de nationale turnover) – is een aanzienlijk gedeelte bestemd voor de export. Toch wordt hierover, vaak uit onkunde, de grootste onzin verkondigd, in de stijl van “80 % van wat we produceren gaat naar het buitenland”. De fout die man hierbij maakt is de export uit te drukken als een percentage van het bruto binnenlands product (BBP), terwijl we de export moeten uitdrukken als een per­cen­tage van àlles wat we produceren – een percentage van de output tegen marktprijzen dus. Consulteren we de officiële statistieken van de Nationale Bank dan vinden we dat in 2011 de totale output in België, uitgedrukt in basisprijzen, 795.5 miljard was, voor een BBP van 369.8 miljard.

(cf http://www.nbb.be/belgostat/PublicatieSelectieLinker?Link...  ). In dezelfde tabel vinden we dat de totale export in 2010 goed was voor 311.9 miljard. Dit laat ons toe om in alle objectiviteit te stellen dat in 2010 precies 39.2 % van al wat we produceren in het buitenland werd verkocht. Meer algemeen, gezien over meerdere jaren, gaat ongeveer 40 % van al wat we produceren naar de rest van de wereld. Dit is lang niet de 60 of 80 % waarover bepaalde politici in onwetendheid praten.

Meer dan de helft van alles wat we uitvoeren gaat naar onze buurlanden Duitsland (20.2 %), Frankrijk (18.1 %) en Nederland (13.0 %), in 2010 dus goed voor 51.3 % van alle exporten.

 

 

Politici van liberalen huize, achterna gelopen door christendemocraten en NVA-ers maken zich grote zorgen dat de concurrentiepositie van de Belgische economie steeds meer achterop hinkt op die van de buurlanden. Het zou allemaal de schuld zijn van de bruto uurlonen die in België opvallend hoger zijn dan in de buurlanden. Dat ze inderdaad hoger zijn hoeft geen betoog en blijkt overduidelijk uit de cijfers gepubliceerd door Eurostat in opdracht van de Europese Unie. Uit bijgaande grafiek (gebaseerd op de cijfers van URL http://appsso.eurostat.ec.europa.eu/nui/show.do?dataset=l...  ) leest men af dat in België de uurlonen tussen 1995 en 2010 stegen van een kleine € 23 per uur tot bijna € 38 per uur. In Duitsland b.v. liep de stijging tijdens dezelfde periode op van € 23 per uur tot € 29 per uur.

Het grootste deel van de in België genoteerde stijgingen van de loonkost moet worden toegeschreven aan de parafiscale lasten (de werkgevers- en de werknemersbijdrage in de sociale lasten). Heel kort door de bocht gaand willen liberalen en hun (in economisch opzicht) aanhangers van de N-VA dat er aan de lonen wordt gesleuteld. Omdat er wegens de Europese eis het begrotingstekort te beperken tot 3 % per jaar geen ruimte is voor een verlaging van de sociale lasten, wordt er gezocht naar alle mogelijke middelen om dan maar het loon dat de werkgevers ontvangen te doen dalen. Hierbij wordt dan gedacht aan een indexsprong en aan het weglaten van de energieprijzen uit de indexkorf. De kampioenen van dit soort voorstellen zijn Alexander De Croo (VLD) en Jan Jambon (N-VA), ietwat slenterend gevolgd door Wouter Beke (CD&V). Wat ze echter voorstellen zijn hoegenaamd geen structurele maatregelen, maar temporaire “oplossingen” (sic). In feite doen ze denken aan een dokter die beweert een uitstekend medicijn te hebben gevonden tegen een bepaalde ziekte, evenwel … zonder de oorzaak van de ziekte te kennen. Dit soort dokters noemt men meer precies kwakzalvers.

Wil men een scheefgroei met succes bestrijden dan moet men op zoek gaan naar de oorzaken van die scheefgroei. Die oorzaken liggen nochtans zó voor de hand. Enerzijds zijn de BTW aanslagvoeten (voor de meeste koopwaren 21 %) minstens 2 % hoger dan in de ons omringende buurlanden, en anderzijds liggen de vennootschapsbelastingen (in principe 33 %) veel te hoog om concurrentieel te kunnen blijven (20 à 25 % ware meer dan wenselijk). Het is de inhaligheid van de Belgische overheid die ervoor zorgt dat de prijzen bij ons opvallend sneller stijgen dan b.v. in Duitsland of Frankrijk. Bekijken we de grafiek met de gecumuleerde jaarlijkse inflatie dan zien we dat tussen 1997 en 2011 de prijsverhoging in België 31 % bedroeg, tegen 24 % in Frankrijk en 23 % in Duitsland. (Nederland, waar de inflatie veel hoger was dan in zijn buurlanden, trekt de scheefgroei weer recht vanaf 2003, om in 2011, net als in België, 31 % te bereiken). De gebruikte cijfers voor de inflatie zijn afkomstig van Eurostat, URL:http://epp.eurostat.ec.europa.eu/tgm/table.do?tab=tab...  . Opgemerkt zij nog dat de correlatie tussen enerzijds de loonkost van elk land en de gecumuleerde inflatie zeer hoog is: hoe meer het algemeen prijspeil stijgt, des te rapper stijgt de loonkost.

 

 

De loonkost trachten te reduceren door tijdelijke lapmiddelen zoals een indexsprong of het elimineren van de energieprijzen zijn uitermate nefast tijdens perioden van economische recessie. Het komt erop neer dat de werkmens zijn koopkracht ziet dalen op het eigenste moment dat de private consumptie zou moeten stijgen. Bovendien is het op zijn minst onethisch de werkmens nu te laten opdraaien voor een inhaligheid die de overheid meer dan twee decennia heeft gecultiveerd. Je kan niet eeuwig blijven geloven dat je met je buurlanden kan blijven concurreren als je jaar na jaar een hogere BTW int dan je buurlanden en je vennootschappen bovenop nog een keertje zwaarder belast dan in je buurlanden. Een overheid die zoiets doet richt op die manier zijn economie op lange termijn ten gronde. Hoezo? Wie zoiets doet kan enkel competitief blijven als de arbeidsproductiviteit jaar na jaar sneller stijgt dan die in zijn buurlanden. Met de term arbeidsproductiviteit wordt er door politici, alweer meer uit onwetendheid dan uit kwade wil neem ik aan, gegoocheld dat het niet schoon is. De enige juiste macro-economische benadering van arbeidsproductiviteit is de verhouding tussen het volume van de output tegen marktprijzen (uitgedrukt in prijzen van een vast basisjaar) te delen door het aantal gepresteerde arbeidsuren. Het typische van de Belgische economie is dat de arbeidsproductiviteit er op vier na de hoogste is van de wereld. Enkel Luxemburg (33 % beter), Noorwegen ( 18 % beter), de Verenigde Staten (12.5 % beter) en Ierland (7.5 % beter) scoren nog hoger, zoals men kan afleiden uit gegevens gepubliceerd door Eurostat.

URL:http://epp.eurostat.ec.europa.eu/tgm/refreshTableActi...  

 

 

Reeds gedurende meer dan een halve eeuw is onze arbeidsproductiviteit de hoogste troefkaart van de Belgische economie. Evenwel is dit een troefkaart die men niet eeuwig ten dage kan blijven uitspelen omdat (1) de technologische vooruitgang op grenzen botst en (2) landen in ontwikkeling steeds beter hun achterstand inlopen. Daarom is het goed de productiviteit van België en zijn buurlanden te vergelijken met het Europese gemiddelde. Dan constateert men bij het bekijken van bovenstaande grafiek dat in de vier landen de arbeidsproductiviteit vrijwel jaarlijks afneemt t.o.v. het Europese gemiddelde. De productiviteit stijgt dan nog wel, maar minder snel dan in de rest van Europa. In België is de productiviteit t.o.v. de rest van Europa tussen 1995 en 2010 gedaald van 140.5 tot 127.5 (daling met 8.9 %). In Duitsland is de productiviteit t.o.v. de rest van Europa – gevolg van de naweeën na de hereniging met de vroegere DDR - over dezelfde periode gedaald van 115.6 naar 105.3 (daling met 8.9 %). In Frankrijk was de daling van 121.9 naar 116 minder scherp: 4.8 %. Nederland ten slotte slaagde erin zijn productiviteit lichtjes te verhogen in vergelijking met de rest van Europa: van 110.8 naar 113.2 (stijging met 4.8 %). Cijfers van Eurostat, (URL:

http://epp.eurostat.ec.europa.eu/tgm/refreshTableAction.d...  ).

Wat betekent dit alles nu voor de graad van competitiviteit van de Belgische economie met zijn buurlanden? Competitiviteit hangt niet louter af van de hoogte van de loonkost. Ware dit zo, dan voerden we allicht alles in uit Mexico waar de loonlast 17 keer geringer is dan in België [zie: Jean Pierre van Rossem (2009), Crisis, hoe lossen we het op, tabel 12, p. 189]. Competitiviteit hangt eigenlijk af van een combinatie van loonkost en arbeidsproductiviteit. Onderstel dat een doorsnee Belgische arbeider, met een loonkost van 36 euro, per uur een volume van 100 produceert, en dat een buitenlandse arbeider, met een loonkost van 30 euro, per uur een volume van 80 produceert. Wie is dan het meest competitief? Om een volume van 100 te produceren (i.p.v. 80) moet de buitenlandse arbeider 25 % langer werken, zodat zijn loonkost om een volume van 100 te produceren 25 % meer zal kosten dan 30 euro, dus 37.5 euro. De Belgische arbeider kost dan wel veel meer dan de buitenlandse is ons voorbeeld – 36 euro tegen 30 – maar dankzij de veel hogere productiviteit – 100 tegen 80 – is hij toch competitiever dan zijn buitenlandse collega met een lagere loonlast. Het voorbeeld leert dat, als men abstractie maakt van de transportkosten, de competitiviteit kan worden berekend met een zeer eenvoudige formule: men dele de Belgische arbeidsproductiviteit door die van land i en vermenigvuldige die breuk met de loonkost per uur in land i door de Belgische loonkost per uur. Zolang dat het eindresultaat hoger is dan 1 is België meer competitief dan land i, is het eindresultaat kleiner dan 1 dan is land i competitiever dan België. [Voor meer uitleg zie: Jean Pierre van Rossem (2009), Crisis, hoe lossen we het op, tabel 12, p. 187: “Laten we de transportkosten (…) buiten beschouwing dan wordt de concurrentiegraad (DGij) tussen twee landen bepaald door de formule = PR(j)/PR(i) x w(i)/w(j), waarbij PR de arbeidsproductiviteit voorstelt en w de doorsnee loonkost.”]

 

 

Toegepast op onze buurlanden, en uitsluitend werkend met de officiële cijfers van de Europese Unie voor arbeidsproductiviteit en loonkost (waarvoor de bronnen werden aangegeven) leert men dat de concurrentiepositie van de Belgische economie t.o.v. elk van zijn buurlanden vooral de laatste jaren aanzienlijk slechter is geworden. In 1995 bedroeg de concurrentiegraad van de Belgische economie t.o.v. de Duitse economie nog 1.21; in 2007 was die al gezakt naar 1.01, om in 2010 te dalen tot 0.94 (een achterstand van 6 %). In 1995 bedroeg de concurrentiegraad van de Belgische economie t.o.v. de Franse nog 1.10 om in 2008 te zaken tot 1.00 en in 2010 te dalen tot 0.97 (achterstand van 3 %). In 1995 bedroeg de concurrentiegraad van de Belgische economie t.o.v. de Nederlandse nog 1.13, om uiteindelijk te zakken tot 0.96 in 2010 (achterstand van 4 %). Dit alles blijkt ook uit de grafiek over de concurrentiekracht van de Belgische economie.

Dit soort analyse maakt meer dan duidelijk wat de structurele scheefgroei van de Belgische economie is: door decennia lang te klungelen met een BTW-voet die hoger is dan in de buurlanden en met vennootschapsbelastingen die hoger zijn dan in de buurlanden heeft België, ten gevolge van de inhaligheid van de overheid, zijn gunstige concurrentiepositie compleet verkwanseld.

Wat moet er dan gebeuren om de concurrentiekracht van onze economie – zo cruciaal voor de export – te genezen, en vooral, wat is het kostenplaatje daarvoor.

Om terug in een gunstige positie te komen moet de BTW aanslagvoet minstens dalen van 21 naar 19 %. Als men weet dat het totaal van alle BTW ontvangsten in 2011 nog 46.74 miljard bedroeg (bron: NBB, URL: http://www.nbb.be/belgostat/PublicatieSelectieLinker?LinkID=592000082|910000082&Lang=N ) dan zal een daling van de BTW voet met van 21 naar 19 % minimum 4.23 miljard kosten.

Voorts moet – en daarin heeft de G1000 overschot van gelijk – de vennootschapsbelasting absoluut naar beneden (om bij voorkeur 20 % te worden i.p.v. de 33 % van nu: een daling met 39.39 %). Als we weten dat alle vennootschapsbelastingen in 2011 nog goed waren voor 11.52 miljard (zelfde bron) dan zal een forse daling van de vennootschapsbelasting met 39.39 % (d.i. van 33 naar 20 %) minimum 4.54 miljard kosten. Die “kost” zou wel … nihil zijn als men voor de grootste bedrijven alle achterpoortjes sloot: nu betalen die nagenoeg geen belastingen indien men dit vergelijkt met de doorsnee KMO. Of de notionele interestaftrek na de belastingverlaging al dan niet moet worden behouden, blijft een uiterst controversieel onderwerp. Als we willen blijven hopen op directe investeringen uit het buitenland dan moet ook bij een belastingverlaging de notionele interestaftrek worden behouden, al zou het een pure schande zijn de banken – die door hun speculatiedrift de hele Europese economie om zeep hebben gehouden – van dit voordeel te laten genieten. Het zou dus moreel meer dan verantwoord zijn de banken bij wet te verplichten alle notionele interestaftrek, waarvan ze in het verleden hebben genoten, te laten terugbetalen.

Het stomste wat politici konden doen was, bevreesd voor een bank run, de spaartegoeden van burgers bij banken voor 100.000 euro per rekening te garanderen. Wie vroeger belegde in bankaandelen was het prototype van de goede huisvader. Wie zoiets anno 2012 nog steeds doet kan er terecht van worden verdacht niet langer goed bij zijn hoofd te zijn. Burgers moeten zelf het risico van hun spaardeposito’s leren dragen, uitgaand van de bedenking dat, in een wereld misleid door rating bureaus en herleid tot het soort casinokapitalisme (getekend: Goldman Sachs), geen enkele bank nog langer immuun is van faling. Zo ze al spaardeposito’s aanhouden moeten ze die op zijn minst spreiden over een waaier van banken. Alleen een macro-economisch warhoofd kon zo betoeterd zijn op spaardeposito’s een staatsgarantie te kleven. Hoe kan een staat, die in 2011 alles bijeen 181.8 miljard ontvangsten liet optekenen, zo hersendood zijn meer dan 221.7 miljard spaardeposito’s te garanderen? Hier nam de Staat een gewicht op de schouders die ze onmogelijk kan torsen. De fameuze wet Leterme-Reynders moet zonder verder verwijl worden afgeschaft. Uiteindelijk geeft ze de brave burger enkel de illusie dat bij een bankfaling zijn/haar spaarcentjes van enige staatsgarantie zouden genieten. Hebben de Man van Ieper en jurist Didier Reynders dan in hun achterban werkelijk niemand die met enig inzicht Freefall van Nobelprijswinnaar Joseph Stiglitz heeft gelezen? En waarop wacht Financiën minister Steven Vanackere om te doen waar ieder econoom nu al vier jaar naar vraagt: terug te keren naar een scherp onderscheid tussen commerciële banken die een beroep doen op het spaargeld van de burger en er onder geen beding mogen mee speculeren, en investeringsbanken die werken met andere fondsen dan spaargelden en die daarmee wel mogen speculeren. Een terugkeer naar de situatie van vóór de afschaffing van de Glass-Steagall Act is een absolute must.

Een verlaging van de BTW en van de vennootschapsbelastingen is op zichzelf nog steeds onvoldoende om de structurele scheefgroei van de Belgische economie een krachtig halt toe te roepen. De laatste broodnodige maatregel moet een verlaging van de loonkost met minimum 4 % zijn. Wil men de koopkracht van arbeiders en bedienden daarbij onaangetast laten dan impliceert dit dat men de werkgeversbijdrage met ongeveer 12 % moet verlagen. In 2011 bedroeg het totaal van alle ontvangen sociale bijdragen 52.6 miljard euro

(bron: NBB, URL: http://www.nbb.be/belgostat/PublicatieSelectieLinker?Link... ).

Een vermin­de­ring van 12 % kost de staat dus minstens 6.31 miljard.

De drie maatregelen die de structurele scheefgroei van de Belgische economie doeltreffend kunnen afremmen kosten dus principieel 4.23 + 4.54 + 6.31 = 15.08 miljard. Dat wordt 10.54 miljard indien men de fiscale achterpoortjes voor de grootste bedrijven sluit (dan recupereert men de 4.54 miljard). Die kost is evenwel een schijnredenering. Daarmee bedoel ik dat de terugverdieneffecten zeker niet mogen worden vergeten: denk aan de stijging van de export ten gevolge van de voorgestelde maatregelen met 3.40 %, en aan een stijging van het BBP met 2.88 %, waardoor er 3.95 miljard terugvloeit naar de schatkist. Nog tijdens het lopende jaar zorgt het herstel van de concurrentiekracht voor 65.000 nieuwe jobs, voor minder werkloosheid, etc. Kortom de factuur voor een duurzaam herstel van de concurrentiekost zal minder de helft van de 15.08 miljard kosten, concreet 6.59 miljard.

Er zijn meerdere manieren om dit “tekort” weg te werken. De invoering van een vermogensbelasting, waarvan de socialisten dromen, is zeker niet de juiste weg, omdat de rijksten in de samenleving met zowat alles wat ze hebben naar de fiscale paradijzen kunnen weglopen. Ik schreef: “met zowat alles wat ze hebben”. Inderdaad: maar niet met hun peperdure villa’s in ’t Zoute, Brasschaat, Schilde, etc.

Dit tekort op de lopende begroting kan bijvoorbeeld makkelijk worden weggewerkt door de eigenaars van de ca. 100.000 villa’s en appartementen met een waarde van boven de 2 miljoen euro eenmalig met 10 % tot 20 % te belasten. Er zijn tal van andere mogelijkheden. Neem nu dat Zwitserse voorstel om, in ruil voor behoud van het bankgeheim, de circa 30 miljard “zwarte” tegoeden van Belgen met 34 % te belasten, op voorwaarde dat de namen van de klanten niet moeten worden meegedeeld. Dit zou goed zijn voor een storting van 10.2 miljard door Zwitserland aan de Belgische Staat. (Of het weldegelijk om 30 miljard gaat is voorlopig enkel een cijfer dat De Morgen liet vallen.) De Grootinquisiteur van Fiscale Fraude, ene John Crombez, heeft al laten weten dat als de Belgische regering op het Zwitsers voorstel ingaat, hij meteen de regering verlaat. (Alsof iemand daar zou om treuren.) Het is symptomatisch voor de vervolgingswaan van de staatssecretaris: hij vindt het veel belangrijker de namen van de fraudeurs te kennen dan de concurrentiekracht van de economie te herstellen.

 

2.2. Economische groei dankzij sociale holding

Het herstel van de concurrentiekracht is onvoldoende om de economie genoeg zuurstof te geven tegen de achtergrond van een wereldwijde crisis. Ten einde de werkgelegenheid vier jaar lang met minstens 300.000 eenheden op te trekken, stelt R.O.S.S.E.M. voor een sociale holding op te richten die jaarlijks 50.000 nieuwe woningen zal bouwen – woningen die bedoeld zijn voor de verkoop tegen betaalbare prijzen van 175.000 tot 200.000 euro. De vereiste fondsen van de sociale holding zouden moeten schommelen rond de 15 miljard euro. Daarvan zou de helft kunnen bestaan uit aandelen waarop bouwondernemingen, financiële instellingen, steden en gemeenten kunnen intekenen. De andere helft zou moeten komen van de verkoop van vijfjarige obligaties met een netto rendement van 3 % waarop uitsluitend burgers kunnen op intekenen. Terugbetaling van de obligaties en rentes moeten van een staatsgarantie kunnen genieten. Van een overheid, die in een vlaag van zinsverbijstering, 54.5 miljard waarborgde voor het zo goed als waardeloze Dexia, mag men inderdaad eisen dat ze aan de obligaties van de sociale holding de nodige staatsgaranties zal bieden. De sociale holding verhoogt de staatsschuld niet, wordt gecontroleerd door a-politieke bekwame ceo’s en draagt bij tot een forse economische groei. Door wat men in de volksmond “de notariskosten” noemt – circa 12.5 % waarvan 10 % naar de overheid vloeit – wordt diezelfde overheid voor zijn staatsgarantie beloond met 4 miljard – dat is ruimschoots meer dan wat Dexia moet betalen voor de verkregen staatswaarborg.

Door massaal bouwmaterialen aan te kopen zal de sociale holding veel goedkoper kunnen bouwen dan normaal het geval is. Bij de aanwerving van werkkracht – zowel voor de administratie als voor het bouwen – moet de voorkeur absoluut naar jongeren gaan, wat de torenhoge jeugdwerkloosheid in België (1 op 5) moet helpen verdwijnen. Geen wonder dat jongeren zich totaal niet meer interesseren in politiek als diezelfde politiek nauwelijks inspanningen levert om jongeren aan volwaardig werk te helpen.

De bouw van 50.000 nieuwe woningen per jaar zal uiteraard ook voor extra werkgelegenheid zorgen in de toeleveringsbedrijven van de bouwsector.

Door de sociale holding gebouwde woningen mogen maximum 10 % boven kostprijs worden verkocht. Van de gerealiseerde winsten mag maximum de helft aan de aandeelhouders worden uitgekeerd. De rest dient tijdens de vier eerste jaren te worden gereserveerd.

De vrees dat er onvoldoende onbebouwde percelen zouden overblijven om op vier jaar tijd 200.000 woningen te bouwen is ongegrond. In Vlaanderen alleen al kan men op dit ogenblik beschikken over 247.500 onbebouwde percelen.

 

Jean Pierre van Rossem

 

 

Lid worden van Rossem? www.rossem.org

16:08 Gepost door Ben Willems in Actualiteit | Permalink | Commentaren (0) | Tags: columns, economie, jean pierre van rossem, rossem, programma | |  Facebook | |  Print | |

Niet sexy, wel doeltreffend: Hoe we de economische crisis te lijf kunnen gaan. (Deel 1)

HET R.O.S.S.E.M. VOORSTEL OM DE DIVERSE CRISES OP TE LOSSEN

1. SAMENVATTING

Mijn bakker vindt dat er fel overdreven wordt met het woord “crisis”. Waar crisis? De restaurants zitten nog steeds vol, de Belg gaat nog steeds op verlof naar zonniger oorden en met Moederdag worden er nog steeds bloemen met hopen gekocht. Ik vraag hem of hij het met me eens is dat de prijzen aan de pomp schandalig hoog zijn? Daar is hij het roerend mee eens. Dus leg ik hem uit dat dit het gevolg is van de eurocrisis, waarbij de dollar dagelijks in waarde verliest t.o.v. de euro. Ik vraag hem of hij niet wakker ligt van de Dexia crisis. Hij, wakker liggen, neen. Minister Vanackere heeft toch gezegd dat Dexia vanaf januari onder toezicht komt van de ECB. Ik vraag hem of hij denkt dat daarmee de 293 miljard schuld van de restbank zal verdampen? Oei, zal de ECB die dan niet terugbetalen? Ja, dan is dat wel een klein probleem, mijnheer Van Rossem. Een klein probleem? Zonder oplossing kost dat straks 25,000 euro per Belg: 100,000 euro voor mijn bakker, zijn vrouw en zijn twee kinderen. Ja, dan is er wel een Dexia crisis, mijnheer Van Rossem. Ik vraag hem of zijn dochter van 23, die in Gent psychologie studeerde, nu al werk gevonden heeft? Neen, nog niet. Mijn bakker is aangeslagen als ik hem vertel dat momenteel één op vijf jongeren werkloos is. Dus geeft hij toe: ja, allicht heerst er toch een economische crisis. Ik vraag hem of hij zo gerust is in zijn spaargeld dat hij bij de bank op zijn spaarboek heeft gezet. O ja, hij is er gerust in, de regering heeft 100,000 euro per spaarboek gereserveerd. Ik zeg hem dat er 265 miljard op Belgische spaarboekjes staat, dubbel zoveel van het jaarlijkse staatsinkomen, of hij weet van welk geld de Staat hem dan wel zal betalen nu ze wereldwijd de derde hoogste staatsschuld per inwoner heeft. Tja, dan zal er toch wel een schuldencrisis zijn, mijnheer Van Rossem.

In wat volgt schets ik in detail welke oplossingen mogelijk zijn voor de vier verschillende crises: (1) de economische crisis, (2) de internationale schuldencrisis, (3) de euro-crisis en (4) de Dexia-crisis. Het verhaal van de voorgestelde oplossingen is hoegenaamd niet sexy, weinig aaibaar, en is vast geen aangenaam tijdverdrijf. Het is een saai en gecompliceerd verhaal dat zeker minder vlot verkoopt dan de lege slogan over de kracht van de verandering of de sociale leugen van {iedereen inbegrepen}. Maar wie de realiteit wil doorgronden, wie zich niet wil laten afwimpelen door de holle fraseologie van de gevestigde politieke partijen, zal in onderstaande analyse een bewijs vinden dat R.O.S.S.E.M. pasklare antwoorden, weliswaar out of the box, heeft gevon­den, antwoorden die géén van de gevestigde politieke partijen zelfs embryonaal zou beheersen.

 

De economische crisis kan worden opgelost door de concurrentiekracht van onze economie te verstevigen. Een daling van de BTW van 21 % naar 19 %; een verlaging van de vennootschaps­belasting van 33 % naar 20 % (met behoud van de notionele interestaftrek maar ook met het sluiten van alle fiscale achterpoortjes voor de grootste bedrijven) en een verlaging van de parafiscale loonlasten met 12 % zullen resulteren in een groei van de export met 3.4 % en van het BBP met 2.9 % en in 65,000 nieuwe arbeidsplaatsen. De netto-kost hiervoor komt neer op 6.6 miljard die men op meerdere manieren kan financieren, bijvoorbeeld met een eenmalige belasting op peperdure villa’s van de rijksten of met het aanvaarden van de circa 10 miljard (???) die de Zwitserse banken kunnen incasseren via een belasting op “zwart” geld, zonder de namen van de fraudeurs bekend te maken. Voor de socialistische Grootinquisiteur van Fiscale Fraude is zoiets ondenkbaar. Liever de namen van de fraudeurs dan 65.000 nieuwe arbeidsplaatsen. Het geld aanvaarden blijft uiteraard immoreel, maar één op vijf werkloze jongeren is even immoreel. Het voorstel van de N-VA om de BTW te verhogen tot 22 % is een contraproductieve dwaasheid die illustreert hoezeer de partij ieder inzicht in de macro-economische samenhang der dingen mist.

Het herstel van de concurrentiekracht is onvoldoende. Een extra-boost gedurende vier jaar blijft noodzakelijk. Hiertoe kan men een sociale holding oprichten, gefinancierd door de bouwnijverheid, door steden en gemeenten en door burgers met spaargeld. Hiervoor is een kapitaal van 15 miljard nodig. Van de overheid wordt verwacht dat ze de inleg garandeert. Met het geld kunnen vier jaar lang 50,000 woningen worden gebouwd en kan er een werkgelegenheid voor 250,000 personen worden gecreëerd. Bedoeling is om de woningen te verkopen tegen prijzen beneden de 175,000 euro waaraan de staat 12.5 % verdient. Hiermee ontstaat een tegendruk voor de pan uit swingende prijzen voor immobiliën. Het weer betaalbaar maken van woningen impliceert wel dat hypotheekleningen van meer dan 80 % van de waarde van de aangekochte woning onmogelijk moeten worden gemaakt, zoniet dreigen banken in moeilijkheden te komen bij een daling van de prijzen op de vastgoedmarkt.

 

De schuldencrisis wordt vooral aangewakkerd door de kredietbeoordeelaars (Moody’s, Standard & Poor’s en Fitch) die op een compleet niet transparante manier nu ook de kredietwaardigheid van staten zijn gaan beoordelen. Diezelfde kredietbeoordeelaars, die aan iedere controle ontsnappen, kunnen niet verantwoordelijk worden gesteld voor de gemaakte fouten. Toen Dexia b.v. al op een berg van 117 miljard rommelkredieten zat, waarvan een groot deel compleet waardeloos was, was het aandeel nog 25 euro waard en gaven de kredietbeoodeelaars Dexia nog steeds een triple A rating, ondanks het feit dat de investeringsbank toen al virtueel failliet was. Nu is het Dexia aandeel nog 0.19 euro waard. De belegger in Dexia aandelen had zeker veel minder verloren indien de kredietbeoordeelaars hun werk correct hadden gedaan. Anderhalf jaar geleden, toen Dexia al virtueel failliet was, doorstond het nog steeds de crash test van de beoordeelaars! Een onafhankelijke Europese kredietbeoordeelaar is dus een absolute must.

België heeft inderdaad de derde hoogste staatsschuld ter wereld per hoofd van bevolking. Maar, sterk in tegenstelling tot Nederland, dat de tweede hoogste private schuld per hoofd ter wereld heeft, is de private schuld per hoofd in België laag. Dit maakt Belgische banken bij hoge werkloosheid (als mensen hun leningen niet meer kunnen terugbetalen) veel minder kwetsbaar dan Nederlandse. In de strijd tegen de schuldencrisis is het absoluut noodzakelijk dat de werkloosheid scherp kan worden teruggedreven om banken niet in financiële moeilijkheden te brengen bij een bank run. Het N-VA voorstel om de werkloosheidsuitkering met de tijd te verlagen schept geen werkgelegenheid maar draagt bij tot een nodeloze toename van het bankrisico.

 

De eurocrisis voelt iedere burger dagelijks aan bij de pomp of bij het bestellen van huisbrandolie. De euro verliest nu al maanden terrein t.o.v. de dollar, en petroleumproducten worden nu eenmaal op de Londense Platts in Amerikaanse dollars gewaardeerd. Een zwakke euro maakt de export naar de States goedkoper, maar de invoer uit de States veel duurder. Nu is de Belgische handelsbalans met Amerika zwaar verlieslatend wat bijdraagt tot groeivertraging. Om het vertrouwen in de euro te herstellen moet er werk worden gemaakt van een scherpe reductie van de staatsschulden van de Europese probleemlanden, de zgn. PIIGS CY landen. Dat zijn Portugal, Ierland, Italië, Griekenland, Spanje en recentelijk ook Cyprus. Om het vertrouwen van de financiële markten in de economie van die landen te herstellen, moet hun staatsschuld worden teruggebracht tot 60 % van het BBP – iets wat trouwens een voorwaarde was om tot de eurozone toe te treden. Zo’n operatie kost echter 1 490 miljard, geld dat noch de ECB, noch het IMF hebben. Om de situatie van de PIIGS CY landen weer leefbaar te maken zou men kunnen werken met quasigeld, geheel naar het voorbeeld van wat de president van de Duitse Reichsbank deed tussen 1933 en 1938. Werken met quasigeld werkt veelprobater dan het massaal opkopen van overheidspapier van de PIIGS CY landen: dat kan de financiële markten wel tijdelijk kalmeren, maar verandert weinig aan de publieke schuld van die landen. Het enige wat ze erbij winnen is dat de torenhoge interesten op hun schulden kunnen dalen, zodat de rentesneeuwbal er kan worden gestopt. Meer dan een schijnoplossing is het niet, wat niet het geval zou zijn indien men met een Schachtiaans model van quasigeld zou werken.

 

De Dexia-crisis dreigt bij verkeerde aanpak van België een Griekenland aan Schelde en Maas te maken. Dexia, de restbank, een bad bank dus, is een systeembank met 106 miljard euro schulden aan andere kredietinstellingen (en met 293 miljard schulden in totaal). Ondertussen heeft de bank, die vorig jaar nog officieel 11.6 miljard verloor – in werkelijkheid 5 miljard meer – boekhoudkundig een negatief eigen vermogen van minus 2 miljard. Als in januari 2013 de Basel III Akkoorden van kracht worden, dreigt Dexia zijn banklicentie te verliezen. Zou dit gebeuren dan vallen er banken om van Alaska tot Tasmanië: Dexia is immers een systeembank. Dat die vanaf januari, net als het Spaanse Bankia, onder controle komt van de ECB – zoals Steven Vanackere niet zonder zin voor triomfalisme aankondigde – verandert geen morzel aan de ernst van de situatie. Zoals meerdere experts hebben aangetoond dreigt de Belgische staatsschuld (nu 361 miljard) met 293 miljard te verhogen als België meer dan 167 miljoen zou storten in de bodemloze Dexia put. Officieel is het kapitaal van Dexia teruggeschroefd tot 500 miljoen. Wie meer dan een derde daarvan in handen heeft kan worden verplicht de hele schuld van Dexia te moeten terugbetalen.

De plannen van de regering zijn Dexia te laten uitdoven, gespreid over een periode tot … 2062. Kan het nog zotter? Het is in kringen van experts in financiële economie voldoende bekend dat Dexia jaarlijks minstens 3 miljard nodig heeft om niet meteen om te vallen. Rekening houdend met een zeer lage inflatievoet van 2.5 % van nu tot 2062 zou dit minstens 515 miljard kosten aan de brave belastingbetaler. Die waanzin moet dringend worden gestopt. De fundamentele reden dat dit niet gebeurt is dat de Belgische Staat voor 54.5 miljard staatsgaranties verstrekte aan Dexia. Dit gebeurde in uiterst verdachte omstandigheden waarbij België gewoon werd gechanteerd door Frankrijk (terwijl het de megalomanie van Fransman Pierre Richard was die Dexia naar de verdommenis hielp).

Mijn standpunt is dat Dexia over een periode van vijf jaar dient te worden vereffend indien we willen vermijden dat tot onze achterkleinkinderen zal moeten gestort worden in de bodemloze Dexia put. Probleem is dat dit momenteel niet kan omwille van de 54.5 miljard die België dan op tafel moet leggen (dus 11 miljard per jaar, terwijl politici nu in de verste verte niet eens weten van waar ze in 2013 de 4.6 tot 5.2 miljard moeten halen om het begrotingstekort onder de 3 % te houden). De enig zinnige uitweg is dat België straks Frankrijk voor de rechter daagt omdat de overeenkomst van 54.5 miljard voor België en 35 miljard voor Frankrijk gevolg was van een Franse chantage – met 1 miljard voor de aandeelhouders (hoofdzakelijk leden van de christelijke vakbond) als inzet (Arco dossier). De enig aanvaardbare verdeling kan zijn dat België en Frankrijk opdraaien voor de verstrekte 90 miljard staatsgaranties in evenredigheid met hun BBP. Dit komt dan neer op 14 miljard voor België en 76 miljard voor Frankrijk. (Zou dit niet haalbaar zijn voor de rechter dan kan de Europese Commissie desnoods de nodige sancties aan Frankrijk opleggen.) Dan kost de vereffening het kleine België maar 3 miljard per jaar, geen 11. Alle andere schulden dan die aan kredietinstellingen (de 106 miljard) moeten worden omgezet tot geconverteerd kapitaal via het systeem van coco’s als ooit voorgesteld door de Gentse hoogleraar financiële economie Koen Schoors. De 16 miljard die ontbreekt om tot 106 miljard schulden aan kredietinstellingen te kunnen delgen, en zo een nieuwe mondiale bankcrisis te vermijden, kan eventueel worden bijgepast door het IMF of de ECB. Veel andere manieren om de schade te beperken bij de vereffening van de systeembank Dexia zijn er niet.

 

De voorgestelde oplossingen zijn radicaal, alles behalve poëtisch, maar zijn op het niveau van de crises zelve: even drastisch als de crises om zich heen grijpen!

Jean Pierre van Rossem (17 september 2012)

Lid worden van Rossem? www.rossem.org

16:02 Gepost door Ben Willems in Actualiteit | Permalink | Commentaren (0) | Tags: columns, economie, rossem, jean pierre van rossem, dexia, ecb, euro | |  Facebook | |  Print | |

15-09-12

Worden gemeenschapswachters politieagenten?

De laatste tijd gaan er stemmen op om van de gemeenschapswachters, de vroegere stadswachters, een soort politieagent te maken. Eerder deze week vroeg de Confederatie bouw om "stadswachters of politieagenten" in te zetten om geweld tegen wegenwerkers tegen te gaan. http://www.madeinlimburg.be/nieuws/stadswachten-voor-besc...

Ook verscheen er een artikel in een krant waarin een woordvoerster van Binnenlandse Zaken aankondigde dat gemeenschapswachters binnenkort ook forse boetes kan gaan schrijven om foutparkeerders te beboeten, ook zouden zij gebruik kunnen maken van de politiedatabank om onderzoeksdaden naar de foutparkeerders te doen, lees nummerplaten opzoeken.

Ik vraag me af waarom de politie dit niet doet, zij zijn daar toch voor opgeleid? Ook zijn de gemeenschapswachten aangenomen om preventieve taken uit te voeren en om het contact tussen de burger en het gemeentebestuur te verkleinen. Indien de gemeenschapswacht nu politietaken moet opnemen kan men dat laatste vergeten.

Er zijn gemeenschapswachten die permanentie hebben in buurthuizen. Ik denk niet dat die gemeenschapswachten daar nog echt welkom zullen zijn als zij net daarvoor nog iemand een boete hebben gegeven. Het is dan ook niet te begrijpen dat men al de hulpagenten, die onder andere die taak hadden, heeft vervangen door parkeerwachters voor wat de auto's die te lang bleven staan of die zonder parkeerticket geparkeerd staan. Men had die mensen kunnen inzetten om boetes aan foutparkeerders te geven.

Het wordt nog gortiger als de gemeenschapswachten moeten gaan instaan om wegenwerkers of wie dan ook te beschermen. Zij hebben niet eens de nodige middelen daarvoor, laat staan dat ze daarvoor zijn opgeleid.

De meerderheid van de gemeenschapswachten zijn ouder dan vijftig jaar. Ik denk dat die zeker niet staan te springen om als bodyguard op te treden. Men vindt nu al moeilijk mensen om gemeenschapswachter te worden, dan zal men er nog moeilijker vinden.

Dat men nu gemeenschapswachters als politieagenten wil inzetten zegt genoeg over het failliet van ons politieapparaat. Wijkagenten komen door administratieve overlast bijna niet meer in hun wijk en in sommige gemeenten heeft men te weinig volk of heeft men de jonge politieagenten niet meer in de hand.

Ooit schreef een agent in Leuven een administratieve boete uit aan een jonge man die ziek geworden was en moest overgeven. De burgemeester van Leuven zei daarover toen dat "zelfs de commissarissen de jonge agenten niet meer in de hand hadden". http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=BQ1...

Dus waar de burgemeester en de commissarissen hun korps zijn agenten niet meer in de hand hebben dan zet men maar gemeenschapswachten in. Hopelijk worden die dan evengoed opgeleid en krijgen ze een hogere vergoeding dan nu het geval is. Maar over dat laatste zullen ze mogen blijven dromen denk ik.

Iedere keer bij verkiezingen horen we de politici zeggen dat er meer blauw op straat moet komen, waarschijnlijk zijn ze van blauw naar paars aan het overstappen omdat dat die nog wel over straat lopen en geen combi hebben waarin ze zich verschuilen. De liberalen zijn echt niet meer populair nu hun favoriete kleur wordt ingeruild voor paars.

Schoenmaker blijf bij uw leest, is een oud mooi Vlaams gezegde. Ik ben van oordeel dat dit ook in dit geval van toepassing moet blijven. Laat de politie de taken doen waarvoor ze opgeleid zijn en laat de gemeenschapswachten preventief werken en de contacten met de burgers onderhouden. Gemeenschapswachten worden nu nog als "de goei" aanzien en dat zal zeker veranderen als ze parkeerboetes gaan moeten uitdelen.

Ten slotte wil ik één anekdote niet onthouden. Ooit had ik als gemeenschapswachter een vergadering met een paar agenten. Toen ik zei dat ik af en toe een praatje ging slagen met hangjongeren kreeg ik van één van hen de vraag of ik wel bevoegd was om met hen te praten.

Ik vroeg hem "sinds wanneer moet ik een bevoegdheid hebben om met mensen te praten?", ik zei hem ook dat mijn woorden het enige wapen dat ik dat en dat die mannen dat liever hebben dan een pistool, knuppel of pepperspray. Ik heb die man gedurende vergadering niet meer gehoord.

Neen, laat mij en mijn collega's maar gemeenschapswachter zijn, ook al worden we soms scheef aangekeken door sommige burgers die denken dat wij nog steeds werklozen zijn (in Leuven is dat al heel lang niet meer zo), politiemensen en diensten. Maar liever dat dan agressieve reacties te krijgen van mensen die fout geparkeerd staan. Ik bewonder mensen die parkeerwachter willen zijn, maar ik blijf liever gemeenschapswachter en geen goedkope politieagent.

11-06-12

Ik hou van euro's en muziek...eviva España!


Spanje: land van zon, voetbal, witte stranden, maar ook van corrupte en bijna failliete banken. En zoals in bijna elk land moeten ook daar de banken geholpen worden door de lokale en Europese overheid. Maar liefst 100 miljard krijgt Spanje om zijn banken te redden van de ondergang. 100 miljard, dat is veel meer dan "dos servesas por favor" en ook meer dan "dos miljardos por favor".

En moet Spanje net als Griekenland besparingen doorvoeren voor dat geld? Natuurlijk...niet, ze kriigen dit zonder de minste moeite. Misschien moet u het ook eens proberen. Zelfs een kleiner bedrag zal u van Europa niet krijgen zonder dat daar voorwaarden aan vasthangen.

En weeral laat men de schuldigen van dit alles, de op bonussen jagende bankiers, met rust. Nergens binnen Europa is er nog maar één bankier die zich moest verantwoorden voor een rechter. Moesten u en ik zulke blunders slaan we werden niet alleen ontslagen, we konden het nog gaan uitleggen voor een rechter ook.

En is Spanje het laatste Europese land dat zal aankloppen bij Europa? Neen, ook Portugal vraagt nu geld onder dezelfde voorwaarden, lees: geen voorwaarden, en Griekenland wil terug rond tafel gaan zitten om hun strenge voorwaarden te verzachten.

Dankzij de geldwolven, zo mogen we de grote banken zeker noemen, blijft Europa nog langer in de crisis zitten. Wie verleden jaar nog riep dat de crisis over was is ontwaakt uit die gelukmakende droom en staat terug met beide voeten op de grond.

Misschien moeten we met zijn allen naar Spanje op reis om daar onze centen uit geven en de Spaanse economie te redden. Neen, laat maar, anders komen we hier in de problemen.

20:59 Gepost door Ben Willems in Actualiteit | Permalink | Commentaren (0) | Tags: columns, crisis, europa, spanje, economie, rossem | |  Facebook | |  Print | |

05-06-12

Over een kliklijn voor boerka's en het verbieden van Sharia4Belgium!


Filip Dewinter wil mensen die vrouwen met een boerka aangeven bij de politie belonen met 250 euro. Het lijkt wel of de tijden van de nazi's terug zijn. Alleen zoekt men nu geen joden maar vrouwen met boerka's.

Ik ben tegen het dragen van een niqaab of een boerka, maar enkel en alleen omdat men ten alle tijden moet herkenbaar zijn voor de politie. Dat staat zo in de wet. Wist u dat zelfs het dragen van een bivaksmuts verboden is. De enige uitzondering is een helm op een motorvoertuig.

Mensen verklikken heb ik altijd al gehaat. Is het aan de burgers om die mensen te verklikken? Neen, het is aan de politie om deze mensen te beboeten. Verklikken doen ze in de kleuterscholen, niet in een volwassen maatschappij. Pas als iemand een misdrijf pleegt mag men de politie bellen en zonder beloning van Vlaams Behang.

En dan Sharia4Belgium. Sommige politici willen deze beweging verbieden. Dom, want 1 tegen de vrije meningsuiting, 2 omdat je ze zo alleen maar aantrekkelijker maakt en 3 omdat je ze dan niet meer kan volgen.

Ik vind heel die beweging belachelijk, net als ik dat ik het Vlaams Behang een belachelijke partij van angsthazen vind. Maar ook toen het Vlaams Blok werd verboden was ik daartegen omdat de vrije meningsuiting, hoe belachelijk sommige meningen ook mogen zijn, ze mogen gezegd worden. Alleen als uitspraken aanzetten tot haat en geweld dan moeten die personen voor het gerecht worden gebracht. Er bestaan wetten, voer ze dan ook uit!

Weet u nog wat er gebeurde toen het Vlaams Blok werd verboden? De week nadien vormden ze zich om tot Vlaams Behang en gingen ze rustig verder. Wat bracht het dus op? Niets. Daarom, breng mensen voor de rechtbank en neem hen desnoods hun politieke rechten of hun verblijfsvergunning af en zet hen de grens over. Maar maak alstublieft geen martelaren van Sharia4Belgium.

Misschien moet ik ook maar eens een kliklijn openen en mensen belonen met 250 euro die zeveraars als Dewinter en de mannen van Sharia4Belgium een taart in het gezicht gooien. Dan kan ik net als Dewinter in de media zeggen dat ik het als "ludieke actie" heb opgezet.

31-05-12

Uplace is not Myplace!


Gisteren keurde Vlaams minister Joke Schauvliege de milieuvergunning voor Uplace goed. Dit deed ze tegen de negatieve adviezen van haar eigen administratie en andere instanties in. Dat noemt men nu goed bestuur.

De vorige Vlaamse regering sloot net voor de verkiezingen een pact met de geldschieters van Uplace. In dat pact beloven ze er alles aan te doen om alle vergunningen te geven en beloven ze om voor openbaar vervoer naar de site te zorgen. Het bedrijf moet hiervoor maar 10 miljoen euro betalen en ook als de kosten hiervoor zouden stijgen komt er voor hen geen eurocent bij.

Openbaar vervoer voor Uplace? Geen enkel probleem, dan schaffen we wel een paar nachtbussen af en verplichten we mensen uit kleinere dorpen om met de auto te rijden door ook de belbus af te schaffen. Want moest De Lijn niet besparen? Ja, om Uplace te kunnen plezieren.

Neen beste lezer, Uplace moet en zal er komen, ook al moeten daarvoor ondemocratische of duister middelen gebruikt worden. Belofte maakt veel schulden nietwaar?

Dat door dit project banen verloren gaan in de kmo's dat deert toch niet, ze kunnen toch in Uplace beginnen zeker? Dat de file op de ring van Brussel nog groter zal worden dat deert toch niet, achteraf kunnen ze toch gaan ontspannen in Uplace zeker? Dat er meer fijn stof in de lucht zal zijn door al die extra wagens deert toch niet, die wagens zullen na een paar uur op de parking van Uplace wel afgekoeld zeker? Dat de buurtbewoners nog meer vervoer over hun wegen zullen zien rijden deert toch niet, ze krijgen er immers een winkel op loopafstand bij zeker?

Ik voorspel u dat dit een megalomaan project is dat geen lang leven zal leiden. Heel dit dossier getuigt van slecht bestuur. Regeringen moeten geen pacts afsluiten met de bedrijven of de duivel. Want dan ben je gebonden en kan je nog boetes gaan betalen ook als je je afspraken niet kan houden.

Uplace is zeker niet Myplace, ik hou van de kleinere winkels in mijn stad. Daar heb je tenminste nog het gevoel dat je mag doen wat je wil zonder een opdringerige verkoper of verkoopster. Want ik verzeker je, in Uplace zal je serieus moeten dokken omdat het moet opbrengen. Of dacht u nu echt dat al die winkels in Uplace aan een spotprijsje hun winkelruimte zullen mogen huren?

Joke Schauvliege mocht het gisteren allemaal komen uitleggen. De anders zo mediageile Kris Peeters zweeg plots als vermoord. Normaal toch als je weet dat Unizo waar hij vroeger de plak zwaaide tegen de komst van Uplace is. N-VA is dan weer voorstander omdat Voka, hun "baas" dixit De Wever, voor is. En zo heeft iedere partij wel zijn reden om voor of tegen te zijn.

Neen, van deze Vlaamse regering moet je zeker geen daadkracht meer verwachten. Ze slepen zich in verspreidde slagorde naar de verkiezingen.

18:26 Gepost door Ben Willems in Actualiteit | Permalink | Commentaren (0) | Tags: columns, joke schauvliege, kris peeters, vlaamse regering, uplace, bart de wever | |  Facebook | |  Print | |

02-02-12

Bekaert ontslaat 600 mensen en wat wil de regering doen? De BTW verhogen!


Vanmorgen was ik (Ben Willems) meteen wakker toen ik op de radio vernam dat Bekaert 600 mensen ontslaat en ik verslikte mij in mijn eerste koffie toen ik vernam dat de regering eraan denkt om de BTW te verhogen.

Zijn ze nu helemaal gek geworden, is Di Rupo zijn verstand aan het versmachten omdat zijn strikje te vast is aangespannen? Weet u wat dit wil zeggen? Dat de prijzen, die nu al met de regelmaat verhoogd worden, nog een stuk hoger worden. Want bedrijven die meer belastingen op hun producten moeten betalen gaan dit heus niet uit eigen zak gaan betalen, die rekenenen dat op de centiem door aan de verbruikers.

Ook zal de concurrentiepositie van onze bedrijven verminderen en daardoor zullen er nog meer mensen ontslagen worden. En het is nu al zo erg, gisteren werd bekend dat Crown in Deurne de boeken neerlegt en er 300 mensen hun baan verliezen.

Ik heb de indruk dat sommige politici, vooral uit liberale hoek, dit idee gebruiken om er een indexsprong door te krijgen. Het is kiezen tussen de pest en de cholera zeggen ze. De BTW verhogen en daardoor jobs op de helling zetten of de indexsprong en de bedrijven sterker maken en het personeel wat zwakker.

Dat men de BTW op echte luxeproducten zoals peperdure wagens, juwelen en huizen zou verhogen daar zou ik nog kunnen inkomen. Maar de BTW verhogen op alle producten is de doodsteek voor vele sectoren. De Horeca zal nog sterker achteruitboeren dan nu al het geval is, de bouw zal ook gene vette meer zijn omdat alleen nog maar de rijkere onder ons nog een huis zullen kunnen bouwen.

En dan zwijg ik nog over de producten en diensten die duurder worden. Wat is er de laatste dagen al duurder geworden? Openbaar vervoer, sigaretten, bier, energieverbruik, autokeuring, taxi's en dit alles niet zomaar met één centiem, sommige dingen worden 6% duurder.

Betaal maar beste burgers, betaal maar. Maar is er nu echt geen politicus te vinden in dit land die durft naar alternatieven te zoeken?

Men heeft de senaat omgevormd zoadat er geen verkiezingen meer voor nodig zijn en deze bevolkt wordt door de parlementsladen van de federale en deelstaatparlementen. Mooi, maar men wil toch nog gecoöpteerde senatoren aanstellen, schaf die ook af, want die kosten extra.

Waarom probeert men niet eens wat efficiënter te werken op al die kabinetten en overheden. Het geld dat daar verspild wordt is alleen al groot genoeg om groot deel van het gat in de begroting op te lossen. Waarom schaft men de provincies niet af? Die hun taken kan men perfect verdelen tussen de steden, gemeenten en de Vlaamse regering.

Waarom vraagt men niet aan sommige bedrijven die nu bijna geen belastingen betalen iets meer af te dragen? Waarom doet men niets meer tegen al wie venootschappen misbruikt om belastingen te ontduiken? Waarom durft men de sociale fraude niet aan te pakken?

Antwoord: omdat men aan de ene kant niet aan zichzelf durft te raken en omdat men aan de andere kant schrik heeft van de bedrijven en omdat gewone mensen die frauderen nu eenmaal ook kiezers zijn.

Ik vrees dat dit land een tweede Griekenland aan het worden is en dan heb ik het niet over het klimaat.

Maar wie weet is er toch nog enige hoop. In 2014 trekt R.O.S.S.E.M. met een puur economisch programma naar de kiezer. Vanaf 1 mei 2012 zal Jean Pierre Van Rossem met dat programma het land doorkruisen om het uit te leggen. Meer weten? https://www.facebook.com/Rossem2014

P.S. Dit was een column van mezelf.

12:10 Gepost door Ben Willems in Actualiteit | Permalink | Commentaren (0) | Tags: columns, economie, btw, bekaert, crown, belastingen, rossem, jean pierre van rossem | |  Facebook | |  Print | |

25-12-11

Mijn kersttoespraak 2011!


Mijn waarde landgenoten, 2011 is een jaar geweest op snel te vergeten. 543 dagen lang zaten de politieke partijen aan tafel om een regering te vormen en dit terwijl in de achtergrond ratingsbureaus de rating van het hele land en zijn banken naar beneden haalden.

Maar gelukkig is het voor de meesten onder ons niet echt crisis. Music for Life haalt voor het zoveelste jaar een recordbedrag aan geld op, nog nooit werden er zoveel bankverrichtingen gedaan als op kerstdag, de regering haalde nog nooit zoveel geld op bij de burgers en nog nooit gingen er zoveel mensen op reis. Kortom geen reden om te klagen.

Maar zal dat zo blijven in 2012? Ik denk het niet.

De energieprijzen stijgen omdat iedereen moet bijdragen om de subsidies voor mensen met zonnepanelen te betalen en om mensen die hun rekeningen niet meer kunnen betalen toch nog stroom te geven. De Lijn laat zijn prijzen met 16% stijgen en ook de ouderen zullen moeten betalen. De banken willen, als ze dat al niet doen, ons laten betalen voor internetbankieren of voor ons eigen geld uit de muur te halen. De huren zullen stijgen. Wie digitale televisie heeft zal een bijdrage moeten leveren, het kijk en-luistergeld is dus een beetje terug van weggeweest. Kortom, we zullen het met veel minder moeten doen.

Wie droomde om eind 2012 op pensioen te gaan maar na 21 november 2012 zijn aanvraag deed zal twee jaar langer moeten wachten om van een welverdiende rust te gaan genieten. Wie in loopbaanonderbreking wil gaan zal niet de volledige tijd hiervan kunnen inbrengen voor zijn loopbaantijd en zijn pensioen. Ook voor wie zwaar werk heeft wordt er geen uitzondering gemaakt, want volgens Karel Van Eeetvelt bestaat er niet echt zoiets als zwaar werk meer tegenwoordig. Kortom, wie mooie plannen had om op pensioen te gaan of eens iets anders te doen dan werken heeft pech.

Maar goed we leven nog altijd niet in een derdewereldland. Ik wens ieder van u nog prettige feesten en wens jullie een gezond 2012. Ik wens de daklozen en asielzoekers die op straat leven wat beters dan een stal met een os en een ezel. Ik wens de werklozen snel werk. Ik wens de kinderen goede ouders en omgekeerd. Ik wens de dieren goede baasjes of als ze in het wild leven goed en veel eten. Ik wens ons allen en de weermannen en-vrouwen veel goed weer.

Aan de nieuwe regering wens ik een overdosis gezond verstand zodat er geen dingen meer gebeuren zoals we de laatste week met Van Quickenborne hebben meegemaakt. Want als men die laat doen wordt het hier toch nog een derdewereldland. Niet op financieel gebied maar op gebied van de democratie.

13-12-11

Luik: de aanslag die er geen was!

Vandaag gooide de 33-jarige Nordin Amrani in Luik met handgranaten en schoot hij wild in het rond. Vier mensen lieten het leven en 123 mensen werden gewond. Meteen verschenen er op alle nieuwssites reacties in de trend van "ziet ge wel, het is weer een moslim". Nu alle rust wat is weergekeerd weten we dat het hier niet om een terroristische aanslag ging maar om een daad van een gefrustreerde wapengek.

Het is te gek om één gek meteen met alle gekken te vergelijken of één moslim met alle moslims of één pedofiele pastoor met alle pastoors of één jager die een andere jager doodschiet met alle jagers.

Lees meer...

21:08 Gepost door Ben Willems in Actualiteit | Permalink | Commentaren (4) | Tags: columns, luik, aanslag, pers, media, moslim, moslims, islam, nordin amrani, firenze, hans van themsche | |  Facebook | |  Print | |

07-12-11

Banken willen ons doen betalen voor hun crisis!

Vandaag maakte Febelfin, de overkoepelende organisatie van banken, bekend dat de banken hun klanten willen laten betalen voor ondermeer de bankentaks die ze kregen opgelegd omdat zij de crisis veroorzaakten en om staatssteun vroegen.

Vroeger werd uw geld al eens geroofd door bankovervallers, nu doen de bankiers dat zelf.

Lees meer...

06-12-11

Hoera, we hebben een regering!

Het is zover, dit land kan zich terug, in de mate dat dat hier kan, een 'normaal land' met een regering noemen. 541 dagen na de vorige verkiezingen is er dus eindelijk een volwaardige regering.

Tranen van ontroering dwarrelden langs mijn wangen toen ik het nieuws hoorde. Dat ik dit nog mocht meemaken, wauw!

Lees meer...

12:26 Gepost door Ben Willems in Actualiteit | Permalink | Commentaren (0) | Tags: columns, de wever, di rupo, regering, open vld, ps, cd&v, sp.a, van quickenborne, n-va, vrouwen, elio di rupo | |  Facebook | |  Print | |

03-12-11

De financiële vlucht van Karel De Gucht!

Vandaag werd bekend dat Karel De Gucht en zijn vrouw de fiscus voor de rechter brengen omdat de BBI hun rekeningen wil inkijken. Hij vindt dat de wet waarop zij zich baseren om dit te doen "slordig geschreven" is. Nochtans is die wet mee goedgekeurd door zijn eigen partij (Open Vld) en kwam er onder druk van de Europese Commissie, waar hijzelf lid van is.

Hoe gekker kan de politiek nog worden? Politici die naar de rechter gaan om wetten te bestrijden die hun eigen partij goedkeurde kan men moeilijk nog normaal noemen.

Lees meer...

16:00 Gepost door Ben Willems in Actualiteit | Permalink | Commentaren (0) | Tags: columns, de gucht, bankrekening, gels, gerecht, raad van state, rekenhof, planbureau, open vld, wet, wetsvoorstellen | |  Facebook | |  Print | |

01-12-11

Weg met de ratingbureaus!

De laatste tijd schieten de beleggers en de politici almaar in een kramp als ze horen dat de kredietwaardigheid van een land wordt verlaagd door Standard & Poor's of een ander ratingbureau. Ik vind het alles behalve normaal dat een privéfirma zomaar een heel land kan beoordelen en kan platleggen.

Het is pas de laatste jaren dat dit soort van obscure bedrijven aan macht hebben gewonnen. Nochtans bestaan zulke bedrijven reeds van 1906. Maar ja, de financieel-politieke wereld is gek geworden.

Lees meer...

11:01 Gepost door Ben Willems in Actualiteit | Permalink | Commentaren (0) | Tags: columns, ratingbureau, standard & poor's, economie | |  Facebook | |  Print | |

05-11-11

Frauderen en corrupt zijn mag van de politie vanaf nu!

Fraude, corruptie en alle andere vormen van ernstige financieel-economische criminaliteit zullen de komende vier jaar geen prioriteit meer zijn voor de politie.

Is dat dan ooit een prioriteit geweest in dit land? Frauderen en corruptie zijn toch onze nationale sporten?

Lees meer...

16:09 Gepost door Ben Willems in Actualiteit | Permalink | Commentaren (0) | Tags: columns, fraude, politie, corruptie, straffeloosheid, gerecht | |  Facebook | |  Print | |

03-11-11

Vegetariërs willen vleestaks!

Het Ethisch Vegetarisch Alternatief (EVA) vindt dat net als een vettaks een "vleestaks" onderzocht moet worden. "De ontmoediging van een overconsumptie van dierlijke vetten kan een grote winst betekenen voor de publieke gezondheid en die van de planeet."

Blijkbaar krijg je van teveel groenten eten de neiging om anderen je wil op te leggen.

Lees meer...

19:01 Gepost door Ben Willems in Actualiteit | Permalink | Commentaren (0) | Tags: columns, vlees, vleestaks, eva, etisch vegetarisch, alternatief, eten, voeding | |  Facebook | |  Print | |

1 2 3 4 5 6 7 8 Volgende